Een grafiek wijzigen

Sommige informatie in dit onderwerp is mogelijk niet van toepassing op bepaalde talen.

Welk programma van het gebruikt u?


Word

Nadat u een grafiek hebt gemaakt, kunt u deze aanpassen om de gegevens op de beste manier te presenteren. U kunt afzonderlijke grafiekelementen opmaken, zoals de titel, het grafiekgebied (grafiekgebied: De gehele grafiek met alle grafiekelementen.), het tekengebied (tekengebied: In een 2D-grafiek is dit het gebied dat door de assen wordt ingesloten en alle gegevensreeksen bevat. In een 3D-grafiek is dit het gebied dat door de assen wordt ingesloten en alle gegevensreeksen, categorienamen, maatstreeplabels en astitels bevat.), de gegevensreeks (gegevensreeks: Een groep verwante gegevenspunten die in een grafiek zijn uitgezet en afkomstig zijn uit rijen of kolommen in één werkblad. Elke gegevensreeks in een grafiek heeft een unieke kleur of een uniek patroon. U kunt een of meer gegevensreeksen uitzetten in een grafiek. Cirkelgrafieken hebben slechts één gegevensreeks.) en de as (as: Gewoonlijk een lijn aan een kant van het tekengebied in een grafiek die een referentiekader vormt voor het meten of vergelijken van gegevens. In de meeste grafieken worden categorielabels uitgezet op de categorieas, dit is gewoonlijk de horizontale as (x-as), en worden gegevenswaarden uitgezet op de waardeas, dit is gewoonlijk de verticale as (y-as). Als er geen gegevenslabels zijn opgenomen in de gegevens die u in een grafiek wilt gebruiken, worden de rijen en kolommen in Excel genummerd, te beginnen met 1. Tijden in dagen, maanden of jaren worden uitgezet op een tijdas. Wanneer u in Excel de aanwijzer op een as plaatst, wordt het astype weergegeven.).

 Belangrijk   U moet Excel hebben geïnstalleerd om een grafiek te maken of te wijzigen. U kunt een exemplaar van Excel bestellen via Microsoft-website.

Een Office-grafiek met toelichtingen

Bijschrift 1 Grafiektitel

Bijschrift 2 Tekengebied

Bijschrift 3 Legenda

Bijschrift 4 Astitels

Bijschrift 5 Aslabels

Bijschrift 6 Maatstreepjes

Bijschrift 7 Rasterlijnen

Ga op een van de volgende manieren te werk:

WeergevenEen grafiektitel toevoegen

U kunt een titel aan de grafiek toevoegen.

Een grafiek met een titel en astitels

Bijschrift 1 Grafiektitel

Bijschrift 2 Astitels

  1. Klik in het menu Beeld op Afdrukweergave.
  2. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  3. Klik Onder Labels op Grafiektitel en klik op de gewenste titel.

Tabblad Grafiekindeling, groep Labels

  1. Selecteer de tekst in het vak Grafiektitel en typ een titel voor de grafiek.

 Tip   Als u de titel wilt opmaken, selecteert u de tekst in het titelvak en selecteert u op het tabblad Start tabonder Lettertype de gewenste opmaak.

WeergevenEen astitel toevoegen

U kunt een titel aan elke as (as: Gewoonlijk een lijn aan een kant van het tekengebied in een grafiek die een referentiekader vormt voor het meten of vergelijken van gegevens. In de meeste grafieken worden categorielabels uitgezet op de categorieas, dit is gewoonlijk de horizontale as (x-as), en worden gegevenswaarden uitgezet op de waardeas, dit is gewoonlijk de verticale as (y-as). Als er geen gegevenslabels zijn opgenomen in de gegevens die u in een grafiek wilt gebruiken, worden de rijen en kolommen in Excel genummerd, te beginnen met 1. Tijden in dagen, maanden of jaren worden uitgezet op een tijdas. Wanneer u in Excel de aanwijzer op een as plaatst, wordt het astype weergegeven.) in een grafiek toevoegen. Er zijn gewoonlijk astitels beschikbaar voor alle assen die in een grafiek worden weergegeven, inclusief de diepteas (reeksenas) in 3D-grafieken.

