U kunt sneltoetsen gebruiken voor snelle toegang tot veelgebruikte opdrachten of bewerkingen. De onderstaande secties bevatten een beschrijving van de sneltoetsen die in Microsoft Access 2010 beschikbaar zijn. Sneltoetsen kunt u ook gebruiken om zonder de muis de focus te verplaatsen naar een menu, opdracht of besturingselement.
Algemene sneltoetsen
Algemene sneltoetsen in Access
Databases openen
| Actie |
Toetsen |
| Een nieuwe database openen |
Ctrl+N |
| Een bestaande database openen |
Ctrl+O |
| Access 2010 afsluiten |
Alt+F4 |
Afdrukken en opslaan
| Actie |
Toetsen |
| Het huidige of geselecteerde object afdrukken |
Ctrl+P |
| Het dialoogvenster Afdrukken openen vanuit een afdrukvoorbeeld |
P of Ctrl+P |
| Het dialoogvenster Pagina-instelling openen vanuit een afdrukvoorbeeld |
S |
| Het afdruk- of rapportvoorbeeld annuleren |
C of Esc |
| Een databaseobject opslaan |
Ctrl+S of Shift+F12 |
| Het dialoogvenster Opslaan als openen |
F12 |
Keuzelijsten of keuzelijsten met invoervak gebruiken
Tekst of gegevens zoeken en vervangen
| Actie |
Toetsen |
| Het tabblad Zoeken in het dialoogvenster Zoeken en vervangen openen (alleen in de gegevensblad- en formulierweergave) |
Ctrl+F |
| Het tabblad Vervangen in het dialoogvenster Zoeken en vervangen openen (alleen in de gegevensblad- en formulierweergave) |
Ctrl+H |
| De volgende plaats zoeken waar de tekst voorkomt die is opgegeven in het dialoogvenster Zoeken en vervangen nadat het dialoogvenster is gesloten (alleen in de gegevensblad- en formulierweergave) |
Shift+F4 |
Werken in de ontwerpweergave
| Actie |
Toetsen |
| Schakelen tussen de bewerkingsmodus (waarbij de invoegpositie wordt weergegeven) en de navigatiemodus (navigatiemodus: de modus in Microsoft Access waarin een volledig veld wordt geselecteerd en de invoegpositie niet zichtbaar is. In de navigatiemodus kunt u met behulp van de pijltoetsen naar een ander veld gaan.) op een gegevensblad. Wanneer u in een formulier of rapport werkt, drukt u op Esc om de navigatiemodus te verlaten. |
F2 |
| Overschakelen naar het eigenschappenvenster (of naar de ontwerpweergave van formulieren en rapporten in Access-databases en -projecten) |
F4 |
| Vanuit de ontwerpweergave overschakelen naar de formulierweergave |
F5 |
| Schakelen tussen het bovenste en onderste gedeelte van een venster (alleen in de ontwerpweergave van query's en het venster Geavanceerde filter-/sorteeropties) |
F6 |
| Het veldraster, de veldeigenschappen, het navigatiedeelvenster, de toegangstoetsen in het toetsenbordtoegangsysteem, de zoomknoppen en de beveiligingsbalk (ontwerpweergave van tabellen) doorlopen |
F6 |
| Het dialoogvenster Opbouwfunctie kiezen openen (ontwerpweergave van formulieren en rapporten) |
F7 |
| Visual Basic Editor openen vanuit een geselecteerde eigenschap in het eigenschappenvenster van een formulier of rapport |
F7 |
| Vanuit Visual Basic Editor teruggaan naar de ontwerpweergave van een formulier of rapport |
Shift+F7 of Alt+F11 |
Besturingselementen in de ontwerpweergave van formulieren en rapporten bewerken
| Actie |
Toetsen |
| Het geselecteerde besturingselement kopiëren naar het Klembord |
Ctrl+C |
| Het geselecteerde besturingselement knippen en kopiëren naar het Klembord |
Ctrl+X |
| De inhoud van het Klembord linksboven in de geselecteerde sectie plakken |
Ctrl+V |
| Het geselecteerde besturingselement naar rechts verplaatsen (met uitzondering van besturingselementen die deel uitmaken van een indeling) |
Pijl-rechts of Ctrl+pijl-rechts |
| Het geselecteerde besturingselement naar links verplaatsen (met uitzondering van besturingselementen die deel uitmaken van een indeling) |
Pijl-links of Ctrl+pijl-links |
| Het geselecteerde besturingselement omhoog verplaatsen |
Pijl-omhoog of Ctrl+pijl-omhoog |
| Het geselecteerde besturingselement omlaag verplaatsen |
Pijl-omlaag of Ctrl+pijl-omlaag |
| Het geselecteerde besturingselement hoger maken |
Shift+pijl-omlaag |
|
Het geselecteerde besturingselement breder maken
Opmerking Bij toepassing op besturingselementen in een indeling wordt de breedte van de hele indeling bijgesteld.
|
Shift+pijl-rechts |
| Het geselecteerde besturingselement lager maken |
Shift+pijl-omhoog |
|
Het geselecteerde besturingselement smaller maken
Opmerking Bij toepassing op besturingselementen in een indeling wordt de breedte van de hele indeling bijgesteld.
|
Shift+pijl-links |
Bewerkingen in vensters
De databases van Microsoft Access 2010 worden standaard als documenten met tabbladen weergegeven. Als u documenten met vensters wilt gebruiken, klikt u op het tabblad Bestand en vervolgens op Opties. Klik in het dialoogvenster Opties voor Access op Huidige database en klik onder Opties voor documentvensters op Overlappende vensters.
