Een effect voor een afbeelding toevoegen of wijzigen

U kunt een afbeelding verfraaien door er effecten zoals schaduwen, gloed, weerspiegelingen, vloeiende randen, schuine randen en 3D-draaiingen aan toe te voegen. U kunt ook een artistiek effect aan een afbeelding toevoegen of de helderheid, het contrast of het vervagen van een afbeelding wijzigen.

  1. Klik op de afbeelding waaraan u een effect wilt toevoegen.

Als u hetzelfde effect aan meerdere afbeeldingen wilt toevoegen, klikt u op de eerste afbeelding en houdt u Ctrl ingedrukt terwijl u op de andere afbeeldingen klikt. Als u Microsoft Word gebruikt, dient u de afbeeldingen te kopiëren naar het tekenpapier (tekenpapier: een gebied waarin u meerdere vormen kunt tekenen. Omdat de vormen op het tekenpapier staan, kunt u ze als een eenheid verplaatsen en vergroten of verkleinen.) als ze daar nog niet op staan. (Nadat u het effect hebt toegevoegd of gewijzigd, kunt u de afbeeldingen terugkopiëren naar de oorspronkelijke locatie in het document.)

  1. Ga naar het tabblad Opmaak en klik onder Hulpmiddelen voor afbeeldingen in de groep Afbeeldingstijlen op Afbeeldingeffecten.

Het lint in Office 2010

Als u de tabbladen Hulpmiddelen voor afbeeldingen of Opmaak niet ziet, dubbelklikt u op de afbeelding om deze te selecteren. Als de tekst [Compatibiliteitsmodus] naast de bestandsnaam boven aan het programmavenster verschijnt, dient u uw document op te slaan in een indeling als *.docx of *.xlsx in plaats van een oudere bestandsindeling zoals *.doc of *.xls en het vervolgens opnieuw te proberen.

  1. Voer een of meer van de volgende bewerkingen uit:
    • Als u een ingebouwde combinatie van effecten wilt toevoegen of wijzigen, wijst u Standaard aan en klikt u op het gewenste effect.

Als u het ingebouwde effect wilt aanpassen, klikt u op 3D-opties en kiest u de gewenste opties.

  • Als u een schaduw wilt toevoegen of wijzigen, wijst u Schaduw aan en klikt u op de gewenste schaduw.

Als u de schaduw wilt aanpassen, klikt u op Schaduwopties en kiest u de gewenste opties.

  • Als u een weerspiegeling wilt toevoegen of wijzigen, wijst u Weerspiegeling aan en klikt u op de gewenste weerspiegelingsvariant.

Als u de weerspiegeling wilt aanpassen, klikt u op Opties voor weerspiegeling en past u de gewenste opties aan.

  • Als u een gloed wilt toevoegen of wijzigen, wijst u Gloed aan en klikt u op de gewenste gloedvariant.

U kunt de kleuren van de gloed aanpassen door op Meer gloedkleuren te klikken en vervolgens de gewenste kleur te kiezen. Als u een kleur wilt wijzigen die niet beschikbaar is in de themakleuren (themakleuren: een set kleuren die in een bestand wordt gebruikt. Themakleuren, themalettertypen en thema-effecten vormen een thema.), klikt u op Meer kleuren en klikt u op de gewenste kleur op het tabblad Standaard of stelt u uw eigen kleur samen op het tabblad Aangepast . Aangepaste kleuren en kleuren op het tabblad Standaard worden niet bijgewerkt als u het thema (thema: een verzameling van uniforme ontwerpelementen, waaronder kleurencombinaties, lettertypen en grafische afbeeldingen, waarmee u bepaalt hoe een document eruitziet.)van het document later wijzigt.

Als u de gloedvariaties wilt aanpassen, klikt u op Opties voor gloed en past u vervolgens de gewenste opties aan.

  • U kunt een vloeiende rand toevoegen of wijzigen door Vloeiende randen aan te wijzen en vervolgens op het gewenste formaat voor de vloeiende rand te klikken.

Als u de vloeiende randen wilt aanpassen, klikt u op Opties voor vloeiende randen en past u vervolgens de gewenste opties aan.

  • Als u een schuine rand wilt toevoegen of wijzigen, wijst u Schuine rand aan en klikt u op de gewenste schuine rand.

Als u de schuine rand wilt aanpassen, klikt u op 3D-opties en past u vervolgens de gewenste opties aan.

  • Als u een 3D-draaiing wilt toevoegen of wijzigen, wijst u 3D-draaiing aan en klikt u op de gewenste draaiing.

U kunt de draaiing aanpassen door op Opties voor 3D-draaiing te klikken en vervolgens de gewenste opties aan te passen.

 Opmerkingen 

  • Klik op Help Help button image boven aan het dialoogvenster Afbeelding opmaken voor meer informatie over de opties in deze deelvensters.
  • Als u een effect wilt verwijderen dat u aan de afbeelding hebt toegevoegd, wijst u met de muisaanwijzer de menuoptie voor het effect aan en klikt u vervolgens op de optie voor verwijdering van het effect. Als u bijvoorbeeld een schaduw wilt verwijderen, wijst u Schaduw aan en klikt u vervolgens op de eerste optie, Geen schaduw.

Terug naar boven Terug naar boven

 
 
Van toepassing op:
Excel 2010, Outlook 2010, PowerPoint 2010, Word 2010