In bepaalde grafiektypen (zoals radardiagrammen) die over assen beschikken, kunnen geen astitels worden weergegeven. In grafiektypen zonder assen (zoals cirkel- en ringdiagrammen) kunnen ook geen astitels worden weergegeven.

Een grafiek met een titel en astitels

Bijschrift 1 Grafiektitel

Bijschrift 2 Astitels

  1. Klik in het menu Beeld op Afdrukweergave.
  2. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  3. Klik Onder Labels op Astitels, wijs de as aan waaraan u titels wilt toevoegen en klik vervolgens op de gewenste optie.

Tabblad Grafiekindeling, groep Labels

  1. Selecteer de tekst in het vak Astitel en typ een titel voor de as.

 Tip   Als u de titel wilt opmaken, selecteert u de tekst in het titelvak en selecteert u op het tabblad Start tabonder Lettertype de gewenste opmaak.

WeergevenLabels aan een horizontale of verticale as toevoegen of hun positie wijzigen

Voor een verticale as kunt u labels aan de linker- of rechterkant van het tekengebied toevoegen of daar hun positie wijzigen. Voor een horizontale as kunt u de aslabels aan de boven- of onderkant van het tekengebied toevoegen of daar hun positie wijzigen.

 Opmerking   Voor een kolomdiagram met balken die met elkaar worden vergeleken, geldt mogelijk het omgekeerde.

  1. Klik in het menu Beeld op Afdrukweergave.
  2. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  3. Klik onder Assen op Assen, wijs de gewenste horizontale of verticale as aan en klik op het soort labels dat u wilt toevoegen.

Tabblad Grafiekindeling, groep Assen

Afhankelijk van het type tabel zijn bepaalde opties mogelijk niet beschikbaar.

WeergevenDe schaal van een as wijzigen

Standaard worden de minimum- en maximumwaarden voor de schaal van elke as in een grafiek automatisch berekend. U kunt de schaal evenwel aan uw behoeften aanpassen. Als bijvoorbeeld alle gegevenspunten in uw gegevenstabel tussen 60 en 90 liggen, kan het wenselijk zijn om voor de waardeas (y) een bereik van 50 tot 100 te kiezen in plaats van een bereik van 0 tot 100. Wanneer een waardeas een bijzonder groot bereik heeft, kunt u de as ook wijzigen in een logaritmische schaal (logaritmische schaal: Een meetschaal waarbij het logaritme van een waarde in plaats van de waarde zelf wordt gebruikt. Een algemeen voorbeeld van een logaritmische schaal is de schaal van Richter, waarmee de kracht van aardbevingen wordt gemeten. Op de schaal van Richter vertegenwoordigt een toename van 1 -- bijvoorbeeld van 4,0 naar 5,0 -- een tienvoudige toename van de kracht van een aardbeving.).

  1. Klik in het menu Beeld op Afdrukweergave.
  2. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  3. Klik Onder Assen op Assen, wijs de as aan die u wilt wijzigen en klik vervolgens op Asopties.

Tabblad Grafiekindeling, groep Assen

  1. Klik in het navigatiedeelvenster op Schaal en voer onder Schaal horizontale as of Schaal verticale as de gewenste opties in.

WeergevenDe legenda aanpassen

Een legenda zorgt ervoor dat een grafiek gemakkelijker is te lezen omdat daarmee de labels voor de gegevensreeks buiten het tekengebied (tekengebied: In een 2D-grafiek is dit het gebied dat door de assen wordt ingesloten en alle gegevensreeksen bevat. In een 3D-grafiek is dit het gebied dat door de assen wordt ingesloten en alle gegevensreeksen, categorienamen, maatstreeplabels en astitels bevat.) van de grafiek worden geplaatst. U kunt de positie van de legenda wijzigen en ook de kleuren en lettertypen. U kunt ook de tekst in de legenda bewerken en de volgorde van de items in de legenda aanpassen.

  1. Klik in het menu Beeld op Afdrukweergave.
  2. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  3. Als u de positie van de legenda wilt wijzigen, klikt u onder Labels op Legenda en klikt u vervolgens op de gewenste positie voor de legenda.

