Gegevensbronnen

In dit artikel


Overzicht van gegevensbronnen

Alle gegevens die in een formulier worden weergegeven, worden opgeslagen in de gegevensbronnen van het formulier. Dat geldt zowel voor gegevens die een gebruiker kan selecteren in een keuzelijst, vervolgkeuzelijst of keuzelijst met invoervak, als gegevens die een gebruiker aan een formulier toevoegt. Een gegevensbron bestaat uit velden en groepen. Dit kunt u vergelijken met mappen op een vaste schijf, die worden gebruikt om bestanden op te slaan en ordenen: velden worden gebruikt om gegevens op te slaan die gebruikers invoeren in formulieren die op de formuliersjabloon zijn gebaseerd, terwijl groepen dienen om deze velden op te slaan en de ordenen. De gebruiker voegt gegevens toe aan besturingselementen (besturingselement: een object in de grafische gebruikersinterface, zoals een tekstvak, selectievakje, schuifbalk of opdrachtknop, waarmee gebruikers het programma besturen. Met een besturingselement kunt u gegevens of keuzen weergeven, een actie uitvoeren of de weergave van de gebruikersinterface vereenvoudigen.) op een formulier. Deze besturingselementen zijn gebonden (binden: een besturingselement koppelen aan een veld of groep in de gegevensbron zodat gegevens die in het besturingselement worden ingevoerd, worden opgeslagen. Als een besturingselement niet-afhankelijk is, is het niet gekoppeld aan een veld of groep, en worden gegevens die in het besturingselement worden ingevoerd, niet opgeslagen.) aan deze velden. Stel dat u een formuliersjabloon ontwerpt voor een onkostendeclaratie. Als gebruikers een formulier openen op basis van de formuliersjabloon, kunnen ze hun voornaam, middelste naam en achternaam in drie tekstvakjes invullen. Elk tekstvakje is gebonden aan een veld voor de voornaam, een veld voor de middelste naam en een veld voor de achternaam. Deze naamvelden horen bij de groep 'naam'.

U kunt de velden en groepen in de gegevensbron van de formuliersjabloon zien en ermee werken in het taakvenster Gegevensbron.


Taakvenster Gegevensbron in InfoPath

Toelichting 1 Veld
Toelichting 2 Groep

Hoewel de structuur van de gegevensbron niet altijd precies overeenkomt met de opmaak van de formuliersjabloon, zijn er veel overeenkomsten, vooral bij groepen en velden die zijn gekoppeld aan herhalende tabellen (herhalende tabel: een besturingselement op een formulier dat andere besturingselementen in tabelformaat bevat en dat zo nodig wordt herhaald. Gebruikers kunnen meerdere rijen invoegen tijdens het invullen van het formulier.), secties (sectie: een besturingselement op een formulier dat andere besturingselementen bevat.), herhalende secties (herhalende sectie: een besturingselement op een formulier dat andere besturingselementen bevat en dat zo nodig wordt herhaald. Gebruikers kunnen meerdere secties invoegen tijdens het invullen van het formulier.) en optionele secties (optionele sectie: een besturingselement op een formulier dat andere besturingselementen bevat en meestal niet standaard wordt weergegeven. Gebruikers kunnen optionele secties invoegen en verwijderen tijdens het invullen van het formulier.). Als een tabel of sectie bijvoorbeeld afhankelijk is van een groep in de gegevensbron, zijn alle besturingselementen in de tabel of sectie gebonden aan velden die deel uitmaken van deze groep. In de volgende illustratie bestaat de herhalende tabel Onkostenspecificatie in het formulier voor onkostendeclaraties uit drie kolommen met een datumkiezer Datum, een tekstvak Beschrijving en een tekstvak Kosten. Deze besturingselementen zijn gebonden aan respectievelijk een datumveld, een beschrijvingsveld en een veld voor een bedrag. De tabel zelf is gebonden aan de itemgroep.