Opmerking U moet de huidige database sluiten en opnieuw openen om de optie te implementeren.
| Actie |
Toetsen |
| Het navigatiedeelvenster openen of sluiten |
F11 |
| Schakelen tussen geopende vensters |
Ctrl+F6 |
| Het vorige formaat van een geselecteerd geminimaliseerd venster herstellen als alle vensters zijn geminimaliseerd |
Enter |
| De modus voor het wijzigen van het formaat van het actieve venster inschakelen wanneer het venster niet is gemaximaliseerd; druk op de pijltoetsen om het formaat van het venster te wijzigen |
Ctrl+F8 |
| Het systeemmenu weergeven |
Alt+spatiebalk |
| Het snelmenu weergeven |
Shift+F10 |
| Het actieve venster sluiten |
Ctrl+W of Ctrl+F4 |
| Schakelen tussen de Visual Basic Editor en het vorige actieve venster |
Alt+F11 |
Werken met wizards
| Actie |
Toetsen |
| De focus verplaatsen naar het volgende besturingselement in de wizard |
Tab |
| Naar de volgende pagina van de wizard gaan |
Alt+N |
| Naar de vorige pagina van de wizard gaan |
Alt+B |
| De wizard voltooien |
Alt+F |
Diversen
| Actie |
Toetsen |
| Het volledige adres voor een geselecteerde hyperlink weergeven |
F2 |
| Spelling controleren |
F7 |
| Het zoomvenster openen om expressies en andere tekst gemakkelijker te kunnen invoeren in kleine invoervakken |
Shift+F2 |
| Een eigenschappenvenster weergeven in de ontwerpweergave |
Alt+Enter |
| Access afsluiten of een dialoogvenster sluiten |
Alt+F4 |
| Een opbouwfunctie activeren |
Ctrl+F2 |
| Voorwaarts schakelen tussen de weergaven in een tabel, query, formulier, rapport, pagina, draaitabellijst, draaigrafiekrapport, opgeslagen procedure of functie van een Access-project (.ADP). Als er meer weergaven beschikbaar zijn, gaat u naar de volgende beschikbare weergave door nogmaals op de toetsen te drukken. |
Ctrl+pijl-rechts of Ctrl+komma (,) |
|
Terugwaarts schakelen tussen de weergaven in een tabel, query, formulier, rapport, pagina, draaitabellijst, draaigrafiekrapport, opgeslagen procedure of ADP-functie. Als er meer weergaven beschikbaar zijn, gaat u naar de vorige beschikbare weergave door nogmaals op de toetsen te drukken.
Opmerking Ctrl+punt (.) werkt niet onder alle omstandigheden met alle objecten.
|
Ctrl+pijl-links of Ctrl+punt (.) |
De sneltoetsen in het navigatiedeelvenster
| Actie |
Toetsen |
| Vanaf een willekeurige plaats in de database naar het zoekvak van het navigatiedeelvenster gaan |
Alt+Ctrl+F |
Bewerken en navigeren in de lijst Objecten
| Actie |
Toetsen |
| De naam van een geselecteerd object wijzigen |
F2 |
| Een regel omlaag gaan |
Pijl-omlaag |
| Eén venster omlaag gaan |
Page Down |
| Naar het laatste object gaan |
End |
| Eén regel omhoog gaan |
Pijl-omhoog |
| Eén venster omhoog gaan |
Page Up |
| Naar het eerste object gaan |
Home |
Navigeren en objecten openen
| Actie |
Toetsen |
| De geselecteerde tabel of query openen in de gegevensbladweergave |
Enter |
| Het geselecteerde formulier of rapport openen |
Enter |
| De geselecteerde macro uitvoeren |
Enter |
| Geselecteerde tabellen, query's, formulieren, rapporten, macro's, modules of Data Access-pagina's openen in de ontwerpweergave |
Ctrl+Enter |
| Het venster Direct in Visual Basic Editor weergeven |
Ctrl+G |
Sneltoetsen voor menu's
| Actie |
Toetsen |
| Het snelmenu weergeven |
Shift+F10 |
| De toegangstoetsen weergeven |
Alt of F10 |
| Het menu voor het programmapictogram weergeven (op de titelbalk van het programma) |
Alt+spatiebalk |
| De volgende of vorige opdracht selecteren terwijl het menu of vervolgmenu zichtbaar is |
Pijl-omlaag of pijl-omhoog |
| Eén menu naar links of rechts gaan; of schakelen tussen het hoofd- en submenu als er een submenu wordt weergegeven |
Pijl-links of pijl-rechts |
| De eerste of laatste opdracht selecteren in het menu of submenu |
Home of End |
| Het weergegeven menu en submenu gelijktijdig sluiten |
Alt |
| Het weergegeven menu sluiten; of alleen het submenu sluiten als dit wordt weergegeven |
ESC |
Sneltoetsen in vensters en dialoogvensters
In programmavensters
| Actie |
Toetsen |
| Het volgende programma activeren |
Alt+Tab |
| Het vorige programma activeren |
Alt+Shift+Tab |
| Het menu Start van Windows weergeven |
Ctrl+Esc |
| Het actieve databasevenster sluiten |
Ctrl+W |
| Het volgende databasevenster activeren |
Ctrl+F6 |
| Het vorige databasevenster activeren |
Ctrl+Shift+F6 |
| Het vorige formaat van een geselecteerd geminimaliseerd venster herstellen als alle vensters zijn geminimaliseerd |
Enter |
In dialoogvensters
| Actie |
Toetsen |
| Het volgende tabblad in een dialoogvenster activeren |
Ctrl+Tab |
| Het vorige tabblad in een dialoogvenster activeren |
Ctrl+Shift+Tab |
| Naar de volgende optie of het volgende groepsvak gaan |
Tab |
| Naar de vorige optie of het vorige groepsvak gaan |
Shift+Tab |
| De cursor verplaatsen tussen opties in de geselecteerde vervolgkeuzelijst of tussen opties in een groepsvak |
Pijltoetsen |
| De bewerking uitvoeren die aan de geselecteerde knop is toegewezen; het selectievakje in- of uitschakelen |
Spatiebalk |
| De eerste letter van de naam van een optie in een vervolgkeuzelijst gebruiken om naar de optie te gaan |
Lettertoets voor de eerste letter in de naam van de gewenste optie (als een vervolgkeuzelijst is geselecteerd) |