Tabblad Grafiekindeling, groep Labels

  1. Als u de opmaak van de legenda wilt wijzigen, klikt u onder Labels op Legenda, klikt u op Opties voor legenda en brengt u de gewenste opmaakwijzigingen aan.

Afhankelijk van het type tabel zijn bepaalde opties mogelijk niet beschikbaar.

WeergevenGegevenslabels toevoegen

U kunt gegevenslabels toevoegen om de waarden van gegevenspunten uit het Excel-werkblad in de grafiek weer te geven.

  1. Klik in het menu Beeld op Afdrukweergave.
  2. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  3. Klik Onder Labels op Gegevenslabels en klik in het bovenste deel van de lijst op het gewenste type gegevenslabel.

Tabblad Grafiekindeling, groep Labels

  1. Klik Onder Labels op Gegevenslabels en klik in het onderste deel van de lijst op de plaats waar het gegevenslabel moet worden weergegeven.

WeergevenMaatstreeplabels toevoegen aan een as

U kunt een as opmaken met primaire en secundaire maatstreeplabels op intervallen die u bepaalt.

  1. Klik in het menu Beeld op Afdrukweergave.
  2. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  3. Klik Onder Assen op Assen, wijs de as aan die u wilt wijzigen en klik op Opties voor as.

Tabblad Grafiekindeling, groep Assen

  1. Klik in het navigatiedeelvenster op Maatstreepjes en klik op de gewenste opties voor primaire en secundaire maatstreepjes.

 Tip   Nadat u maatstreepjes hebt toegevoegd kunt u de intervallen tussen de maatstreepjes wijzigen door in het navigatiedeelvenster op Schaal te klikken en de gewenste wijzigingen aan te brengen.

WeergevenRasterlijnen toevoegen

Als u de gegevens in een grafiek beter leesbaar wilt maken, kunt u horizontale en verticale rasterlijnen voor de grafiek weergeven, die door het tekengebied van de grafiek lopen. U kunt ook diepterasterlijnen weergeven in 3D-grafieken. Rasterlijnen kunnen voor primaire en secundaire eenheden worden weergegeven en worden uitgelijnd op primaire en secundaire maatstreeplabels op de assen, als deze worden weergegeven.

  1. Klik in het menu Beeld op Afdrukweergave.
  2. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  3. Klik Onder Assen op Rasterlijnen, wijs de as aan waaraan u een rasterlijn wilt toevoegen en klik vervolgens op de gewenste optie.

Tabblad Grafiekindeling, groep Assen

 Opmerking   Afhankelijk van het type gegevenstabel of -grafiek zijn bepaalde opties voor rasterlijnen mogelijk niet beschikbaar.

WeergevenRasterlijnen opmaken

  1. Klik in het menu Beeld op Afdrukweergave.
  2. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  3. Klik Onder Assen op Rasterlijnen, wijs de as aan waar u de rasterlijn wilt opmaken en klik vervolgens op Opties voor rasterlijnen.

Tabblad Grafiekindeling, groep Assen

  1. Klik in het navigatievenster op Lijn, Schaduw of Gloed en zachte randen en wijzig de gewenste instellingen.

Zie ook

Grafieken maken

Grafiektypen

Opmaak kopiëren naar objecten of tekst

Gegevens in grafieken bewerken

PowerPoint

Nadat u een grafiek hebt gemaakt, kunt u deze aanpassen om de gegevens op de beste manier te presenteren. U kunt afzonderlijke grafiekelementen opmaken, zoals de titel, het grafiekgebied (grafiekgebied: De gehele grafiek met alle grafiekelementen.), het tekengebied (tekengebied: In een 2D-grafiek is dit het gebied dat door de assen wordt ingesloten en alle gegevensreeksen bevat. In een 3D-grafiek is dit het gebied dat door de assen wordt ingesloten en alle gegevensreeksen, categorienamen, maatstreeplabels en astitels bevat.), de gegevensreeks (gegevensreeks: Een groep verwante gegevenspunten die in een grafiek zijn uitgezet en afkomstig zijn uit rijen of kolommen in één werkblad. Elke gegevensreeks in een grafiek heeft een unieke kleur of een uniek patroon. U kunt een of meer gegevensreeksen uitzetten in een grafiek. Cirkelgrafieken hebben slechts één gegevensreeks.) en de as (as: Gewoonlijk een lijn aan een kant van het tekengebied in een grafiek die een referentiekader vormt voor het meten of vergelijken van gegevens. In de meeste grafieken worden categorielabels uitgezet op de categorieas, dit is gewoonlijk de horizontale as (x-as), en worden gegevenswaarden uitgezet op de waardeas, dit is gewoonlijk de verticale as (y-as). Als er geen gegevenslabels zijn opgenomen in de gegevens die u in een grafiek wilt gebruiken, worden de rijen en kolommen in Excel genummerd, te beginnen met 1. Tijden in dagen, maanden of jaren worden uitgezet op een tijdas. Wanneer u in Excel de aanwijzer op een as plaatst, wordt het astype weergegeven.).

