Waarom wordt 'Kan geen objecten van het blad afschuiven' weergegeven als ik kolommen of rijen verberg?

Symptomen

Als u probeert kolommen of rijen te verbergen, krijgt u een foutbericht waarin staat dat er geen objecten van het werkblad kunnen worden afgeschoven.

Oorzaak

Dit probleem treedt meestal op als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • Objecten zoals celopmerkingen zijn ingevoerd in cellen onder aan het werkbladraster. Een aantal kolommen of rijen dat gelijk is aan of groter is dan het aantal kolommen of rijen tussen de linkerrand van het object en de laatste kolom (kolom XFD) of rij (rijnummer 1048576) in het werkblad kan niet worden verborgen.
  • De optie Verplaatsing en formaat niet gerelateerd aan cellen is geselecteerd in het dialoogvenster Opmaak<objectnaam>. Deze optie is standaard geselecteerd.

Als u bijvoorbeeld een celopmerking hebt opgenomen in cel XFC1 en Verplaatsing en formaat niet gerelateerd aan cellen is geselecteerd, wordt het foutbericht weergegeven als u ergens in het werkblad drie of meer kolommen probeert te verbergen tussen de eerste kolom en de kolom die de linkerrand van de celopmerking bevat.

Hetzelfde probleem kan zich voordoen bij rijen, ofschoon dit minder vaak voorkomt dankzij de hoge rijlimiet in Microsoft Office Excel 2007 waardoor u niet zo snel objecten onder aan het werkblad zult hebben geplaatst.

 Opmerking   Het is belangrijk om te weten dat het probleem zich ook kan voordoen als een object verder van het einde is verwijderd en u een totaal aantal kolommen en rijen probeert te verbergen dat gelijk is aan of groter is dan het aantal kolommen en rijen tussen de linkerrand van het object en de laatste kolom of rij in het werkblad.

Oplossing

  1. Als het object een celopmerking is, selecteert u de cel die de opmerking bevat.

 Tip   Als het object zich onder aan het werkblad bevindt, kunt u snel naar de laatste cel in een rij of kolom gaan. Druk op END en druk vervolgens op de PIJL-RECHTS of de PIJL-OMLAAG. Als u in het werkblad naar de laatste cel met gegevens of opmaak wilt gaan, klikt u op CTRL+END.

  1. Klik met de rechtermuisknop op de geselecteerde cel of het geselecteerde celbereik en klik op Opmerking weergeven/verbergen.
  2. Verplaats de aanwijzer naar de rand van het object tot de aanwijzer verandert in een vierpuntige pijl en klik vervolgens op de rand.
  3. Klik op het tabblad Start in de groep Cellen op Opmaak en klik vervolgens op Opmaak<objectnaam>.
  4. Klik op het tabblad Eigenschappen onder Positie van object op Verplaatsing en formaat gerelateerd aan cellen en klik vervolgens op OK.
  5. Als u de celopmerking weer wilt verbergen, klikt u met de rechtermuisknop op de cel en klikt u op Opmerking verbergen.
  6. Herhaal stap 1 t/m 6 voor elk object dat het probleem veroorzaakt.
 
 
Van toepassing op:
Excel 2007