| De optie selecteren, of de het selectievakje in- of uitschakelen, met de onderstreepte letter in de optienaam |
Alt+lettertoets |
| De geselecteerde vervolgkeuzelijst openen |
Alt+pijl-omlaag |
| De geselecteerde vervolgkeuzelijst sluiten |
Esc |
| De bewerking uitvoeren die is toegewezen aan de standaardknop in het dialoogvenster |
Enter |
| De opdracht annuleren en het dialoogvenster sluiten |
Esc |
| Een dialoogvenster sluiten |
Alt+F4 |
Bewerkingen uitvoeren in een tekstvak
| Actie |
Toetsen |
| Naar het begin van het item gaan |
Home |
| Naar het einde van het item gaan |
End |
| Eén teken naar links of rechts gaan |
Pijl-links of pijl-rechts |
| Eén woord naar links of rechts gaan |
Ctrl+pijl-links of Ctrl+pijl-rechts |
| Selecteren vanaf de invoegpositie tot het begin van het tekstitem |
Shift+Home |
| Selecteren vanaf de invoegpositie tot het einde van het tekstitem |
Shift+End |
| De selectie met één teken naar links wijzigen |
Shift+pijl-links |
| De selectie met één teken naar rechts wijzigen |
Shift+pijl-rechts |
| De selectie met één woord naar links wijzigen |
Ctrl+Shift+pijl-links |
| De selectie met één woord naar rechts wijzigen |
Ctrl+Shift+pijl-rechts |
Werken met eigenschappenvensters
Een eigenschappenvenster gebruiken bij een formulier of rapport in de ontwerpweergave
| Actie |
Toetsen |
| Het eigenschappenvenster in- of uitschakelen |
F4 |
| Naar een andere keuze in de vervolgkeuzelijst van het besturingselement gaan (in stappen van één item) |
Pijl-omlaag of pijl-omhoog |
| Naar een andere keuze in de vervolgkeuzelijst van het besturingselement gaan (in stappen van vijf items) |
Page Down of Page Up |
| Vanuit de de vervolgkeuzelijst van het besturingselement naar de tabbladen van het eigenschappenvenster gaan |
Tab |
| Naar een ander tabblad van het eigenschappenvenster gaan als er een tabblad, maar geen eigenschap is geselecteerd |
Pijl-links of pijl-rechts |
| Eén eigenschap op een tabblad omlaag gaan wanneer er een eigenschap is geselecteerd |
Tab |
| Eén eigenschap op een tabblad omhoog gaan als er een eigenschap is geselecteerd; of naar het tabblad gaan als u al bovenaan staat |
Shift+Tab |
| Eén tabblad vooruitgaan als er een eigenschap is geselecteerd |
Ctrl+Tab |
| Eén tabblad teruggaan als er een eigenschap is geselecteerd |
Ctrl+Shift+Tab |
Het eigenschappenvenster gebruiken bij een tabel of query
| Actie |
Toetsen |
| Het eigenschappenvenster in- of uitschakelen |
F4 |
| Naar een ander tabblad in het eigenschappenvenster gaan als er een tabblad, maar geen eigenschap is geselecteerd |
Pijl-links of pijl-rechts |
| Naar de tabbladen van het eigenschappenvenster gaan als er een eigenschap is geselecteerd |
Ctrl+Tab |
| Naar de eerste eigenschap van een tabblad gaan als er geen eigenschap is geselecteerd |
Tab |
| Eén eigenschap omlaag gaan op een tabblad |
Tab |
| Eén eigenschap omhoog gaan op een tabblad; of het tabblad zelf selecteren als u al bovenaan staat |
Shift+Tab |
| Eén tabblad vooruitgaan als er een eigenschap is geselecteerd |
Ctrl+Tab |
| Eén tabblad teruggaan als er een eigenschap is geselecteerd |
Ctrl+Shift+Tab |
Sneltoetsen voor het werken met het deelvenster Lijst met velden
| Actie |
Toetsen |
| Het deelvenster Lijst met velden in- of uitschakelen |
Alt+F8 |
| Het geselecteerde veld toevoegen aan de detailsectie van het formulier of rapport |
Enter |
| Omhoog of omlaag gaan in het deelvenster Lijst met velden |
Pijl-omhoog of pijl-omlaag |
| Van het onderste naar het bovenste deelvenster van de lijst met velden gaan |
Shift+Tab |
| Van het bovenste naar het onderste deelvenster van de lijst met velden gaan |
Tab |
Sneltoetsen voor het gebruik van het Help-venster
| Actie |
Toetsen |
| De volgende verborgen tekst of hyperlink selecteren, of Alles weergeven of Alles verbergen selecteren boven in een onderwerp |
Tab |
| De vorige verborgen tekst of hyperlink selecteren, of de knop Browser View boven in een artikel op de Microsoft Office-website selecteren |
Shift+Tab |
| De bewerking uitvoeren voor de knop Alles weergeven, de knop Alles verbergen, verborgen tekst of hyperlink |
Enter |
| Teruggaan naar het vorige Help-onderwerp |
Alt+pijl-links |
| Verdergaan naar het volgende Help-onderwerp |
Alt+pijl-rechts |
| Het dialoogvenster Afdrukken openen |
Ctrl+P |
| Binnen het weergegeven Help-onderwerp een kleine afstand omhoog en omlaag schuiven |
Pijl-omhoog en pijl-omlaag |
| Binnen het weergegeven Help-onderwerp een grotere afstand omhoog en omlaag schuiven |
Page Up en Page Down |
| Een menu met opdrachten weergeven voor het Help-venster; hierbij moet het Help-venster de focus hebben (klik op een item in het Help-venster) |
Shift+F10 |
Toetsen voor het werken met tekst en gegevens
Sneltoetsen voor het selecteren van tekst of gegevens
Tekst in een veld selecteren
| Actie |
Toetsen |
| De selectie met één teken naar rechts uitbreiden |
Shift+pijl-rechts |
| De selectie met één woord naar rechts uitbreiden |
Ctrl+Shift+pijl-rechts |
| De selectie met één teken naar links uitbreiden |
Shift+pijl-links |
| De selectie met één woord naar links uitbreiden |
Ctrl+Shift+pijl-links |
Een veld of record selecteren
Opmerking Gebruik de tegenovergestelde pijltoets als u een selectie wilt annuleren.