 Belangrijk   U moet Excel hebben geïnstalleerd om een grafiek te maken of te wijzigen. U kunt een exemplaar van Excel bestellen via Microsoft-website.

Een Office-grafiek met toelichtingen

Bijschrift 1 Grafiektitel

Bijschrift 2 Tekengebied

Bijschrift 3 Legenda

Bijschrift 4 Astitels

Bijschrift 5 Aslabels

Bijschrift 6 Maatstreepjes

Bijschrift 7 Rasterlijnen

Ga op een van de volgende manieren te werk:

WeergevenEen grafiektitel toevoegen

U kunt een titel aan de grafiek toevoegen.

Een grafiek met een titel en astitels

Bijschrift 1 Grafiektitel

Bijschrift 2 Astitels

  1. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  2. Klik Onder Labels op Grafiektitel en klik op de gewenste titel.

Tabblad Grafiekindeling, groep Labels

  1. Selecteer de tekst in het vak Grafiektitel en typ een titel voor de grafiek.

 Tip   Als u de titel wilt opmaken, selecteert u de tekst in het titelvak en selecteert u op het tabblad Start tabonder Lettertype de gewenste opmaak.

WeergevenEen astitel toevoegen

U kunt een titel aan elke as (as: Gewoonlijk een lijn aan een kant van het tekengebied in een grafiek die een referentiekader vormt voor het meten of vergelijken van gegevens. In de meeste grafieken worden categorielabels uitgezet op de categorieas, dit is gewoonlijk de horizontale as (x-as), en worden gegevenswaarden uitgezet op de waardeas, dit is gewoonlijk de verticale as (y-as). Als er geen gegevenslabels zijn opgenomen in de gegevens die u in een grafiek wilt gebruiken, worden de rijen en kolommen in Excel genummerd, te beginnen met 1. Tijden in dagen, maanden of jaren worden uitgezet op een tijdas. Wanneer u in Excel de aanwijzer op een as plaatst, wordt het astype weergegeven.) in een grafiek toevoegen. Er zijn gewoonlijk astitels beschikbaar voor alle assen die in een grafiek worden weergegeven, inclusief de diepteas (reeksenas) in 3D-grafieken.

In bepaalde grafiektypen (zoals radardiagrammen) die over assen beschikken, kunnen geen astitels worden weergegeven. In grafiektypen zonder assen (zoals cirkel- en ringdiagrammen) kunnen ook geen astitels worden weergegeven.

Een grafiek met een titel en astitels

Bijschrift 1 Grafiektitel

Bijschrift 2 Astitels

  1. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  2. Klik Onder Labels op Astitels, wijs de as aan waaraan u titels wilt toevoegen en klik vervolgens op de gewenste optie.

Tabblad Grafiekindeling, groep Labels

  1. Selecteer de tekst in het vak Astitel en typ een titel voor de as.

 Tip   Als u de titel wilt opmaken, selecteert u de tekst in het titelvak en selecteert u op het tabblad Start tabonder Lettertype de gewenste opmaak.

WeergevenLabels aan een horizontale of verticale as toevoegen of hun positie wijzigen

Voor een verticale as kunt u labels aan de linker- of rechterkant van het tekengebied toevoegen of daar hun positie wijzigen. Voor een horizontale as kunt u de aslabels aan de boven- of onderkant van het tekengebied toevoegen of daar hun positie wijzigen.

