Uw gegevens beschermen met behulp van back-ups die u kunt terugzetten

U hebt een back-upkopie van uw database nodig om de volledige database te kunnen herstellen, wanneer er een systeemfout optreedt, of om een object terug te zetten, wanneer u een fout niet kunt herstellen met de opdracht Ongedaan maken.

Als een back-upkopie van de database verspilde opslagruimte lijkt, bedenk dan eens hoeveel tijd het u zou kosten om alle gegevens opnieuw te verzamelen en in te voeren en de database opnieuw te ontwerpen, wanneer deze onherstelbaar beschadigd blijkt te zijn. Ook wanneer meerdere gebruikers uw database bijwerken, is het belangrijk om geregeld een back-up te maken. Zonder back-upkopie kunt u beschadigde of ontbrekende objecten of wijzigingen in het ontwerp van de database niet herstellen.

In dit artikel


Regelmatige back-ups plannen

Omdat bepaalde wijzigingen of fouten niet zomaar ongedaan kunnen worden gemaakt, is het van groot belang dat u een back-upkopie van de database maakt voordat er gegevens verloren gaan. Als u bijvoorbeeld een actiequery (actiequery: een query waarmee u gegevens kopieert of wijzigt. Toevoeg-, verwijder-, tabelmaak- en bijwerkquery's zijn actiequery's. U kunt deze query's herkennen aan het uitroepteken (!) voor de naam in het navigatiedeelvenster.) gebruikt om records te verwijderen of gegevens te wijzigen, kunnen waarden die door de query zijn bijgewerkt, niet worden hersteld met Ongedaan maken.

 Tip   Het is raadzaam een back-up te maken voordat u een actiequery uitvoert, vooral als u met de query een grote hoeveelheid gegevens wilt wijzigen of verwijderen.

Als uw database meerdere gebruikers heeft, moet u voordat u een back-up maakt, zorgen dat alle gebruikers de database hebben gesloten, zodat alle wijzigingen in de gegevens worden opgeslagen.

Hoe vaak moet u een back-upkopie van de database maken? Dit hangt meestal af van de frequentie van belangrijke wijzigingen in de database. Hieronder vindt u enkele algemene richtlijnen, zodat u de frequentie kunt bepalen:

  • Als de database een archief is of alleen voor naslaginformatie wordt gebruikt en zelden wordt gewijzigd, is het voldoende om alleen na wijzigingen van het ontwerp of de gegevens een back-up te maken.
  • Als de database actief is en de gegevens regelmatig worden gewijzigd, stelt u een schema op om geregeld back-ups van de database te maken.
  • Als de database meerdere gebruikers heeft, maakt u een back-upkopie van de database wanneer het ontwerp wordt gewijzigd.

 Opmerking   Voor gegevens in een gekoppelde tabel (gekoppelde tabel: een tabel die is opgeslagen in een bestand buiten de geopende database vanwaar Access toegang tot records kan krijgen. U kunt records in een gekoppelde tabel bewerken, toevoegen en verwijderen, maar u kunt niet de structuur van de tabel wijzigen.) maakt u een back-up via de beschikbare back-upfuncties in het programma waarin de gekoppelde tabellen worden gebruikt. Als de database met de gekoppelde tabellen een Access-database is, volgt u de procedure in de sectie Een back-up maken van een gesplitste database.

Terug naar boven Terug naar boven

Een back-up maken van een database

Als u in Access een back-up maakt van een database, worden objecten die geopend zijn in de ontwerpweergave, opgeslagen en gesloten, en wordt een kopie van het databasebestand opgeslagen onder de naam die u opgeeft en op een locatie die u bepaalt.

 Opmerking   De waarde van de eigenschap Standaardweergave van de objecten is bepalend voor de objecten die opnieuw worden geopend.

