Datums bij elkaar optellen of van elkaar aftrekken

Stel dat u een planningsdatum wilt aanpassen door er twee weken aan toe te voegen om te zien wat dan de nieuwe voltooiingsdatum wordt of dat u wilt bepalen hoe lang een bepaalde activiteit in een lijst met projecttaken zal duren. U kunt een aantal dagen bij een datum optellen of van een datum aftrekken in een eenvoudige formule of u kunt functies gebruiken die speciaal zijn ontworpen om met datums te werken in Excel.

In dit artikel


Terug naar boven Terug naar boven

Dagen bij een datum optellen of van een datum aftrekken

Stel dat u een factuur moet betalen op 8 februari 2008. U wilt een bedrag naar uw bankrekening overmaken zodat het bedrag 15 dagen vóór die datum op de rekening staat. Bovendien weet u dat uw rekening een betaalcyclus van 30 dagen heeft en u wilt bepalen wanneer u geld moet overmaken voor de factuur van maart 2008 zodat dat het geld 15 dagen voor die datum beschikbaar is.

  1. Typ 8/2/08 in cel A1.
  2. Typ =A1-15 in cel B1.
  3. Typ =A1+30 in cel C1.
  4. Typ =C1-15 in cel D1.

In de cellen A1 en C1 worden de einddatums (8-02-08 en 9-03-08) weergegeven voor de rekeningsaldi in februari en maart en in de cellen B1 en D1 worden de datums (24-01-08 en 23-02-08) weergegeven waarop u geld moet overmaken voor die einddatums.

Terug naar boven Terug naar boven

Maanden bij een datum optellen of van een datum aftrekken

Met de functie ZELFDE.DAG kunt u snel een bepaald aantal hele maanden bij een datum optellen of van een datum aftrekken.

De functie ZELFDE.DAG heeft twee waarden (ook argumenten genoemd) nodig: de begindatum en het aantal maanden dat u wilt optellen of aftrekken. Als u maanden wilt aftrekken, voert u een negatief getal in als het tweede argument (bijvoorbeeld =ZELFDE.DAG("15-02-08";-5). Het resultaat van deze formule is de datum 15-09-07.

U kunt de waarde van de begindatum opgeven door te verwijzen naar een cel die een datumwaarde bevat of door een datum tussen aanhalingstekens in te voeren, bijvoorbeeld "15-02-08".

U wilt bijvoorbeeld 16 maanden optellen bij 16 oktober 2007.

  1. Typ 16-10-07 in cel A5.
  2. Typ =ZELFDE.DAG(A5;16) in cel B5.

De functie gebruikt de waarde in cel A5 als de datum.

  1. Typ =ZELFDE.DAG("16-10-07";16) in cel C5.

In dit geval gebruikt de functie een datumwaarde die u rechtstreeks invoert, "16-10-07".

Zowel in B5 als in C5 moet de datum 16-02-09 worden weergegeven.

 Opmerking   Afhankelijk van de notatie van de cellen die de formules bevatten die u hebt ingevoerd, kunnen de resultaten worden weergegeven als seriële getallen . In dit geval kan 16-02-09 worden weergegeven als 39860.

In Excel worden datums als seriële getallen opgeslagen, zodat ze kunnen worden gebruikt in berekeningen. Standaard is 1 januari 1900 het seriële getal 1 en 1 januari 2008 is het seriële getal 39448 omdat dit 39.447 dagen na 1 januari 1900 is. In Microsoft Excel voor de Macintosh worden standaard een ander datumsysteem gebruikt.

  1. Als uw resultaten als seriële getallen worden weergegeven, selecteert u de cellen B5 en C5 en voert u de volgende stappen uit.
  2. Klik op het tabblad Start in de groep Cellen op Opmaak en klik vervolgens op Cellen opmaken.
  3. Open in het dialoogvenster Cellen opmaken het tabblad Getal.
  4. Klik onder Categorie op Datum en klik vervolgens op OK. De waarde in de cellen moet nu als een datum worden weergegeven in plaats van een serieel getal.

Terug naar boven Terug naar boven

Jaren bij een datum optellen of van een datum aftrekken

Het voorbeeld is mogelijk beter te begrijpen als u het naar een leeg werkblad kopieert.

WeergevenHoe kopieer ik een voorbeeld?

  • Selecteer het voorbeeld in dit artikel. Als u het voorbeeld naar Excel Web App kopieert, kopieert en plakt u één cel tegelijk.

 Belangrijk   Selecteer geen rij- of kolomkoppen.

Selecteer een voorbeeld in een Help-onderwerp

Een voorbeeld selecteren in een Help-onderwerp
  • Druk op Ctrl+C.
  • Maak een lege werkmap of leeg werkblad.
  • Selecteer cel A1 in het werkblad en druk op Ctrl+V. Als u in Excel Web App werkt, herhaalt u het kopiëren en plakken voor elke cel in het voorbeeld.

 Belangrijk   Het voorbeeld werkt alleen naar behoren, als u het in cel A1 van het werkblad plakt.

  • Als u afwisselend de resultaten en de bijbehorende formules wilt weergeven, drukt u op Ctrl+` (accent grave). U kunt ook op het tabblad Formules in de groep Formules controleren op de knop Formules weergeven klikken.

Nadat u het voorbeeld naar een leeg werkblad hebt gekopieerd, kunt u het naar eigen inzicht aanpassen.