 Opmerking   Voor een kolomdiagram met balken die met elkaar worden vergeleken, geldt mogelijk het omgekeerde.

  1. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  2. Klik onder Assen op Assen, wijs de gewenste horizontale of verticale as aan en klik op het soort labels dat u wilt toevoegen.

Tabblad Grafiekindeling, groep Assen

Afhankelijk van het type tabel zijn bepaalde opties mogelijk niet beschikbaar.

WeergevenDe schaal van een as wijzigen

Standaard worden de minimum- en maximumwaarden voor de schaal van elke as in een grafiek automatisch berekend. U kunt de schaal evenwel aan uw behoeften aanpassen. Als bijvoorbeeld alle gegevenspunten in uw gegevenstabel tussen 60 en 90 liggen, kan het wenselijk zijn om voor de waardeas (y) een bereik van 50 tot 100 te kiezen in plaats van een bereik van 0 tot 100. Wanneer een waardeas een bijzonder groot bereik heeft, kunt u de as ook wijzigen in een logaritmische schaal (logaritmische schaal: Een meetschaal waarbij het logaritme van een waarde in plaats van de waarde zelf wordt gebruikt. Een algemeen voorbeeld van een logaritmische schaal is de schaal van Richter, waarmee de kracht van aardbevingen wordt gemeten. Op de schaal van Richter vertegenwoordigt een toename van 1 -- bijvoorbeeld van 4,0 naar 5,0 -- een tienvoudige toename van de kracht van een aardbeving.).

  1. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  2. Klik Onder Assen op Assen, wijs de as aan die u wilt wijzigen en klik vervolgens op Asopties.

Tabblad Grafiekindeling, groep Assen

  1. Klik in het navigatiedeelvenster op Schaal en voer onder Schaal horizontale as of Schaal verticale as de gewenste opties in.

WeergevenDe legenda aanpassen

Een legenda zorgt ervoor dat een grafiek gemakkelijker is te lezen omdat daarmee de labels voor de gegevensreeks buiten het tekengebied (tekengebied: In een 2D-grafiek is dit het gebied dat door de assen wordt ingesloten en alle gegevensreeksen bevat. In een 3D-grafiek is dit het gebied dat door de assen wordt ingesloten en alle gegevensreeksen, categorienamen, maatstreeplabels en astitels bevat.) van de grafiek worden geplaatst. U kunt de positie van de legenda wijzigen en ook de kleuren en lettertypen. U kunt ook de tekst in de legenda bewerken en de volgorde van de items in de legenda aanpassen.

  1. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  2. Als u de positie van de legenda wilt wijzigen, klikt u onder Labels op Legenda en klikt u vervolgens op de gewenste positie voor de legenda.

Tabblad Grafiekindeling, groep Labels

  1. Als u de opmaak van de legenda wilt wijzigen, klikt u onder Labels op Legenda, klikt u op Opties voor legenda en brengt u de gewenste opmaakwijzigingen aan.

Afhankelijk van het type tabel zijn bepaalde opties mogelijk niet beschikbaar.

WeergevenGegevenslabels toevoegen

U kunt gegevenslabels toevoegen om de waarden van gegevenspunten uit het Excel-werkblad in de grafiek weer te geven.

  1. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  2. Klik Onder Labels op Gegevenslabels en klik in het bovenste deel van de lijst op het gewenste type gegevenslabel.

Tabblad Grafiekindeling, groep Labels

  1. Klik Onder Labels op Gegevenslabels en klik in het onderste deel van de lijst op de plaats waar het gegevenslabel moet worden weergegeven.

WeergevenMaatstreeplabels toevoegen aan een as

U kunt een as opmaken met primaire en secundaire maatstreeplabels op intervallen die u bepaalt.

  1. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  2. Klik Onder Assen op Assen, wijs de as aan die u wilt wijzigen en klik op Opties voor as.

Tabblad Grafiekindeling, groep Assen

  1. Klik in het navigatiedeelvenster op Maatstreepjes en klik op de gewenste opties voor primaire en secundaire maatstreepjes.

