Slicers gebruiken om draaitabelgegevens te filteren

In eerdere versies van Microsoft Excel kunt u rapportfilters gebruiken om gegevens in een draaitabelrapport (draaitabelrapport: een interactief Excel-kruistabelrapport, waarin gegevens uit verschillende bronnen, inclusief de externe, worden samengevoegd en geanalyseerd.) te filteren, maar het is niet eenvoudig om de huidige filterstatus te zien wanneer u op meerdere items filtert. In Microsoft Excel 2010 kunt u slicers gebruiken om gegevens te filteren. Slicers bevatten knoppen waarop u kunt klikken om snel draaitabelgegevens te filteren. Bovendien wordt op slicers ook de huidige filterstatus aangegeven, zodat u duidelijk kunt zien wat er precies wordt weergegeven in een gefilterd draaitabelrapport.

Draaitabelslicers

Wanneer u een item selecteert, wordt dat item opgenomen in het filter en worden de gegevens voor dat item weergegeven in het rapport. Wanneer u bijvoorbeeld Barends selecteert in het veld Verkoper, worden in dat veld alleen gegevens weergegeven waarin Barends voorkomt.

In dit artikel


Wat zijn slicers?

Slicers zijn gebruiksvriendelijke filteronderdelen die knoppen bevatten waarmee u snel de gegevens in een draaitabelrapport kunt filteren, zonder dat u vervolgkeuzelijsten hoeft te openen om de items te zoeken waarop u wilt filteren.

Wanneer u een normaal draaitabelrapportfilter gebruikt om op meerdere items te filteren, wordt alleen aangegeven dat op meerdere items wordt gefilterd en moet u een vervolgkeuzelijst openen om de filterdetails te bekijken. In een slicer wordt echter duidelijk aangegeven welk filter is toegepast en worden ook details weergegeven, zodat u gemakkelijk kunt nagaan welke gegevens in het gefilterde draaitabelrapport worden weergegeven.

Slicers zijn gewoonlijk gekoppeld aan de draaitabel waarin ze zijn gemaakt. U kunt echter ook zelfstandige slicers maken waarnaar wordt verwezen vanuit OLAP-kubusfuncties (Online Analytical Processing) of die op een later tijdstip kunnen worden gekoppeld aan een draaitabel.

In een slicer worden gewoonlijk de volgende elementen weergegeven:



Elementen van een draaitabelslicer
Toelichting 1 De koptekst van een slicer geeft de categorie van de items in de slicer aan.
Toelichting 2 Een filterknop die niet is geselecteerd, geeft aan dat het item niet in het filter is opgenomen.
Toelichting 3 Een filterknop die is geselecteerd, geeft aan dat het item in het filter is opgenomen.
Toelichting 4 Met de knop Filter wissen wordt het filter verwijderd en worden alle items in de slicer geselecteerd.
Toelichting 5 Met een schuifbalk kunt u schuiven wanneer niet alle items zichtbaar zijn in de slicer.
Toelichting 6 Een slicer bevat ook speciale grepen waarmee u de grootte en locatie van de slicer kunt wijzigen.

Terug naar boven Terug naar boven

Slicers gebruiken

U kunt op verschillende manieren slicers maken voor het filteren van uw draaitabelgegevens. In een bestaande draaitabel kunt u:

  • Een slicer maken die is gekoppeld aan de draaitabel.
  • Een kopie maken van een slicer die is gekoppeld aan de draaitabel.
  • Een bestaande slicer gebruiken die is gekoppeld aan een andere draaitabel.

U kunt niet alleen slicers maken in een bestaande draaitabel, maar u kunt ook een zelfstandige slicer maken waarnaar kan worden verwezen vanuit OLAP-kubusfuncties (Online Analytical Processing) of die u op een later tijdstip kunt koppelen aan een draaitabel.

Omdat elke slicer die u maakt, is ontworpen voor het filteren van een bepaald draaitabelveld, wilt u waarschijnlijk meerdere slicers maken voor het filteren van een draaitabelrapport.

Als u een slicer hebt gemaakt, wordt deze op het werkblad weergegeven naast de draaitabel. Als er meerdere slicers zijn, worden deze in een gelaagde weergave weergegeven. U kunt een slicer naar een andere locatie op het werkblad verplaatsen en ook de grootte van de slicer wijzigen.

Gelaagde slicers

Als u de draaitabelgegevens wilt filteren, klikt u op een of meer knoppen in de slicer.

Slicer met een geselecteerd filter

Slicers opmaken voor een consistent uiterlijk

Wanneer u een slicer maakt in een bestaand draaitabelrapport, is de stijl van de draaitabel van invloed op de stijl van de slicer, zodat het uiterlijk van de draaitabel en de slicer consistent is. Als u de opmaak van de draaitabel echter wijzigt nadat u de slicer hebt gemaakt, wordt de opmaak van de slicer niet aangepast. Als u een zelfstandige slicer maakt, komt de opmaak van de slicer mogelijk niet overeen met de opmaak van de draaitabel die u aan die slicer koppelt.