 
1
2
3
4
5

6

7

8
A B
Datum Op te tellen (of af te trekken) jaren
9-6-2007 3
2-9-2007 -5
10-12-2008 25
Formule Beschrijving (resultaat)
=DATUM(JAAR(A2)+B2;MAAND(A2);DAG(A2)) 3 jaar optellen bij 9-06-2007 (9-6-2010)
=DATUM(JAAR(A3)+B3;MAAND(A3);DAG(A3)) 5 jaar aftrekken van 2-9-2007 (2-9-2002)
=DATUM(JAAR(A4)+B4;MAAND(A4);DAG(A4)) 25 jaar optellen bij 10-12-2008 (10-12-2033)

De werking van de formule

In elk van de drie formules wordt een bepaald aantal jaren uit kolom B opgeteld bij het jaar dat wordt afgeleid uit de datum in kolom A.

In cel A6 wordt bijvoorbeeld de functie JAAR gebruikt met de datum in cel A2 (9-6-2007) en is het jaar 2007 het resultaat. Vervolgens wordt 3 (de waarde in B2) opgeteld bij het jaar en is 2010 het resultaat. In dezelfde formule retourneert de functie MAAND de waarde 6 en retourneert de functie DAG de waarde 9. In de functie DATUM worden deze drie waarden vervolgens gecombineerd tot een datum die drie jaar later is, namelijk 9-6-2010.

Met een soortgelijk formule kunt u maanden optellen bij een datum. Met de gegevens uit het vorige voorbeeld kunt u negen maanden bij de datum 9-6-2007 optellen met de volgende formule: =DATUM(JAAR(A2);MAAND(A2)+9;DAG(A2)). Het resultaat van deze formule is de datum 9-3-2008.

Terug naar boven Terug naar boven

Een combinatie van dagen, maanden en jaren optellen bij een datum

Het voorbeeld is mogelijk beter te begrijpen als u het naar een leeg werkblad kopieert.

WeergevenHoe kopieer ik een voorbeeld?

  • Selecteer het voorbeeld in dit artikel. Als u het voorbeeld naar Excel Web App kopieert, kopieert en plakt u één cel tegelijk.

 Belangrijk   Selecteer geen rij- of kolomkoppen.

Selecteer een voorbeeld in een Help-onderwerp

Een voorbeeld selecteren in een Help-onderwerp
  • Druk op Ctrl+C.
  • Maak een lege werkmap of leeg werkblad.
  • Selecteer cel A1 in het werkblad en druk op Ctrl+V. Als u in Excel Web App werkt, herhaalt u het kopiëren en plakken voor elke cel in het voorbeeld.

 Belangrijk   Het voorbeeld werkt alleen naar behoren, als u het in cel A1 van het werkblad plakt.

  • Als u afwisselend de resultaten en de bijbehorende formules wilt weergeven, drukt u op Ctrl+` (accent grave). U kunt ook op het tabblad Formules in de groep Formules controleren op de knop Formules weergeven klikken.

Nadat u het voorbeeld naar een leeg werkblad hebt gekopieerd, kunt u het naar eigen inzicht aanpassen.


 
1
2
3

4

5
A B
Datum
9-6-2007
Formule Beschrijving (resultaat)
=DATUM(JAAR(A2)+3;MAAND(A2)+1;DAG(A2)+5) 3 jaar, 1 maand en 5 dagen optellen bij 9-6-2007 (14-7-2010)
=DATUM(JAAR(A2)+1;MAAND(A2)+7;DAG(A2)+5) 1 jaar, 7 maanden en 5 dagen optellen bij 9-6-2007 (14-1-2009)

De formules in het voorbeeld hebben de volgende argumenten (een argument is een waarde die in een functie wordt ingevoerd).


Formule waarmee datums bij elkaar worden opgeteld

Formule waarmee datums bij elkaar worden opgeteld

Toelichting 1 begindatum: een datum of een verwijzing naar een cel met een datum.

Toelichting 2 dag_optellen: het aantal dagen dat bij de datum moet worden opgeteld.

Toelichting 3 maand_optellen: het aantal maanden dat bij de datum moet worden opgeteld.

Toelichting 4 jaar_optellen: het aantal jaren dat bij de datum moet worden opgeteld.

De werking van de formule

In elke formule wordt een bepaald aantal jaren, maanden en dagen opgeteld bij de datum in de cel A2.

In cel A5 (de eerste formule) wordt bijvoorbeeld de functie JAAR gebruikt met de datum in cel A2 (9-6-2007) en is het jaar 2007 het resultaat. Vervolgens wordt 1 bij het jaar opgeteld zodat 2008 het resultaat is. Het resultaat van de functie MAAND is de waarde 6 en bij die waarde worden 7 maanden opgeteld. Omdat het totaal van 6 maanden plus 7 maanden 13 maanden is, telt de functie DATUM 1 jaar op bij het jaar zodat 2009 het resultaat is. De functie DATUM trekt vervolgens 12 af van de maand waardoor de waarde 1 het resultaat voor de maand is. Het resultaat van de functie DAG is de waarde 9 en daarbij worden 5 dagen opgeteld zodat het resultaat 14 is. Ten slotte worden in de functie DATUM deze drie waarden (2009, 1 en 14) gecombineerd tot een datum die één jaar, zeven maanden en vijf dagen later is, namelijk 14-1-2009.

Terug naar boven Terug naar boven

 
 
Van toepassing op:
Excel 2007