Herhalende tabel die is gebonden aan de groep en velden in gegevensbron

Een formuliersjabloon kan twee typen gegevensbronnen hebben: één hoofdgegevensbron, en optioneel een of meer secundaire gegevensbronnen.

Terug naar boven Terug naar boven

Hoofdgegevensbron

De hoofdgegevensbron bevat het volgende:

De gegevens in de hoofdgegevensbron zijn de gegevens die gebruikers opslaan of indienen wanneer ze het formulier invullen. Als gebruikers het formulier opslaan om het later te kunnen indienen, slaan ze de gegevens op in de hoofdgegevensbron.

De hoofdgegevensbron maken

Als u een formuliersjabloon maakt, wordt de hoofdgegevensbron automatisch gemaakt. Alle InfoPath-formuliersjablonen bevatten één hoofdgegevensbron. Velden en groepen kunnen worden toegevoegd aan de hoofdgegevensbron, afhankelijk van het type formuliersjabloon dat u maakt:

Een lege formuliersjabloon    U voegt velden en groepen toe aan de hoofdgegevensbron met behulp van het taakvenster Gegevensbron of door een besturingselement te slepen van het taakvenster Besturingselementen naar een weergave in de formuliersjabloon. Als u een besturingselement naar een weergave sleept, worden velden en groepen toegevoegd aan de hoofdgegevensbron volgens het type besturingselement dat u toevoegt. Als u bijvoorbeeld een tekstvakbesturingselement naar de formuliersjabloon sleept, wordt een veld toegevoegd aan de hoofdgegevensbron. Als u een herhalend sectiebesturingselement naar de formuliersjabloon sleept, wordt een groep toegevoegd aan de hoofdgegevensbron. Als u een herhalend tabelbesturingselement naar de formuliersjabloon sleept, worden twee groepen aan de hoofdgegevensbron toegevoegd voor de herhalende tabel en wordt een veld toegevoegd aan de hoofdgegevensbron voor elke kolom in de tabel.

Een formuliersjabloon op basis van een XML-document    Er worden velden en groepen toegevoegd die verwijzen naar de elementen die zijn gedefinieerd in het schema of naar de elementen in het document.

Een formuliersjabloon op basis van een Microsoft Office Access-database of een Microsoft SQL Server-database    Er worden velden en groepen toegevoegd aan de hoofdgegevensbron op basis van de manier waarop in de database gegevens worden opgeslagen.

Een formuliersjabloon op basis van een webservice    Er worden velden en groepen toegevoegd die verwijzen naar het schema dat door de webservice wordt geleverd.

Als de gegevensbron (bijvoorbeeld een webservice of database) zich niet in de formuliersjabloon bevindt, wordt ernaar verwezen als een externe gegevensbron. Er wordt verbinding gemaakt met deze externe gegevensbronnen via een gegevensverbinding.

De hoofdgegevensbron aanpassen

U kunt extra velden en groepen toevoegen aan de hoofdgegevensbron, afhankelijk van de bestaande velden of groepen in de hoofdgegevensbron. In de volgende tabel wordt uiteengezet wat u kunt toevoegen aan bestaande velden of groepen, op basis van de pictogrammen die worden weergegeven in het taakvenster Gegevensbron.

Pictogram Wat u kunt toevoegen
Pictogramafbeelding Groepspictogram    U kunt groepen of velden aan deze groep toevoegen. Dit pictogram staat voor een groep die aan de hoofdgegevensbron is toegevoegd met behulp van het taakvenster Gegevensbron, of voor een besturingselement dat aan deze groep is gekoppeld en dat vanuit het taakvenster Besturingselementen naar een weergave in een lege formuliersjabloon is gesleept.
Pictogramafbeelding Veldpictogram    Aan dit veld kunt u alleen velden toevoegen. Dit pictogram staat voor een veld dat aan de hoofdgegevensbron is toegevoegd met behulp van het taakvenster Gegevensbron, of voor een besturingselement dat aan dit veld is gekoppeld en dat vanuit het taakvenster Besturingselementen naar een weergave in een lege formuliersjabloon is gesleept.
Pictogramafbeelding Pictogram voor vergrendelde groep    Aan deze groep kunt u geen velden of groepen toevoegen. Deze groep is gebaseerd op een gegevensverbinding met een externe gegevensbron.
Pictogramafbeelding Pictogram voor vergrendeld veld    Aan dit veld kunt u geen velden toevoegen. Dit veld is gebaseerd op een gegevensverbinding met een externe gegevensbron.