  1. Open de database waarvan u een back-upkopie wilt maken.
  2. Klik op de Microsoft Backstage-knop Microsoft Backstage-knop.
  1. Klik op Delen.
  2. Klik op Database back-up in Database opslaan als onder Geavanceerd.
  3. Bekijk de naam van de back-up in het dialoogvenster Opslaan als in het vak Bestandsnaam.

U kunt de naam desgewenst wijzigen; de naam van het oorspronkelijke databasebestand en de datum waarop u de back-up maakt, worden vastgelegd in de standaardnaam.

 Tip   Wanneer u gegevens of objecten terugzet met behulp van een back-up, moet u weten van welke database de back-up afkomstig is en wanneer de back-up is gemaakt. Het is daarom meestal aan te raden de standaardbestandsnaam te gebruiken.

  1. Selecteer in de lijst Opslaan als type in welk bestandstype de back-up van de database moet worden opgeslagen en klik op Opslaan.

Terug naar boven Terug naar boven

Een back-up maken van een gesplitste database

Een gesplitste database bestaat meestal uit twee databasebestanden: een back-enddatabase, die alleen gegevens in tabellen bevat, en een front-enddatabase, die koppelingen naar de tabellen in de back-enddatabase bevat, evenals query's, formulieren, rapporten en andere databaseobjecten. Alle gegevens zijn opgeslagen in de back-enddatabase. Alle gebruikersinterfaceobjecten, zoals query's, formulieren en rapporten, worden in de front-enddatabase bewaard.

Een back-up maken van een gesplitste database kan een tijdrovende taak zijn, aangezien u afzonderlijk van elkaar back-ups van de front-end- en back-enddatabases moet maken. Het is belangrijk om regelmatig een back-up te maken van de back-enddatabase, omdat deze de gegevens bevat. U kunt een back-up maken van de front-enddatabase als u het ontwerp ervan wijzigt. Omdat iedere gebruiker echter een individuele kopie heeft van de front-enddatabase en willekeurige ontwerpwijzigingen kan aanbrengen, moet u ook overwegen die gebruikers te verplichten hun eigen back-ups te maken van de front-enddatabase.

Een back-up maken van een back-enddatabase

Waarschuw gebruikers voordat u het back-upproces start, omdat exclusieve toegang tot het databasebestand is vereist voor het back-upproces, en gebruikers mogelijk de back-enddatabase niet kunnen gebruiken wanneer het back-upproces wordt uitgevoerd.

  1. Als u alleen de back-enddatabase wilt openen, start u Access, maar opent u geen database.
  2. Klik op Openen en selecteer het back-enddatabasebestand waarvan u een back-up wilt maken.
  3. Klik op de pijl naast Openen en klik vervolgens op Exclusief openen.

optie om een database exclusief te openen

  1. Klik op de Microsoft Backstage-knop Microsoft Backstage-knop.
  1. Klik op Delen.
  2. Klik op Database opslaan als en klik onder Geavanceerd op Back-up maken van de database.
  3. Bekijk de naam van de back-up in het vak Bestandsnaam van het dialoogvenster Database opslaan als.

Bekijk de standaardnaam van de databaseback-up. U kunt de naam desgewenst wijzigen; de naam van het oorspronkelijke databasebestand en de datum waarop u de back-up maakt, worden echter vastgelegd in de standaardnaam.

 Tip   Wanneer u gegevens of objecten terugzet met behulp van een back-up, moet u weten van welke database de back-up afkomstig is en wanneer de back-up is gemaakt. Het is daarom meestal aan te raden de standaardbestandsnaam te gebruiken.

  1. Selecteer in het dialoogvenster Opslaan als een locatie waar u de back-upkopie van de back-enddatabase wilt opslaan en klik vervolgens op Opslaan.

Een back-up maken van de front-enddatabase

Als u een back-up wilt maken van de front-enddatabase na een ontwerpwijziging, moet u de database direct na het wijzigen van het ontwerp open laten. Voer vervolgens de stappen uit in de sectie Een back-up maken van een database, te beginnen bij stap 2.