 Tip   Nadat u maatstreepjes hebt toegevoegd kunt u de intervallen tussen de maatstreepjes wijzigen door in het navigatiedeelvenster op Schaal te klikken en de gewenste wijzigingen aan te brengen.

WeergevenRasterlijnen toevoegen

Als u de gegevens in een grafiek beter leesbaar wilt maken, kunt u horizontale en verticale rasterlijnen voor de grafiek weergeven, die door het tekengebied van de grafiek lopen. U kunt ook diepterasterlijnen weergeven in 3D-grafieken. Rasterlijnen kunnen voor primaire en secundaire eenheden worden weergegeven en worden uitgelijnd op primaire en secundaire maatstreeplabels op de assen, als deze worden weergegeven.

  1. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  2. Klik Onder Assen op Rasterlijnen, wijs de as aan waaraan u een rasterlijn wilt toevoegen en klik vervolgens op de gewenste optie.

Tabblad Grafiekindeling, groep Assen

 Opmerking   Afhankelijk van het type gegevenstabel of -grafiek zijn bepaalde opties voor rasterlijnen mogelijk niet beschikbaar.

WeergevenRasterlijnen opmaken

  1. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  2. Klik Onder Assen op Rasterlijnen, wijs de as aan waar u de rasterlijn wilt opmaken en klik vervolgens op Opties voor rasterlijnen.

Tabblad Grafiekindeling, groep Assen

  1. Klik in het navigatievenster op Lijn, Schaduw of Gloed en zachte randen en wijzig de gewenste instellingen.

Zie ook

Grafieken maken

Grafiektypen

Opmaak kopiëren naar objecten of tekst

Gegevens in grafieken bewerken

Grafieken animeren

Excel

Nadat u een grafiek hebt gemaakt, kunt u deze aanpassen om de gegevens op de beste manier te presenteren. U kunt afzonderlijke grafiekelementen opmaken, zoals de titel, het grafiekgebied (grafiekgebied: De gehele grafiek met alle grafiekelementen.), het tekengebied (tekengebied: In een 2D-grafiek is dit het gebied dat door de assen wordt ingesloten en alle gegevensreeksen bevat. In een 3D-grafiek is dit het gebied dat door de assen wordt ingesloten en alle gegevensreeksen, categorienamen, maatstreeplabels en astitels bevat.), de gegevensreeks (gegevensreeks: Een groep verwante gegevenspunten die in een grafiek zijn uitgezet en afkomstig zijn uit rijen of kolommen in één werkblad. Elke gegevensreeks in een grafiek heeft een unieke kleur of een uniek patroon. U kunt een of meer gegevensreeksen uitzetten in een grafiek. Cirkelgrafieken hebben slechts één gegevensreeks.) en de as (as: Gewoonlijk een lijn aan een kant van het tekengebied in een grafiek die een referentiekader vormt voor het meten of vergelijken van gegevens. In de meeste grafieken worden categorielabels uitgezet op de categorieas, dit is gewoonlijk de horizontale as (x-as), en worden gegevenswaarden uitgezet op de waardeas, dit is gewoonlijk de verticale as (y-as). Als er geen gegevenslabels zijn opgenomen in de gegevens die u in een grafiek wilt gebruiken, worden de rijen en kolommen in Excel genummerd, te beginnen met 1. Tijden in dagen, maanden of jaren worden uitgezet op een tijdas. Wanneer u in Excel de aanwijzer op een as plaatst, wordt het astype weergegeven.).

Een Office-grafiek met toelichtingen

Bijschrift 1 Grafiektitel

Bijschrift 2 Tekengebied

Bijschrift 3 Legenda

Bijschrift 4 Astitels

Bijschrift 5 Aslabels

Bijschrift 6 Maatstreepjes

Bijschrift 7 Rasterlijnen

Ga op een van de volgende manieren te werk:

WeergevenEen grafiektitel toevoegen

U kunt een titel aan de grafiek toevoegen.

Een grafiek met een titel en astitels

Bijschrift 1 Grafiektitel

Bijschrift 2 Astitels

  1. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  2. Klik Onder Labels op Grafiektitel en klik op de gewenste titel.