Als u een besturingselement sleept naar een weergave in een formuliersjabloon, terwijl deze formuliersjabloon velden en groepen bevat die zijn gebaseerd op een gegevensverbinding, moet u dit besturingselement binden aan de bestaande velden en groepen in de hoofdgegevensbron. Velden en groepen worden niet automatisch toegevoegd aan een formuliersjabloon met velden en groepen die zijn gebaseerd op externe gegevensbronnen. Zie het gedeelte Zie ook voor koppelingen naar meer informatie over het toevoegen van velden en groepen.

 Opmerking   Als gebruikers al formulieren hebben ingevuld op basis van de formuliersjabloon, kunnen de volgende wijzigingen in de hoofdgegevensbron van de formuliersjabloon leiden tot gegevensverlies in deze formulieren:

  • Het verplaatsen, verwijderen of hernoemen van een veld of groep
  • Het wijzigen van een herhalend veld of een herhalende groep in een niet-herhalend veld of een niet-herhalende groep
  • Het wijzigen van gegevenstype RTF in een ander gegevenstype

Voor velden en groepen die u kunt aanpassen, kunt u de volgende eigenschappen wijzigen:

Naam    De naam van het veld of de groep.

WeergevenVereisten voor de naam

  • Elke naam in de hoofdgegevensbron moet uniek zijn. Als u dezelfde naam moet gebruiken voor meer dan één veld of groep, maakt u in plaats daarvan een verwijzing naar dit veld of deze groep. Als u een verwijzing maakt naar een veld of een groep, wordt een nieuw, identiek veld of een nieuwe, identieke groep gemaakt waarvan de eigenschappen zijn gekoppeld aan de eigenschappen van het eerste veld of de eerste groep. Door wijzigingen in een veld of groep worden het andere veld of de andere groep waarnaar wordt verwezen, automatisch bijgewerkt. Verwijzingsgroepen bevatten, net als verwijzingsvelden, dezelfde velden en groepen en delen dezelfde eigenschappen.
  • De naam mag geen spaties bevatten.
  • Namen moeten beginnen met een letter of onderstrepingteken (_) en mogen alleen alfanumerieke tekens, onderstrepingtekens, afbreekstreepjes (-) en punten (.) bevatten.

Naast deze vereisten is het verstandig een naam te gebruiken die de inhoud van het veld of de groep weergeeft. Als u bijvoorbeeld een groep hebt met de gespecificeerde onkosten, kunt u de groep bijvoorbeeld Onkostenspecificatie noemen. Een veld in een groep dat de totale kosten bevat, kunt u bijvoorbeeld kosten noemen.

Type    Hiermee wordt bepaald of een item in de hoofdgegevensbron een veld of een groep is. Een veld heeft een unieke waarde, en een groep bevat andere velden.

WeergevenTypen velden en groepen

Type Wanneer gebruiken
Veld (kenmerk)

Gebruik dit type voor een veld in een of meer van de volgende gevallen:

  • Het veld kan geen andere groepen velden bevatten.
  • Het veld moet zich in een elementveld bevinden.
  • Het veld wordt niet herhaald.
  • Het veld moet altijd een waarde bevatten.
  • Het veld is een ander gegevenstype dan RTF (XHTML).
  • De database of de webservice vereist een kenmerkveld.
Veld (element)

Gebruik dit type voor een veld in een of meer van de volgende gevallen:

  • Het veld kan andere kenmerkvelden bevatten.
  • Het veld maakt deel uit van een groep.
  • Het veld wordt herhaald in een groep.
  • De database of de webservice vereist een elementveld.