Terug naar boven Terug naar boven

Een database herstellen

 Opmerking   U kunt een database alleen herstellen als u over een back-upkopie van de database beschikt.

Een back-up wordt ook wel een 'bekende goede kopie' van een databasebestand genoemd: een kopie waarvan u de gegevensintegriteit en het ontwerp vertrouwt. U wordt aangeraden om met de opdracht Back-up maken van de database back-ups te maken in Access, maar u kunt iedere betrouwbare kopie gebruiken om een database te herstellen. U kunt bijvoorbeeld een database herstellen met behulp van een kopie die is opgeslagen op een extern USB-back-upapparaat.

Wanneer u een volledige database terugzet, vervangt u een databasebestand dat is beschadigd, gegevensproblemen heeft of helemaal ontbreekt, door een back-upkopie van de database.

  1. Open Windows Verkenner en blader naar de bekende goede kopie van de database.
  2. Kopieer de bekende goede kopie naar de locatie waarnaar de beschadigde of ontbrekende database moet worden verplaatst. Als u de opdracht krijgt een bestaand bestand te vervangen, doe dat dan.

Terug naar boven Terug naar boven

Objecten in een database terugzetten

Als u slechts een of meer objecten in een database moet terugzetten, importeert u de desbetreffende objecten vanuit de back-upkopie van de database naar de database waarin deze objecten ontbreken of moeten worden hersteld.

 Belangrijk   Als in andere databases of programma's koppelingen bestaan naar objecten in de database die u herstelt, is het van groot belang dat u de database herstelt naar de juiste locatie. Als u dit niet doet, werken de koppelingen naar de databaseobjecten niet meer en moeten deze worden bijgewerkt.

  1. Open de database waarin u een object wilt terugzetten.
  2. Ga door naar stap 3 als u een ontbrekend object wilt terugzetten. Ga als volgt te werk als u een object wilt vervangen dat beschadigde of ontbrekende gegevens heeft, of als het object niet langer goed werkt:
    1. Als u het huidige object wilt behouden, zodat u het later kunt vergelijken met de teruggezette versie, geeft u het huidige object een nieuwe naam voordat u een kopie van dit object terugzet. Als u bijvoorbeeld een beschadigd formulier met de naam Uitchecken wilt herstellen, kunt u de naam van het beschadigde formulier wijzigen in Uitchecken_ongeldig.
    2. Verwijder het object dat u wilt vervangen.

 Opmerking   Wees altijd voorzichtig wanneer u databaseobjecten verwijdert, omdat ze mogelijk aan andere objecten in de database zijn gekoppeld.

  1. Klik op het tabblad Externe gegevens in de groep Importeren en koppelen op Access.
  2. Klik in het dialoogvenster Access-database: externe gegevens ophalen op Bladeren om naar de back-up van de database te gaan en klik op Openen.
  3. Selecteer Tabellen, query's, formulieren, rapporten, macro's en modules importeren in de huidige database en klik op OK.
  4. Klik in het dialoogvenster Objecten importeren op het tabblad voor het type object dat u wilt terugzetten. Als u bijvoorbeeld een tabel wilt terugzetten, klikt u op het tabblad Tabellen.
  5. Klik op het gewenste object om het te selecteren.
  6. Als u meerdere objecten wilt terugzetten, herhaalt u stap 6 en 7 tot u alle objecten hebt geselecteerd die u wilt terugzetten.
  7. Als u de importopties wilt bekijken voordat u de objecten importeert, klikt u in het dialoogvenster Objecten importeren op de knop Opties.
  8. Nadat u de objecten en opties voor de importinstellingen hebt geselecteerd, klikt u op OK om de objecten terug te zetten.

Als u het maken van back-ups wilt automatiseren, kunt u overwegen een product te gebruiken waarmee automatisch back-ups van een bestandssysteem worden gemaakt, zoals een programma voor het maken van back-ups van een bestandsserver of een extern USB-back-upapparaat.

Terug naar boven Terug naar boven

 
 
Van toepassing op:
Access 2010