Een selectie uitbreiden
| Actie |
Toetsen |
| De uitbreidingsmodus inschakelen (in de gegevensbladweergave wordt rechtsonder in het venster Uitgebreide selectie weergegeven); druk herhaaldelijk op F8 om de selectie achtereenvolgens uit te breiden met het volgende woord, het volgende veld, de volgende record (alleen in de gegevensbladweergave) en alle records |
F8 |
| Een selectie uitbreiden naar de aangrenzende velden in dezelfde rij binnen de gegevensbladweergave |
Pijl-links of pijl-rechts |
| Een selectie uitbreiden naar de aangrenzende rijen binnen de gegevensbladweergave |
Pijl-omhoog of pijl-omlaag |
| De vorige uitbreiding ongedaan maken |
Shift+F8 |
| De uitbreidingsmodus annuleren |
Esc |
Een kolom selecteren en verplaatsen in de gegevensbladweergave
Sneltoetsen voor het bewerken van tekst of gegevens
Opmerking Als de invoegpositie niet zichtbaar is, geeft u deze weer door op F2 te drukken.
De invoegpositie in een veld verplaatsen
| Actie |
Toetsen |
| De invoegpositie één teken naar rechts verplaatsen |
Pijl-rechts |
| De invoegpositie één woord naar rechts verplaatsen |
Ctrl+pijl-rechts |
| De invoegpositie één teken naar links verplaatsen |
Pijl-links |
| De invoegpositie één woord naar links verplaatsen |
Ctrl+pijl-links |
| De invoegpositie naar het einde van het veld verplaatsen in velden van één regel of naar het einde van de regel in velden met meerdere regels |
End |
| De invoegpositie naar het einde van het veld verplaatsen in velden met meerdere regels |
Ctrl+End |
| De invoegpositie naar het begin van het veld verplaatsen in velden van één regel of naar het begin van de regel in velden met meerdere regels |
Home |
| De invoegpositie naar het begin van het veld verplaatsen in velden met meerdere regels |
Ctrl+Home |
Tekst kopiëren, verplaatsen of wissen
| Actie |
Toetsen |
| De selectie naar het Klembord kopiëren |
Ctrl+C |
| De selectie knippen en kopiëren naar het Klembord |
Ctrl+X |
| De inhoud van het Klembord plakken op de invoegpositie |
Ctrl+V |
| De selectie of het teken links van de invoegpositie verwijderen |
Backspace |
| De selectie of het teken rechts van de invoegpositie verwijderen |
Del |
| Alle tekens rechts van de invoegpositie verwijderen |
Ctrl+Del |
Wijzigingen ongedaan maken
| Actie |
Toetsen |
| Ongedaan maken wat u hebt getypt |
Ctrl+Z of Alt+Backspace |
| Wijzigingen in het huidige veld of de huidige record ongedaan maken; als u zowel het veld als de record hebt gewijzigd, drukt u twee keer op Esc om de wijzigingen ongedaan te maken (eerst in het huidige veld en dan in de huidige record) |
Esc |
Gegevens invoeren in de gegevensblad- of formulierweergave
| Actie |
Toetsen |
| De huidige datum invoegen |
Ctrl+puntkomma (;) |
| De huidige tijd invoegen |
Ctrl+Shift+dubbelepunt (:) |
| De standaardwaarde voor een veld invoegen |
Ctrl+Alt+spatiebalk |
| De waarde uit hetzelfde veld in de vorige record invoegen |
Ctrl+apostrof (') |
| Een nieuwe record toevoegen |
Ctrl+plusteken (+) |
| De huidige record in een gegevensblad verwijderen |
Ctrl+minteken (-) |
| De wijzigingen in de huidige record opslaan |
Shift+Enter |
| Een selectievakje in- en uitschakelen; een keuzerondje selecteren of deze selectie opheffen |
Spatiebalk |
| Een nieuwe regel invoegen |
Ctrl+Enter |
De inhoud van velden vernieuwen
Toetsen voor het navigeren door records
Sneltoetsen voor het navigeren in de ontwerpweergave
| Actie |
Toetsen |
| Schakelen tussen de bewerkingsmodus (invoegpositie is zichtbaar) en de navigatiemodus |
F2 |
| Het eigenschappenvenster openen of sluiten |
F4 |
| Vanuit de ontwerpweergave overschakelen naar de formulierweergave |
F5 |
| Schakelen tussen het bovenste en onderste gedeelte van een venster (ontwerpweergave van macro's, query's en het venster Geavanceerde filter-/sorteeropties); druk op F6 wanneer u niet met Tab naar het gewenste gedeelte van het scherm kunt gaan |
F6 |
| Vooruitgaan tussen het ontwerpdeelvenster, de eigenschappen, het navigatiedeelvenster, de toegangstoetsen en de zoomknoppen (ontwerpweergave van tabellen, formulieren en rapporten) |
F6 |
| Visual Basic Editor openen vanuit een geselecteerde eigenschap in het eigenschappenvenster van een formulier of rapport |
F7 |
| Het deelvenster Lijst met velden in een formulier, rapport of Data Access-pagina openen; als het deelvenster Lijst met velden al is geopend, wordt de focus naar het deelvenster Lijst met velden verplaatst |
Alt+F8 |
| Vanuit Visual Basic Editor naar de ontwerpweergave van een formulier of rapport gaan wanneer er een codemodule is geopend |
Shift+F7 |
| Vanuit het eigenschappenvenster van een besturingselement in de ontwerpweergave voor een formulier of rapport overschakelen naar het ontwerpvlak zonder de focus van het besturingselement te wijzigen |
Shift+F7 |
| Een eigenschappenvenster weergeven |
Alt+Enter |
| Het geselecteerde besturingselement kopiëren naar het Klembord |
Ctrl+C |
| Het geselecteerde besturingselement knippen en kopiëren naar het Klembord |
Ctrl+X |
| De inhoud van het Klembord linksboven in de geselecteerde sectie plakken |
Ctrl+V |
| Het geselecteerde besturingselement pixel voor pixel naar rechts verplaatsen in het paginaraster |
Pijl-rechts |
| Het geselecteerde besturingselement pixel voor pixel naar links verplaatsen in het paginaraster |
Pijl-links |
|
Het geselecteerde besturingselement pixel voor pixel omhoog verplaatsen in het paginaraster
Opmerking Bij besturingselementen in een gestapelde indeling wordt hiermee de positie van het geselecteerde besturingselement verwisseld met die van het besturingselement direct daarboven, tenzij het al het bovenste besturingselement van de indeling is.