Elementvelden kunnen elk gegevenstype zijn en al of geen standaardwaarde hebben.

Groep Gebruik dit type voor een groep die andere velden of groepen kan bevatten.
Groep (keuze)

Gebruik dit type als de groep slechts een van verschillende veldtypen of groepen velden kan bevatten.

Stel bijvoorbeeld dat u een formuliersjabloon ontwerpt die gaat worden gebruikt door leveranciers in de Verenigde Staten en in landen en regio's in de Europese Unie, en dat de formuliersjabloon een adreskeuzegroep bevat. De adreskeuzegroep bevat een groep met velden voor een adres in de Verenigde Staten of een groep met velden voor een adres in een land of regio in de Europese Unie. Als de gebruiker het formulier opent dat is gebaseerd op deze formuliersjabloon, kan de gebruiker ervoor kiezen een adres in de Verenigde Staten of een adres in een ander land of regio in te voeren. De besturingselementen die zijn gebonden aan de velden in de betreffende groep, worden weergegeven op het formulier.

Volledig XML-schema of XML-document Gebruik dit elementtype als u een extra XML-schema of XML-document wilt toevoegen aan een opgegeven locatie in de gegevensbron.

Gegevenstype    Hiermee wordt bepaald welke soort gegevens kunnen worden opgeslagen in een veld.

WeergevenLijst met beschikbare gegevenstypen

Gegevenstype Toepassing
Tekst Voor element- of kenmerkvelden waarin tekst zonder opmaak staat.
RTF-indeling Voor een elementveld dat opgemaakte tekst bevat. U kunt dit gegevenstype niet gebruiken voor kenmerkvelden.
Geheel getal Voor een element- of kenmerkveld dat getallen zonder decimale waarden bevat.
Decimaal Voor een element- of kenmerkveld dat valutawaarden of getallen met decimale waarden bevat.
Waar/onwaar Voor een element- of kenmerkveld dat gegevens bevat die één van twee waarden kunnen hebben.
Hyperlink Voor een element- of kenmerkveld dat een URI (Uniform Resource Identifier) bevat, bijvoorbeeld een hyperlink of een naamruimte.
Datum Voor element- of kenmerkvelden waarin een kalenderdatum staat.
Tijd Voor element- of kenmerkvelden waarin een tijd in 24-uursnotatie staat.
Datum en tijd Voor element- of kenmerkvelden waarin zowel een kalenderdatum als een tijd in 24-uursnotatie staat.
Afbeelding of bestandsbijlage Voor een element- of kenmerkveld waarin binaire gegevens staan, zoals een afbeelding of foto.
Aangepast Voor een element- of kenmerkveld met gegevenstypen die worden bepaald door een naamruimte. Dit gegevenstype wordt doorgaans gebruikt voor een veld of groep die is gebonden aan een aangepast besturingselement. Het vak Gegevensnaamruimte is ingeschakeld als u dit gegevenstype kiest.

 Opmerking   In deze tabel staan alleen de meest gebruikte XML-gegevenstypen die in een formuliersjabloon worden gebruikt. In InfoPath kunt u elk gegevenstype van XML 1.0 (volgens de aanbevelingen van het W3C-consortium [World Wide Web Consortium]) gebruiken. Als u een gegevenstype wilt gebruiken dat niet in de lijst staat, moet u de formulierbestanden van een formuliersjabloon uitpakken en het schemabestand (.XSD) bewerken. Koppelingen naar meer informatie over het uitpakken van formulierbestanden van een formuliersjabloon zijn te vinden in de sectie Zie ook.

