Een afbeelding bijsnijden

Met de verbeterde hulpmiddelen voor bijsnijden (bijsnijden: verticale of horizontale randen van een object afsnijden. Afbeeldingen worden vaak bijgesneden om een bepaald gedeelte te benadrukken.) kunt u ongewenste gedeelten van afbeeldingen bijsnijden en efficiënt, zodat afbeeldingen er precies zo uitzien als u wenst. Raadpleeg Een achtergrond van een afbeelding verwijderen om de achtergrond van een afbeelding te verwijderen.

Wat wilt u doen?


Overzicht van bijsnijden

Met bijsnijden (bijsnijden: verticale of horizontale randen van een object afsnijden. Afbeeldingen worden vaak bijgesneden om een bepaald gedeelte te benadrukken.) verwijdert of maskeert u gebieden van een afbeelding (afbeelding: een bestand (zoals een metabestand) dat u als groep kunt opheffen en bewerken als twee of meer objecten. Of een bestand dat als één object kan worden bewerkt (zoals een bitmap).) die u niet wilt weergeven door de verticale of horizontale randen te verkleinen. Bijsnijden wordt vaak gebruikt om een deel van een figuur te verbergen of af te snijden, om bepaalde gedeelten te benadrukken of ongewenste gedeelten te verwijderen.

De bijsnijdfunctie is verbeterd. U kunt nu eenvoudig bijsnijden tot een bepaalde vorm, ter aanpassing aan of opvulling van een vorm of tot een veelgebruikte hoogte-breedteverhouding (hoogte-/breedteverhouding: de verhouding tussen de breedte en de hoogte van een afbeelding. Deze verhouding kan behouden blijven wanneer het formaat van een afbeelding wordt aangepast.) voor de afbeelding.

Voorbeeld van een afbeelding voor en na bijsnijden

Terug naar boven Terug naar boven

Een afbeelding bijsnijden

  1. Selecteer de afbeelding die u wilt bijsnijden.
  2. Klik onder Hulpmiddelen voor afbeeldingen op het tabblad Opmaak in de groep Grootte op Bijsnijden.

Afbeelding PowerPoint-lint

Groep Formaat op tabblad Opmaak onder Hulpmiddelen voor afbeeldingen in PowerPoint

 Opmerking   Als de tabbladen Hulpmiddelen voor afbeeldingen en Opmaak niet worden weergegeven, controleert u of u een afbeelding hebt geselecteerd. U moet mogelijk op de afbeelding dubbelklikken om deze te selecteren en het tabblad Opmaak te openen.

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Als u één zijde wilt bijsnijden, sleept u de middengreep voor bijsnijden aan die zijde naar binnen.
    • Als u twee zijden tegelijk in dezelfde mate wilt bijsnijden, houdt u Ctrl ingedrukt terwijl u de middengreep voor bijsnijden aan een van beide zijden naar binnen sleept.
    • Als u alle vier de zijden tegelijk in dezelfde mate wilt bijsnijden, houdt u Ctrl ingedrukt terwijl u een hoekgreep voor bijsnijden naar binnen sleept.
  2. Als u de bijsnijding wilt plaatsen, verplaatst u het bijsnijdgebied (door de randen van de rechthoek te verslepen) of de afbeelding.
  3. Druk als u klaar bent op Esc.

 Opmerkingen 

Terug naar boven Terug naar boven

Bijsnijden tot een bepaalde vorm

Een snelle manier om de vorm van de afbeelding te wijzigen is deze bijsnijden tot een bepaalde vorm. Wanneer u bijsnijdt tot een bepaalde vorm, wordt de afbeelding automatisch zodanig bijgesneden dat deze de geometrie van de vorm vult en dat de verhoudingen van de afbeelding behouden blijven.

  1. Selecteer de afbeelding of afbeeldingen die u wilt bijsnijden tot een bepaalde vorm.

Als u meerdere afbeeldingen bijsnijdt, moet u bijsnijden tot dezelfde vorm. Als u wilt bijsnijden tot verschillende vormen, snijdt u de afbeeldingen afzonderlijk bij.

  1. Klik onder Hulpmiddelen voor afbeeldingen op het tabblad Opmaak in de groep Grootte op de pijl onder Bijsnijden.

Lijst na klikken op de knop Bijsnijden

 Opmerking   Als de tabbladen Hulpmiddelen voor afbeeldingen en Opmaak niet worden weergegeven, controleert u of u een afbeelding hebt geselecteerd. U moet mogelijk op de afbeelding dubbelklikken om deze te selecteren en het tabblad Opmaak te openen.

  1. Klik op Bijsnijden op vorm en klik vervolgens op de vorm waarop u wilt bijsnijden.

 Tip   Als u dezelfde afbeelding wilt gebruiken voor verschillende vormen, maakt u een kopie of kopieën van de afbeelding en snijdt u vervolgens elke afbeelding afzonderlijk bij tot de gewenste vorm.