Tabblad Grafiekindeling, groep Labels

  1. Selecteer de tekst in het vak Grafiektitel en typ een titel voor de grafiek.

 Tip   Als u de titel wilt opmaken, selecteert u de tekst in het titelvak en selecteert u op het tabblad Start tabonder Lettertype de gewenste opmaak.

WeergevenEen astitel toevoegen

U kunt een titel aan elke as (as: Gewoonlijk een lijn aan een kant van het tekengebied in een grafiek die een referentiekader vormt voor het meten of vergelijken van gegevens. In de meeste grafieken worden categorielabels uitgezet op de categorieas, dit is gewoonlijk de horizontale as (x-as), en worden gegevenswaarden uitgezet op de waardeas, dit is gewoonlijk de verticale as (y-as). Als er geen gegevenslabels zijn opgenomen in de gegevens die u in een grafiek wilt gebruiken, worden de rijen en kolommen in Excel genummerd, te beginnen met 1. Tijden in dagen, maanden of jaren worden uitgezet op een tijdas. Wanneer u in Excel de aanwijzer op een as plaatst, wordt het astype weergegeven.) in een grafiek toevoegen. Er zijn gewoonlijk astitels beschikbaar voor alle assen die in een grafiek worden weergegeven, inclusief de diepteas (reeksenas) in 3D-grafieken.

In bepaalde grafiektypen (zoals radardiagrammen) die over assen beschikken, kunnen geen astitels worden weergegeven. In grafiektypen zonder assen (zoals cirkel- en ringdiagrammen) kunnen ook geen astitels worden weergegeven.

Een grafiek met een titel en astitels

Bijschrift 1 Grafiektitel

Bijschrift 2 Astitels

  1. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  2. Klik Onder Labels op Astitels, wijs de as aan waaraan u titels wilt toevoegen en klik vervolgens op de gewenste optie.

Tabblad Grafiekindeling, groep Labels

  1. Selecteer de tekst in het vak Astitel en typ een titel voor de as.

 Tip   Als u de titel wilt opmaken, selecteert u de tekst in het titelvak en selecteert u op het tabblad Start tabonder Lettertype de gewenste opmaak.

WeergevenLabels aan een horizontale of verticale as toevoegen of hun positie wijzigen

Voor een verticale as kunt u labels aan de linker- of rechterkant van het tekengebied toevoegen of daar hun positie wijzigen. Voor een horizontale as kunt u de aslabels aan de boven- of onderkant van het tekengebied toevoegen of daar hun positie wijzigen.

 Opmerking   Voor een kolomdiagram met balken die met elkaar worden vergeleken, geldt mogelijk het omgekeerde.

  1. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  2. Klik onder Assen op Assen, wijs de gewenste horizontale of verticale as aan en klik op het soort labels dat u wilt toevoegen.

Tabblad Grafiekindeling, groep Assen

Afhankelijk van het type tabel zijn bepaalde opties mogelijk niet beschikbaar.

WeergevenDe schaal van een as wijzigen

Standaard worden de minimum- en maximumwaarden voor de schaal van elke as in een grafiek automatisch berekend. U kunt de schaal evenwel aan uw behoeften aanpassen. Als bijvoorbeeld alle gegevenspunten in uw gegevenstabel tussen 60 en 90 liggen, kan het wenselijk zijn om voor de waardeas (y) een bereik van 50 tot 100 te kiezen in plaats van een bereik van 0 tot 100. Wanneer een waardeas een bijzonder groot bereik heeft, kunt u de as ook wijzigen in een logaritmische schaal (logaritmische schaal: Een meetschaal waarbij het logaritme van een waarde in plaats van de waarde zelf wordt gebruikt. Een algemeen voorbeeld van een logaritmische schaal is de schaal van Richter, waarmee de kracht van aardbevingen wordt gemeten. Op de schaal van Richter vertegenwoordigt een toename van 1 -- bijvoorbeeld van 4,0 naar 5,0 -- een tienvoudige toename van de kracht van een aardbeving.).

  1. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  2. Klik Onder Assen op Assen, wijs de as aan die u wilt wijzigen en klik vervolgens op Asopties.

Tabblad Grafiekindeling, groep Assen

  1. Klik in het navigatiedeelvenster op Schaal en voer onder Schaal horizontale as of Schaal verticale as de gewenste opties in.