Gegevensnaamruimte    Hiermee wordt de URI (Uniform Resource Identifier) (URI (Uniform Resource Identifier): een tekenreeks die wordt gebruikt voor het identificeren van een bron op internet op basis van type en locatie.) bepaald voor het toevoegen van een naamruimte voor een aangepast gegevenstype. Deze eigenschap is beschikbaar voor element- of kenmerkvelden met een Aangepaste gegevenstype-eigenschap. Als u een aangepast besturingselement toevoegt aan een formuliersjabloon, bevat deze eigenschap gewoonlijk een waarde die is gedefinieerd door de maker van het aangepaste besturingelement dat een binding heeft met veld.

Standaardwaarde    Hiermee wordt bepaald welke beginwaarde een element- of kenmerkveld bevat wanneer het formulier voor het eerst door een gebruiker wordt geopend. U kunt ook formules (formule: een XPath-expressie die bestaat uit waarden, velden of groepen, functies en operatoren. Formules kunnen worden gebruikt voor de berekening van wiskundige waarden, datum- en tijdweergave en verwijzingsvelden.) toevoegen aan standaardwaarden, zoals de huidige datum, een mathematische berekening of een verwijzing naar een ander veld.

Herhalend    Hiermee wordt bepaald of het elementveld, het kenmerkveld of de groep meermalen kan voorkomen in een formulier. Lijstbesturingselementen, herhalende secties, herhalende tabellen en besturingselementen die deel uitmaken van een herhalende sectie of een herhalende tabel, zijn gebonden aan herhalende velden (herhalend veld: een veld in de gegevensbron dat meerdere malen kan voorkomen. Besturingselementen zoals lijsten met opsommingstekens, genummerde lijsten en gewone lijsten kunnen worden gebonden aan herhalende velden.) en herhalende groepen (herhalende groep: een groep in de gegevensbron die meerdere malen kan voorkomen. Besturingselementen zoals herhalende secties en tabellen zijn gebonden aan herhalende groepen.).

Mag niet leeg zijn    Hiermee wordt bepaald of het element- of kenmerkveld een waarde moet bevatten. Als het veld geen waarde heeft, is het besturingselement dat een binding heeft met dit veld, gemarkeerd met een rood sterretje of, bij sommige typen besturingselementen, een onderbroken rode rand. Deze eigenschap is alleen beschikbaar voor velden, niet voor groepen.

Terug naar boven Terug naar boven

Secundaire gegevensbronnen

Secundaire gegevensbronnen zijn gegevensbronnen in het formulier met gegevens die worden geleverd door andere gegevensverbindingen met externe gegevensbronnen. Stel dat u een formuliersjabloon maakt voor een onkostendeclaratie, en u wilt dat formulieren die zijn gebaseerd op de formuliersjabloon, onkosten in andere valuta's accepteren. De valutagegevens zijn echter opgeslagen in een database. U kunt de valutagegevens dan weergeven door een gegevensverbinding met deze database toe te voegen. De valutagegevens worden vervolgens opgeslagen in een secundaire gegevensbron en weergegeven in een keuzelijstbesturingselement op de formulierensjabloon.

De gegevens van extra gegevensverbindingen zijn opgeslagen in secundaire gegevensbronnen en worden vervolgens weergeven als keuzemogelijkheden in besturingselementen zoals een keuzelijst, een keuzelijst met invoervak of een vervolgkeuzelijst, waarmee de gebruiker bij het invullen van een formulier een item kan selecteren. Als de gebruiker een item in een secundaire gegevensbron selecteert, wordt de selectie gekopieerd naar een veld in de hoofdgegevensbron.