|
Pijl-omhoog |
|
Het geselecteerde besturingselement pixel voor pixel omlaag verplaatsen in het paginaraster
Opmerking Bij besturingselementen in een gestapelde indeling wordt hiermee de positie van het geselecteerde besturingselement verwisseld met die van het besturingselement direct daaronder, tenzij het al het onderste besturingselement van de indeling is.
|
Pijl-omlaag |
| Het geselecteerde besturingselement pixel voor pixel aar rechts verplaatsen (onafhankelijk van het paginaraster) |
Ctrl+pijl-rechts |
| Het geselecteerde besturingselement pixel voor pixel naar links verplaatsen (onafhankelijk van het paginaraster) |
Ctrl+pijl-links |
|
Het geselecteerde besturingselement pixel voor pixel omhoog verplaatsen (onafhankelijk van het paginaraster)
Opmerking Bij besturingselementen in een gestapelde indeling wordt hiermee de positie van het geselecteerde besturingselement verwisseld met die van het besturingselement direct daarboven, tenzij het al het bovenste besturingselement van de indeling is.
|
Ctrl+pijl-omhoog |
|
Het geselecteerde besturingselement pixel voor pixel omlaag verplaatsen (onafhankelijk van het paginaraster)
Opmerking Bij besturingselementen in een gestapelde indeling wordt hiermee de positie van het geselecteerde besturingselement verwisseld met die van het besturingselement direct daaronder, tenzij het al het onderste besturingselement van de indeling is.
|
Ctrl+pijl-omlaag |
|
De breedte van het geselecteerde besturingselement (aan de rechterkant) met één pixel vergroten
Opmerking Bij besturingselementen in een gestapelde indeling wordt hiermee de breedte van de hele indeling vergroot.
|
Shift+pijl-rechts |
|
De breedte van het geselecteerde besturingselement (aan de linkerkant) met één pixel verkleinen
Opmerking Bij besturingselementen in een gestapelde indeling wordt hiermee de breedte van de hele indeling verkleind.
|
Shift+pijl-links |
| De hoogte van het geselecteerde besturingselement (aan de onderkant) met één pixel verkleinen |
Shift+pijl-omhoog |
| De hoogte van het geselecteerde besturingselement (aan de onderkant) met één pixel vergroten |
Shift+pijl-omlaag |
Sneltoetsen voor het navigeren in de gegevensbladweergave
Naar een bepaalde record gaan
Tussen velden en records navigeren
| Actie |
Toetsen |
| Naar het volgende veld gaan |
Tab of pijl-rechts |
| In de navigatiemodus naar het laatste veld van de huidige record gaan |
End |
| Naar het vorige veld gaan |
Shift+Tab of pijl-links |
| In de navigatiemodus naar het eerste veld van de huidige record gaan |
Home |
| Naar het huidige veld van de volgende record gaan |
Pijl-omlaag |
| In de navigatiemodus naar het huidige veld van de vorige record gaan |
Ctrl+pijl-omlaag |
| In de navigatiemodus naar het laatste veld van de vorige record gaan |
Ctrl+End |
| Naar het huidige veld van de vorige record gaan |
Pijl-omhoog |
| In de navigatiemodus naar het huidige veld van de eerste record gaan |
Ctrl+pijl-omhoog |
| In de navigatiemodus naar het eerste veld van de eerste record gaan |
Ctrl+Home |
Naar een ander scherm met gegevens gaan
| Actie |
Toetsen |
| Eén scherm omlaag gaan |
Page Down |
| Eén scherm omhoog gaan |
Page Up |
| Eén scherm naar rechts gaan |
Ctrl+Page Down |
| Een scherm naar links gaan |
Ctrl+Page Up |
Sneltoetsen voor het navigeren op subgegevensbladen
Naar een bepaalde record gaan
| Actie |
Toetsen |
| Vanaf het subgegevensblad naar het recordnummervak gaan; typ vervolgens het recordnummer en druk op Enter |
Alt+F5 |
Subgegevensbladen uit- en samenvouwen
| Actie |
Toetsen |
| Vanaf het gegevensblad het subgegevensblad van de record uitvouwen |
Ctrl+Shift+pijl-omlaag |
| Het subgegevensblad samenvouwen |
Ctrl+Shift+pijl-omhoog |
Schakelen tussen het gegevensblad en het subgegevensblad
| Actie |
Toetsen |
| Het subgegevensblad activeren vanuit het laatste veld van de vorige record op het gegevensblad |
Tab |
| Het subgegevensblad activeren vanuit het eerste veld van de volgende record op het gegevensblad |
Shift+Tab |
| Het subgegevensblad sluiten en naar het eerste veld van de volgende record op het gegevensblad gaan |
Ctrl+Tab |
| Het subgegevensblad sluiten en naar het eerste veld van de vorige record op het gegevensblad gaan |
Ctrl+Shift+Tab |
| Vanuit het laatste veld op het subgegevensblad naar het volgende veld op het gegevensblad gaan |
Tab |
| Vanaf het gegevensblad naar de volgende record op het gegevensblad gaan en het subgegevensblad overslaan |
Pijl-omlaag |
| Vanaf het gegevensblad naar de vorige record op het gegevensblad gaan en het subgegevensblad overslaan |
Pijl-omhoog |
Opmerking U kunt navigeren tussen velden en records op een subgegevensblad via dezelfde sneltoetsen als in de gegevensbladweergave.