WeergevenDe legenda aanpassen

Een legenda zorgt ervoor dat een grafiek gemakkelijker is te lezen omdat daarmee de labels voor de gegevensreeks buiten het tekengebied (tekengebied: In een 2D-grafiek is dit het gebied dat door de assen wordt ingesloten en alle gegevensreeksen bevat. In een 3D-grafiek is dit het gebied dat door de assen wordt ingesloten en alle gegevensreeksen, categorienamen, maatstreeplabels en astitels bevat.) van de grafiek worden geplaatst. U kunt de positie van de legenda wijzigen en ook de kleuren en lettertypen. U kunt ook de tekst in de legenda bewerken en de volgorde van de items in de legenda aanpassen.

  1. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  2. Als u de positie van de legenda wilt wijzigen, klikt u onder Labels op Legenda en klikt u vervolgens op de gewenste positie voor de legenda.

Tabblad Grafiekindeling, groep Labels

  1. Als u de opmaak van de legenda wilt wijzigen, klikt u onder Labels op Legenda, klikt u op Opties voor legenda en brengt u de gewenste opmaakwijzigingen aan.

Afhankelijk van het type tabel zijn bepaalde opties mogelijk niet beschikbaar.

WeergevenGegevenslabels toevoegen

U kunt gegevenslabels toevoegen om de waarden van gegevenspunten uit het Excel-werkblad in de grafiek weer te geven.

  1. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  2. Klik Onder Labels op Gegevenslabels en klik in het bovenste deel van de lijst op het gewenste type gegevenslabel.

Tabblad Grafiekindeling, groep Labels

  1. Klik Onder Labels op Gegevenslabels en klik in het onderste deel van de lijst op de plaats waar het gegevenslabel moet worden weergegeven.

WeergevenMaatstreeplabels toevoegen aan een as

U kunt een as opmaken met primaire en secundaire maatstreeplabels op intervallen die u bepaalt.

  1. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  2. Klik Onder Assen op Assen, wijs de as aan die u wilt wijzigen en klik op Opties voor as.

Tabblad Grafiekindeling, groep Assen

  1. Klik in het navigatiedeelvenster op Maatstreepjes en klik op de gewenste opties voor primaire en secundaire maatstreepjes.

 Tip   Nadat u maatstreepjes hebt toegevoegd kunt u de intervallen tussen de maatstreepjes wijzigen door in het navigatiedeelvenster op Schaal te klikken en de gewenste wijzigingen aan te brengen.

WeergevenRasterlijnen toevoegen

Als u de gegevens in een grafiek beter leesbaar wilt maken, kunt u horizontale en verticale rasterlijnen voor de grafiek weergeven, die door het tekengebied van de grafiek lopen. U kunt ook diepterasterlijnen weergeven in 3D-grafieken. Rasterlijnen kunnen voor primaire en secundaire eenheden worden weergegeven en worden uitgelijnd op primaire en secundaire maatstreeplabels op de assen, als deze worden weergegeven.

  1. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  2. Klik Onder Assen op Rasterlijnen, wijs de as aan waaraan u een rasterlijn wilt toevoegen en klik vervolgens op de gewenste optie.

Tabblad Grafiekindeling, groep Assen

 Opmerking   Afhankelijk van het type gegevenstabel of -grafiek zijn bepaalde opties voor rasterlijnen mogelijk niet beschikbaar.

WeergevenRasterlijnen opmaken

  1. Klik op de grafiek en op het tabblad Grafiekindeling.
  2. Klik Onder Assen op Rasterlijnen, wijs de as aan waar u de rasterlijn wilt opmaken en klik vervolgens op Opties voor rasterlijnen.

Tabblad Grafiekindeling, groep Assen

  1. Klik in het navigatievenster op Lijn, Schaduw of Gloed en zachte randen en wijzig de gewenste instellingen.

Zie ook

Grafieken maken

Grafiektypen

Opmaak kopiëren naar objecten of tekst

Gegevens in grafieken bewerken

 
 
Van toepassing op:
Excel voor Mac 2011, PowerPoint voor Mac 2011, Word voor Mac 2011