Als u rapporten met een professioneel uiterlijk wilt maken of gewoon de opmaak van een slicer wilt aanpassen aan de opmaak van het gekoppelde draaitabelrapport, kunt u slicerstijlen toepassen voor een consistent uiterlijk. Door het toepassen van een van de verschillende, vooraf gedefinieerde stijlen voor slicers, kunt u het kleurenthema overnemen dat op een draaitabel is toegepast. U kunt zelfs uw eigen slicerstijlen maken, op dezelfde manier waarop u aangepaste draaitabelstijlen maakt.

Slicers delen tussen draaitabellen

Wanneer u een rapport met veel verschillende draaitabellen hebt, zoals een rapport met bedrijfsgegevens, wilt u waarschijnlijk op sommige of alle draaitabellen in het rapport hetzelfde filter toepassen. U kunt een slicer die u in een draaitabel hebt gemaakt, delen met andere draaitabellen. U hoeft het filter niet voor elke draaitabel te kopiëren.

Wanneer u een slicer deelt, maakt u een verbinding met een andere draaitabel die de slicer bevat die u wilt gebruiken. Elke wijziging die u in een gedeelde slicer aanbrengt, wordt onmiddellijk overgenomen in alle draaitabellen die met die slicer zijn verbonden. Als u bijvoorbeeld in Draaitabel1 een slicer Land gebruikt om gegevens voor een bepaald land te filteren, worden in Draaitabel2 waarin die slicer ook wordt gebruikt, de gegevens voor hetzelfde land weergegeven.

Slicers die zijn verbonden met en worden gebruikt in meerdere draaitabellen, worden gedeelde slicers genoemd. Slicers die slechts in één draaitabel worden gebruikt, worden lokale slicers genoemd. Een draaitabel kan zowel lokale als gedeelde slicers bevatten.

Terug naar boven Terug naar boven

Een slicer maken in een bestaande draaitabel

  1. Klik op een willekeurige plaats in het draaitabelrapport waarvoor u een slicer wilt maken.

Hiermee geeft u de Hulpmiddelen voor draaitabellen weer en worden de tabbladen Opties en Ontwerpen beschikbaar.

  1. Klik op het tabblad Opties in de groep Sorteren en filteren op Slicer invoegen.

Afbeelding van Excel-lint

  1. Schakel in het dialoogvenster Slicers invoegen de selectievakjes in van de draaitabelvelden waarvoor u een slicer wilt maken.
  2. Klik op OK.

Er wordt een slicer weergegeven voor elk veld dat u hebt geselecteerd.

  1. Klik in elke slicer op de items waarop u wilt filteren.

Als u meerdere items wilt selecteren, houdt u Ctrl ingedrukt en klikt u op de items waarop u wilt filteren.

Terug naar boven Terug naar boven

Een zelfstandige slicer maken

  1. Ga naar het tabblad Invoegen en klik in de groep Filteren op Slicer.

Afbeelding van Excel-lint

  1. Voer in het dialoogvenster Bestaande verbindingen in het vak Weergeven een van de volgende handelingen uit:
    • Als u alle verbindingen wilt weergeven, klikt u op Alle verbindingen. Dit is de standaardinstelling.
    • Als u alleen de onlangs gebruikte lijst met verbindingen wilt weergeven, klikt u op Verbindingen in deze werkmap.

Deze lijst bestaat uit verbindingen die u al hebt gedefinieerd, verbindingen die u hebt gemaakt in het dialoogvenster Gegevensbron selecteren van de wizard Gegevensverbinding of verbindingen die u eerder hebt geselecteerd in dit dialoogvenster.

  • Als u alleen de verbindingen wilt weergeven die op uw computer beschikbaar zijn, klikt u op Verbindingsbestanden op deze computer.

Deze lijst is gebaseerd op de map Mijn gegevensbronnen die doorgaans is opgeslagen in de map Mijn documenten.

  • Als u alleen de verbindingen wilt weergeven die beschikbaar zijn in een verbindingsbestand dat toegankelijk is via het netwerk, klikt u op Verbindingsbestanden op het netwerk.

Deze lijst wordt gemaakt van een DCL (Data Connection Library, gegevensverbindingsbibliotheek) op een Microsoft Office SharePoint Server 2007- of Microsoft SharePoint Server 2010-site. Een DCL is een documentbibliotheek op een SharePoint Foundation-site die een verzameling ODC-bestanden (Office Data Connection) bevat. Een DCL wordt doorgaans opgezet door een sitebeheerder, die ook de SharePoint-site kan instellen voor het weergeven van ODC-bestanden vanuit deze DCL in het dialoogvenster Externe verbindingen.

  1. Tip    Als u de gewenste verbinding niet ziet, kunt u een verbinding maken. Klik op Bladeren naar meer en klik in het dialoogvenster Gegevensbron selecteren op Nieuwe bron om de wizard Gegevensverbinding te starten, zodat u de gegevensbron kunt selecteren waarmee u verbinding wilt maken.
  2. Opmerking    Als u een verbinding uit de categorie Verbindingsbestanden op het netwerk of Verbindingsbestanden op deze computer selecteert, wordt het verbindingsbestand als een nieuwe werkmapverbinding naar de werkmap gekopieerd en vervolgens gebruikt als de nieuwe verbindingsgegevens.
  3. Schakel in het dialoogvenster Velden kiezen het selectievakje in van de velden waarvoor u een slicer wilt maken.
  4. Klik op OK.

