Als u een SmartArt-afbeelding maakt, kunt u een indeling kiezen uit een SmartArt-afbeeldingscategorie of -type. Elk type bevat verschillende indelingen. U kunt bijvoorbeeld de indeling Radiaalcyclus kiezen in het type Cyclus.
In dit artikel
SmartArt-afbeeldingsindelingen en -typen wijzigen (overzicht)
Sommige SmartArt-afbeeldingsindelingen bevatten een vast aantal vormen. Zo kan de indeling Neutraliserende pijlen in het type Relatie slechts twee tegengestelde ideeën of concepten voorstellen en kunnen slechts twee van de vormen tekst bevatten.
Als u meer dan twee ideeën wilt overbrengen, kiest u een indeling met meer dan twee vormen voor tekst, zoals de indeling Piramidelijst. Let op dat de ogenschijnlijke betekenis van uw informatie kan veranderen als u een andere SmartArt-afbeeldingsindeling kiest. Zo heeft een indeling waarbij alle pijlen naar rechts wijzen, zoals Eenvoudig proces in het type Proces, een andere betekenis dan een SmartArt-afbeelding met een pijl die een cirkel vormt, zoals Continue cyclus in het type Cyclus.
In de meeste SmartArt-afbeeldingsindelingen kunt u zowel vormen toevoegen als verwijderen. Ook kunt u de verschillende vormen verplaatsen. U kunt dus een indeling kiezen waarbij uw gegevens het best worden weergegeven. De uitlijning en de positie van de vormen worden automatisch bijgewerkt wanneer u vormen toevoegt of verwijdert of wanneer u de tekst bewerkt. Dit gebeurt op basis van het aantal vormen en de hoeveelheid tekst die zich binnen de vormen bevindt.
Als u een SmartArt-afbeelding wijzigt en later de indeling van de SmartArt-afbeelding aanpast, is het mogelijk dat bepaalde wijzigingen niet naar de nieuwe indeling worden overgebracht. Als u echter naar de oorspronkelijke indeling terugkeert voordat u het huidige 2007 Microsoft Office system-document hebt opgeslagen en gesloten, worden alle wijzigingen wel weer in de oorspronkelijke indeling weergegeven.
Sommige wijzigingen worden niet overgebracht, omdat deze er in de nieuwe indeling niet goed uit zouden zien. In de volgende tabel wordt aangegeven welke wijzigingen worden opgeslagen en welke verloren gaan.
| Wijzigingen die worden overgebracht |
Wijzigingen die niet worden overgebracht |
| Kleuren (inclusief lijn- en opvulstijlen) |
Vormen draaien |
| Stijlen (zowel toegepast op afzonderlijke vormen als op de gehele SmartArt-afbeelding) |
Vormen spiegelen |
| Effecten (zoals schaduw, weerspiegeling, schuine randen en gloed) |
Vormen verplaatsen |
| Tekst opmaken |
Het formaat van vormen wijzigen |
|
Wijzigingen in de geometrie van een vorm (bijvoorbeeld van een cirkel naar een vierkant) |
|
Wijzigingen in de richting (van rechts naar links of van links naar rechts) |
Terug naar boven
De indeling van een SmartArt-afbeelding wijzigen
- Klik op de SmartArt-afbeelding waarvan u de indeling wilt wijzigen.
- Selecteer onder Hulpmiddelen voor SmartArt het tabblad Ontwerpen en klik in de groep Indelingen op de gewenste indeling.
Als u alle indelingen wilt zien die binnen een bepaald type beschikbaar zijn, klikt u in de groep Indelingen op de knop Meer
naast de miniatuur van de indeling. Als u alle typen en indelingen wilt zien, klikt u op Meer indelingen.
Terug naar boven
Het type SmartArt-afbeelding wijzigen
- Klik op de SmartArt-afbeelding waarvan u het type wilt wijzigen.
- Selecteer onder Hulpmiddelen voor SmartArt het tabblad Ontwerpen, klik in de groep Indelingen op de knop Meer
en klik vervolgens op Meer indelingen.
- Klik op het gewenste type en de gewenste indeling.
Terug naar boven