Terug naar boven Terug naar boven

Bijsnijden tot een veelgebruikte hoogte-breedteverhouding

Soms wilt u de afbeelding bijsnijden tot een veelgebruikte foto- of hoogte-breedteverhouding (hoogte-/breedteverhouding: de verhouding tussen de breedte en de hoogte van een afbeelding. Deze verhouding kan behouden blijven wanneer het formaat van een afbeelding wordt aangepast.), zodat deze gemakkelijk in een fotolijstje past. Dit is ook een goede manier om de verhoudingen van de afbeelding te bekijken wanneer u deze bijsnijdt.

  1. Selecteer de afbeelding die u wilt bijsnijden tot een veelgebruikte hoogte-breedteverhouding.
  2. Klik onder Hulpmiddelen voor afbeeldingen op het tabblad Opmaak in de groep Grootte op de pijl onder Bijsnijden.

Lijst na klikken op de knop Bijsnijden

 Opmerking   Als de tabbladen Hulpmiddelen voor afbeeldingen en Opmaak niet worden weergegeven, controleert u of u een afbeelding hebt geselecteerd. U moet mogelijk op de afbeelding dubbelklikken om deze te selecteren en het tabblad Opmaak te openen.

  1. Wijs Hoogte-breedteverhouding aan en klik op de gewenste verhouding.
  2. Druk als u klaar bent op Esc.

Terug naar boven Terug naar boven

Bijsnijden ter aanpassing aan of opvulling van een vorm

Als u een gedeelte van de afbeelding wilt verwijderen, maar de vorm toch wilt vullen met een zo groot mogelijk deel van de afbeelding, moet u kiezen voor Opvulling. Wanneer u deze optie kiest, worden sommige randen van de afbeelding niet weergegeven, maar blijft de oorspronkelijke hoogte-breedteverhouding (hoogte-/breedteverhouding: de verhouding tussen de breedte en de hoogte van een afbeelding. Deze verhouding kan behouden blijven wanneer het formaat van een afbeelding wordt aangepast.) van de afbeelding behouden. Als u de volledige afbeelding wilt opnemen in de vorm, moet u kiezen voor Aanpassen. De hoogte-breedteverhouding van de oorspronkelijke afbeelding blijft dan behouden.

  1. Selecteer de afbeelding die u wilt bijsnijden ter aanpassing aan of opvulling van een vorm.
  2. Klik onder Hulpmiddelen voor afbeeldingen op het tabblad Opmaak in de groep Grootte op de pijl onder Bijsnijden.

Lijst na klikken op de knop Bijsnijden

 Opmerking   Als de tabbladen Hulpmiddelen voor afbeeldingen en Opmaak niet worden weergegeven, controleert u of u een afbeelding hebt geselecteerd. U moet mogelijk op de afbeelding dubbelklikken om deze te selecteren en het tabblad Opmaak te openen.

  1. Klik op Opvulling of Aanpassen.
  2. Druk als u klaar bent op Esc.

Terug naar boven Terug naar boven

Bijgesneden gebieden van afbeelding verwijderen

Zelfs nadat u delen van een afbeelding hebt bijgesneden (bijsnijden: verticale of horizontale randen van een object afsnijden. Afbeeldingen worden vaak bijgesneden om een bepaald gedeelte te benadrukken.), blijven de bijgesneden delen deel uitmaken van het afbeeldingsbestand. U kunt het bestand kleiner maken door de bijsnijdingen uit het afbeeldingsbestand te verwijderen. Het is ook verstandig om dit te doen om te voorkomen dat anderen de gedeelten van de afbeelding kunnen zien die u hebt verwijderd.

 Belangrijk   Deze bewerking kan niet ongedaan worden gemaakt. Daarom moet u deze pas uitvoeren als u zeker weet dat u alle gewenste bijsnijdingen en wijzigingen hebt aangebracht.

  1. Klik op de afbeelding of afbeeldingen waaruit u ongewenste informatie wilt verwijderen.
  2. Klik onder Hulpmiddelen voor afbeeldingen op het tabblad Opmaak in de groep Aanpassen op Afbeeldingen comprimeren.

Afbeelding PowerPoint-lint

 Opmerking   Als de tabbladen Hulpmiddelen voor afbeeldingen en Opmaak niet worden weergegeven, controleert u of u een afbeelding hebt geselecteerd. U moet mogelijk op de afbeelding dubbelklikken om deze te selecteren en het tabblad Opmaak te openen.

  1. Schakel onder Compressieopties het selectievakje Bijgesneden gebieden van afbeeldingen verwijderen in.

Als u alleen bijsnijdingen wilt verwijderen voor de geselecteerde afbeelding(en) en niet voor alle afbeeldingen in het bestand, schakelt u het selectievakje Alleen op deze afbeelding toepassen in.

 Tip   Raadpleeg Bestandsgrootte van een afbeelding verkleinen voor meer informatie over het verkleinen van de bestandsgrootte van de afbeeldingen en over het comprimeren van afbeeldingen.

 
 
Van toepassing op:
Excel 2010, Outlook 2010, PowerPoint 2010, Word 2010