Er wordt een slicer gemaakt voor elk veld dat u hebt geselecteerd.

Terug naar boven Terug naar boven

Een slicer opmaken

  1. Klik op de slicer die u wilt opmaken.

Hiermee geeft u de Slicerhulpprogramma's weer en wordt het tabblad Opties beschikbaar.

  1. Ga naar het tabblad Opties en klik in de groep Slicerstijlen op de gewenste stijl.

Als u alle beschikbare stijlen wilt zien, klikt u op de knop MeerAfbeelding van knop.

Afbeelding van Excel-lint

Terug naar boven Terug naar boven

Een slicer delen door een verbinding te maken met een andere draaitabel

U kunt een slicer met een andere draaitabel delen door de slicer te verbinden met die draaitabel. U kunt ook een slicer uit een andere draaitabel invoegen door verbinding te maken met die draaitabel.

Een slicer beschikbaar maken voor gebruik in een andere draaitabel

  1. Klik op de slicer die u wilt delen met een andere draaitabel.

Hiermee geeft u de Slicerhulpprogramma's weer en wordt het tabblad Opties beschikbaar.

  1. Ga naar het tabblad Opties en klik in de groep Slicer op Draaitabelverbindingen.

Afbeelding van Excel-lint

  1. Schakel in het dialoogvenster Draaitabelverbindingen de selectievakjes in van de draaitabellen waarin de slicer beschikbaar moet zijn.

Een slicer uit een andere draaitabel gebruiken

  1. Maak een verbinding met de draaitabel die de slicer bevat die u wilt delen:
    1. Klik op het tabblad Gegevens in de groep Externe gegevens ophalen op Bestaande verbindingen.

Afbeelding van Excel-lint

  1. Zorg ervoor dat in het dialoogvenster Bestaande verbindingen in het vak Weergeven de optie Alle verbindingen is geselecteerd.

Tip    Als u de gewenste verbinding niet ziet, kunt u een verbinding maken. Klik op Bladeren naar meer en klik in het dialoogvenster Gegevensbron selecteren op Nieuwe bron om de wizard Gegevensverbinding te starten. Met deze wizard kunt u de gegevensbron selecteren waarmee u verbinding wilt maken.

  1. Selecteer de gewenste verbinding en klik op Openen.
  2. Klik in het dialoogvenster Gegevens importeren onder Selecteer de manier waarop u deze gegevens in de werkmap wilt weergeven op Draaitabelrapport.
  1. Klik op een willekeurige plaats in het draaitabelrapport waarvoor u een slicer uit een andere draaitabel wilt invoegen.

Hiermee geeft u de Hulpmiddelen voor draaitabellen weer en worden de tabbladen Opties en Ontwerpen beschikbaar.

  1. Klik op het tabblad Opties in de groep Sorteren en filteren op de pijl Slicer invoegen en klik vervolgens op Slicerverbindingen.

Afbeelding van Excel-lint

  1. Schakel in het dialoogvenster Slicerverbindingen de selectievakjes in van de slicers die u wilt gebruiken.
  2. Klik op OK.

Er wordt een slicer weergegeven voor elk selectievakje dat u hebt ingeschakeld.

  1. Klik in elke slicer op de items waarop u wilt filteren.

Als u meerdere items wilt selecteren, houdt u Ctrl ingedrukt en klikt u op de items die u wilt filteren.

Opmerking    In alle draaitabellen die de slicer delen, wordt onmiddellijk dezelfde filterstatus weergegeven.

Terug naar boven Terug naar boven

De verbinding met een slicer verbreken of een slicer verwijderen

Als u een slicer niet meer nodig hebt, kunt u de verbinding met het draaitabelrapport verbreken of de slicer verwijderen.

De verbinding met een slicer verbreken

  1. Klik op een willekeurige plaats in het draaitabelrapport waarvoor u de verbinding met een slicer wilt verbreken.

Hiermee geeft u de Hulpmiddelen voor draaitabellen weer en worden de tabbladen Opties en Ontwerpen beschikbaar.

  1. Klik op het tabblad Opties in de groep Sorteren en filteren op de pijl Slicer invoegen en klik vervolgens op Slicerverbindingen.

Afbeelding van Excel-lint

  1. Schakel in het dialoogvenster Slicerverbindingen de selectievakjes uit van de draaitabelvelden waarvoor u de verbinding met een slicer wilt verbreken.

Een slicer verwijderen

Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Klik op de slicer en druk vervolgens op Delete.
  • Klik met de rechtermuisknop op de slicer en klik vervolgens op <Naam van slicer> verwijderen.

Terug naar boven Terug naar boven

 
 
Van toepassing op:
Excel 2010