Secundaire gegevensbronnen verschillen van de hoofdgegevensbron op de volgende manieren:

  • Secundaire gegevensbronnen zijn optioneel in een formuliersjabloon. Alle formuliersjablonen moeten een hoofdgegevensbron hebben.
  • Een formuliersjabloon kan een of meer secundaire gegevensbronnen hebben, maar slechts één hoofdgegevensbron.
  • Velden en groepen in een secundaire gegevensbron zijn gebaseerd op de manier waarop gegevens zijn opgeslagen in de externe gegevensbron, die is verbonden met het formulier door een gegevensverbinding te gebruiken. Deze velden en groepen kunnen niet worden aangepast met behulp van InfoPath.
  • In tegenstelling tot de hoofdgegevensbron worden secundaire gegevensbronnen niet met het formulier opgeslagen.
  • Gegevens in secundaire gegevensbronnen worden gewoonlijk niet verzonden als de gebruiker een ingevuld formulier indient. U kunt de formuliersjabloon echter zodanig configureren dat de gegevens in de secundaire gegevensbron door middel van regels worden verzonden naar een webservice of door middel van aangepaste code naar een e-mailgeadresseerde.

Secundaire gegevensbronnen maken

Als u een gegevensverbinding toevoegt aan een externe gegevensbron die gegevens naar het formulier retourneert, wordt automatisch een secundaire gegevensbron gemaakt. Voor elke gegevensverbinding die u aan de formuliersjabloon toevoegt, wordt een overeenkomstige gegevensbron gemaakt. Op dezelfde manier waarop velden en groepen worden toegevoegd aan de hoofdgegevensbron, worden velden en groepen toegevoegd aan de secundaire gegevensbron. De velden en groepen worden zodanig toegevoegd aan de secundaire gegevensbron dat ze verwijzen naar de manier waarop de gegevens in de externe gegevensbron worden opgeslagen. U kunt een secundaire gegevensverbinding maken met de volgende items:

  • Webservice
  • XML-bestand
  • Microsoft Office Access-database of Microsoft SQL Server-database
  • Lijst op een site waarop Microsoft Windows SharePoint Services wordt uitgevoerd

Als u een gegevensverbinding toevoegt aan de formuliersjabloon en een secundaire gegevensbron maakt, kunt u de velden en groepen in de secundaire gegevensbron bekijken in het taakvenster Gegevensbron. Elke secundaire gegevensbron wordt weergegeven in dit taakvenster met de naam van de gegevensverbinding, gevolgd door secundair tussen haakjes.

Secundaire gegevensbron in het taakvenster Gegevensbron

Secundaire gegevensbronnen aanpassen

Omdat de velden en groepen in secundaire gegevensbronnen zijn gebaseerd op gegevensverbindingen met externe gegevensbronnen, kunt u de velden en groepen in een secundaire gegevensbron niet aanpassen. Als u een secundaire gegevensbron in het taakvenster Gegevensbron weergeeft, wordt met het pictogram voor vergrendeld veld Pictogramafbeelding of het pictogram voor vergrendelde groep Pictogramafbeelding aangegeven dat u het veld of de groep niet kunt aanpassen.

Terug naar boven Terug naar boven

Relatie tussen de gegevensbron en een XML-schema

Als een gebruiker een formulier invult dat is gebaseerd op een formuliersjabloon, worden de hoofd- en secundaire gegevensbronnen opgeslagen als XML-documenten op de computer van de gebruiker. De structuur van het XML-document wordt gedefinieerd door een XML-schema. Een XML-schema is een XML-bestand dat de structuur en de elementen definieert van het XML-document, in dit geval het formulier, en van de gegevens die de elementen kunnen bevatten.

Als u een formuliersjabloon maakt, wordt automatisch het XML-schema gemaakt dat wordt gebruikt om de structuur te definiëren van de formulieren die de gebruikers invullen. Elk veld of elke groep in de gegevensbron komt overeen met een element in het XML-schema. De eigenschappen van elk veld en elke groep in de gegevensbron definiëren de structuur van de overeenkomende elementen en de gegevens die elk element kan bevatten in het resulterende XML-document. U kunt meer schemadetails bekijken op het tabblad Details in het dialoogvenster Eigenschappen van veld of groep, dat u kunt openen door te dubbelklikken op een veld of groep in het taakvenster Gegevensbron.

Terug naar boven Terug naar boven

 
 
Van toepassing op:
InfoPath 2007