Sneltoetsen voor het navigeren in de formulierweergave
Naar een bepaalde record gaan
| Actie |
Toetsen |
| Naar het recordnummervak gaan; typ vervolgens het recordnummer en druk op Enter |
F5 |
Tussen velden en records navigeren
| Actie |
Toetsen |
| Naar het volgende veld gaan |
Tab |
| Naar het vorige veld gaan |
Shift+Tab |
| In de navigatiemodus naar het laatste besturingselement op het formulier gaan en in de huidige record blijven |
End |
| In de navigatiemodus naar het laatste besturingselement op het formulier gaan en de focus instellen op de laatste record |
Ctrl+End |
| In de navigatiemodus naar het eerste besturingselement op het formulier gaan en in de huidige record blijven |
Home |
| In de navigatiemodus naar het eerste besturingselement op het formulier gaan en de focus instellen op de eerste record |
Ctrl+Home |
| Naar het huidige veld van de volgende record gaan |
Ctrl+Page Down |
| Naar het huidige veld van de vorige record gaan |
Ctrl+Page Up |
Navigeren in formulieren met meerdere pagina's
| Actie |
Toetsen |
| Eén pagina omlaag gaan; aan het einde van de record gaat u naar de overeenkomende pagina van de volgende record |
Page Down |
| Eén pagina omhoog gaan; aan het einde van de record gaat u naar de overeenkomende pagina van de vorige record |
Page Up |
Tussen het hoofdformulier en een subformulier navigeren
| Actie |
Toetsen |
| Naar het subformulier gaan vanuit het vorige veld in het hoofdformulier |
Tab |
| Naar het subformulier gaan vanuit het volgende veld in het hoofdformulier |
Shift+Tab |
| Het subformulier afsluiten en naar het volgende veld in het hoofdformulier of naar de volgende record gaan |
Ctrl+Tab |
| Het subformulier sluiten en naar het vorige veld in het hoofdformulier of naar de vorige record gaan |
Ctrl+Shift+Tab |
Sneltoetsen voor het navigeren in het afdrukvoorbeeld en het rapportvoorbeeld
Bewerkingen in dialoogvensters en vensters
| Actie |
Toetsen |
| Het dialoogvenster Afdrukken openen via de opdracht Afdrukken |
Ctrl+P (voor gegevensbladen, formulieren en rapporten) |
| Het dialoogvenster Pagina-instelling openen (alleen in formulieren en rapporten) |
S |
| In- of uitzoomen op een gedeelte van de pagina |
Z |
| Het afdruk- of rapportvoorbeeld annuleren |
C of Esc |
Verschillende pagina's bekijken
| Actie |
Toetsen |
| Naar het paginanummervak gaan; typ vervolgens het paginanummer en druk op Enter |
Alt+F5 |
| De volgende pagina weergeven (als Aanpassen aan venster is geselecteerd) |
Page Down of pijl-omlaag |
| De vorige pagina weergeven (als Aanpassen aan venster is geselecteerd) |
Page Up of pijl-omhoog |
In het afdrukvoorbeeld en de voorbeeldlay-out navigeren
| Actie |
Toetsen |
| In kleine stappen omlaag schuiven |
Pijl-omlaag |
| Eén volledig scherm omlaag schuiven |
Page Down |
| Naar de onderkant van de pagina gaan |
Ctrl+pijl-omlaag |
| In kleine stappen omhoog schuiven |
Pijl-omhoog |
| Eén volledig scherm omhoog schuiven |
Page Up |
| Naar de bovenkant van de pagina gaan |
Ctrl+pijl-omhoog |
| In kleine stappen naar rechts schuiven |
Pijl-rechts |
| Naar de rechterkant van de pagina gaan |
End |
| Naar de rechterbenedenhoek van de pagina gaan |
Ctrl+End |
| In kleine stappen naar links schuiven |
Pijl-links |
| Naar de linkerkant van de pagina gaan |
Home |
| Naar de linkerbovenhoek van de pagina gaan |
Ctrl+Home |
Sneltoetsen voor het navigeren in het databasediagramvenster in een Access-project
| Actie |
Toetsen |
| Van een tabelcel naar de titelbalk van de tabel gaan |
Esc |
| Van de titelbalk van een tabel naar de laatste cel gaan die u hebt bewerkt |
Enter |
Naar een andere titelbalk van een tabel of naar een andere cel in een tabel gaan |
Tab |
| Een lijst in een tabel uitvouwen |
Altpijl-omlaag |
| Van boven naar beneden schuiven door de items in een vervolgkeuzelijst |
Pijl-omlaag |
| Naar het vorige item in een lijst gaan |
Pijl-omhoog |
| Een item in een lijst selecteren en naar de volgende cel gaan |
Enter |
| De instelling van een selectievakje wijzigen |
Spatiebalk |
Naar de eerste cel in de rij of naar het begin van de huidige cel gaan |
Home |
Naar de laatste cel in de rij of naar het einde van de huidige cel gaan |
End |
Naar de volgende 'pagina' binnen een tabel of naar de volgende 'pagina' van het diagram gaan |
Page Down |
Naar de vorige 'pagina' binnen een tabel of naar de vorige 'pagina' van het diagram gaan |
Page Up |
Sneltoetsen voor het navigeren in de ontwerpfunctie voor query's in een Access-project
Alle deelvensters
| Actie |
Toetsen |
| Schakelen tussen verschillende deelvensters in de ontwerpfunctie voor query's |
F6, Shift+F6 |
Diagramdeelvenster
| Actie |
Toetsen |
| Naar een andere tabel, weergave of functie (of join-lijn, indien beschikbaar) gaan |
Tab of Shift+Tab |
| Naar een andere kolom gaan in een tabel, weergave of functie |
Pijltoetsen |
| De geselecteerde gegevenskolom voor uitvoer kiezen |
Spatiebalk of plusteken |
| De geselecteerde gegevenskolom verwijderen uit de uitvoer van de query |
Spatiebalk of minteken |
| De geselecteerde tabel, weergave, functie of join-lijn verwijderen uit de query |
Del |
Opmerking Als er meerdere items zijn geselecteerd, worden alle geselecteerde items gewijzigd wanneer u op de spatiebalk drukt. U selecteert meerdere items door Shift ingedrukt te houden terwijl u op de items klikt. U kunt de selectiestatus van één item wijzigen door Ctrl ingedrukt te houden terwijl u op het item klikt.
Rasterdeelvenster
| Actie |
Toetsen |
| Naar een andere cel gaan |
Pijltoetsen, of tab of Shift+Tab |
| Naar de laatste rij in de huidige kolom gaan |
Ctrl+pijl-omlaag |
| Naar de eerste rij in de huidige kolom gaan |
Ctrl+pijl-omhoog |
| Naar de cel linksboven in het zichtbare gedeelte van het raster gaan |
Ctrl+Home |
| Naar de cel rechtsonder gaan |
Ctrl+End |
| Door een vervolgkeuzelijst bladeren |
Pijl-omhoog of pijl-omlaag |
| Een volledige rasterkolom selecteren |
Ctrl+spatiebalk |
| Schakelen tussen de bewerkings- en celselectiemodus |
F2 |
| Geselecteerde tekst in een cel kopiëren naar het Klembord (in de bewerkingsmodus) |
Ctrl+C |
| Geselecteerde tekst in een cel knippen en op het Klembord plaatsen (in de bewerkingsmodus) |
Ctrl+X |
| Tekst van het Klembord plakken (in de bewerkingsmodus) |
Ctrl+V |
| Schakelen tussen de invoeg- en overschrijfmodus als u gegevens in een cel bewerkt |
Ins |
| Het selectievakje in het kolom Uitvoer in- en uitschakelenOpmerking Als er meerdere items zijn geselecteerd, worden alle geselecteerde items gewijzigd wanneer u op deze toets drukt. |
Spatiebalk |
| De geselecteerde inhoud van een cel verwijderen |
Del |
| De rij met de geselecteerde gegevenskolom uit de query verwijderen Opmerking Als er meerdere items zijn geselecteerd, worden alle geselecteerde items gewijzigd wanneer u op deze toets drukt. |
Del |
| Alle waarden voor een geselecteerde rasterkolom wissen |
Del |
| Een rij tussen bestaande rijen invoegen |
Ins (als u een rasterrij hebt geselecteerd) |
| Een kolom Of invoegen |
Ins (als u een kolom Of hebt geselecteerd) |
SQL-deelvenster
Als u in het SQL-deelvenster werkt, kunt u de standaardbewerkingstoetsen van Windows gebruiken, zoals Ctrl+ pijltoetsen om naar een ander woord te gaan, en de opdrachten Knippen, Kopiëren en Plakken in het menu Bewerken.
Opmerking U kunt alleen tekst invoegen. De overschrijfmodus is niet beschikbaar.
Sneltoetsen voor draaitabelweergaven
Draaitabelweergave
Toetsen voor het selecteren van elementen in de draaitabelweergave
| Actie |
Toetsen |
| De selectie van links naar rechts en vervolgens omlaag verplaatsen |
Tab |
| De selectie van boven naar beneden en vervolgens naar rechts verplaatsen |
Enter |
| De cel links van de actieve cel selecteren. Als de actieve cel de meest linkse cel is, selecteer u met Shift+Tab de laatste cel in de vorige rij. |
Shift+Tab |
| De cel boven de actieve cel selecteren. Als de actieve cel de bovenste cel is, selecteer u met Shift+Enter de laatste cel in de vorige kolom. |
Shift+Enter |
| Detailcellen selecteren voor het volgende item in het rijgebied |
Ctrl+Enter |
| Detailcellen selecteren voor het vorige item in het rijgebied |
Shift+Ctrl+Enter |
| De selectie verplaatsen in de richting van de pijltoets. Als een rij- of kolomveld is geselecteerd, drukt u op pijl-omlaag om naar het eerste gegevensitem in het veld te gaan en drukt u op een pijltoets om naar het volgende of vorige item of terug naar het veld te gaan. Als een detailveld is geselecteerd, drukt u op pijl-omlaag of pijl-rechts om naar de eerste cel in het detailgebied te gaan. |
Pijltoetsen |
| De selectie uitbreiden of beperken in de richting van de pijltoets |
Shift+pijltoetsen |
| De selectie naar de laatste cel verplaatsen in de richting van de pijltoets |
Ctrl+pijltoetsen |
| Het geselecteerde item verplaatsen in de richting van de pijltoets |
Shift+Alt+pijltoetsen |
| De meest linkse cel van de huidige rij selecteren |
Home |
| De meest rechtse cel van de huidige rij selecteren |
End |
| De meest linkse cel van de eerste rij selecteren |
Ctrl+Home |
| De laatste cel van de laatste rij selecteren |
Ctrl+End |
| De selectie uitbreiden naar de meest linkse cel van de eerste rij |
Shift+Ctrl+Home |
| De selectie uitbreiden naar de laatste cel van de laatste rij |
Shift+Ctrl+End |
| Het veld voor het geselecteerde gegevens-, totaal- of detailitem selecteren |
Ctrl+spatiebalk |
| De volledige rij met de geselecteerde cel selecteren |
Shift+spatiebalk |
| De volledige draaitabelweergave (draaitabelweergave: een weergave waarin de gegevens uit een gegevensblad of formulier worden samengevat en geanalyseerd. U kunt verschillende detailniveaus gebruiken of de gegevens naar wens indelen door velden en items te slepen, of door velden en items te verbergen en zichtbaar te maken in de vervolgkeuzelijsten van de velden.) selecteren |
Ctrl+A |
| Het volgende scherm weergeven |
Page Down |
| Het vorige scherm weergeven |
Page Up |
| De selectie één scherm omlaag uitbreiden |
Shift+Page Down |
| De selectie één scherm kleiner maken |
Shift+Page Up |
| Het volgende scherm rechts weergeven |
Alt+Page Down |
| Het vorige scherm links weergeven |
Alt+Page Up |
| De selectie naar de pagina rechts uitbreiden |
Shift+Alt+Page Down |
| De selectie naar de pagina links uitbreiden |
Shift+Alt+Page Up |
Toetsen voor het uitvoeren van opdrachten
| Actie |
Toetsen |
| Help-onderwerpen weergeven |
F1 |
| Het snelmenu weergeven voor het geselecteerde element in de draaitabelweergave. Via de snelmenu's kunt u opdrachten uitvoeren in de draaitabelweergave. |
Shift+F10 |
| Een opdracht in het snelmenu uitvoeren |
Onderstreepte letter |
| Het snelmenu sluiten zonder een opdracht uit te voeren |
Esc |
| Het dialoogvenster Eigenschappen weergeven |
Alt+Enter |
| Het dialoogvenster Eigenschappen sluiten |
Alt+F4 |
| Een vernieuwingsbewerking annuleren terwijl deze wordt uitgevoerd |
Esc |
| De geselecteerde gegevens van de draaitabelweergave kopiëren naar het Klembord |
Ctrl+C |
| De inhoud van de draaitabelweergave exporteren naar Microsoft Excel 2010 Excel 2010 |
Ctrl+E |
Toetsen voor het weergeven, verbergen, filteren of sorteren van gegevens
| Actie |
Toetsen |
De uitvouwtekens (vakken en ) naast items weergeven of verbergen |
Ctrl+8 |
| Het geselecteerde item uitvouwen |
Ctrl+plusteken (op het numerieke toetsenbord) |
| Het geselecteerde item verbergen |
Ctrl+minteken (op het numerieke toetsenbord) |
| De lijst voor het geselecteerde veld openen |
Alt+pijl-omlaag |
| Schakelen tussen het laatst geselecteerde item, de knop OK en de knop Annuleren in de vervolgkeuzelijst van een veld |
Tab |
| Naar het volgende item gaan in de vervolgkeuzelijst van een veld |
Pijltoetsen |
| Het selectievakje voor het huidige item in de vervolgkeuzelijst van een veld in- of uitschakelen |
Spatiebalk |
| De vervolgkeuzelijst van een veld sluiten en de ingevoerde wijzigingen doorvoeren |
Enter |
| De vervolgkeuzelijst van een veld sluiten zonder de ingevoerde wijzigingen door te voeren |
Esc |
| AutoFilter in- of uitschakelen |
Ctrl+T |
| De gegevens in het geselecteerde veld of alle gegevens sorteren in oplopende volgorde (A-Z, 0-9) |
Ctrl+Shift+A |
| De gegevens in het geselecteerde veld of alle gegevens sorteren in aflopende volgorde (Z-A, 9-0) |
Ctrl+Shift+Z |
| Het geselecteerde lid omhoog of naar links verplaatsen |
Alt+Shift+pijl-omhoog of Alt+Shift+pijl-links |
| Het geselecteerde lid omlaag of naar rechts verplaatsen |
Alt+Shift+pijl-omlaag of Alt+Shift+pijl-rechts |
Toetsen voor het toevoegen van velden en totalen en het wijzigen van de indeling van een draaitabelweergave
Toetsen voor het werken met het deelvenster Lijst met velden
| Actie |
Toetsen |
| Het deelvenster Lijst met velden weergeven of activeren als dit al wordt weergegeven |
Ctrl+L |
| Naar het volgende item in het deelvenster Lijst met velden gaan |
Pijltoetsen |
| Naar het vorige item gaan en dit opnemen in de selectie |
Shift+pijl-omhoog |
| Naar het volgende item gaan en dit opnemen in de selectie |
Shift+pijl-omlaag |
| Naar het vorige item gaan, maar dit niet opnemen in de selectie |
Ctrl+pijl-omhoog |
| Naar het volgende item gaan, maar dit niet opnemen in de selectie |
Ctrl+pijl-omlaag |
| Het item verwijderen uit de selectie als het gemarkeerde item is opgenomen in de selectie en vice versa |
Ctrl+spatiebalk |
| Het huidige item in het deelvenster Lijst met velden uitvouwen om de inhoud weer te geven of totalen uitvouwen om de beschikbare totaalvelden weer te geven |
Plusteken (numeriek toetsenblok) |
| Het huidige item in het deelvenster Lijst met velden samenvouwen om de inhoud te verbergen of totalen samenvouwen om de beschikbare totaalvelden te verbergen |
Minteken (numeriek toetsenblok) |
| In het deelvenster Lijst met velden schakelen tussen het laatst geselecteerde item, de knop Toevoegen aan en de lijst naast de knop Toevoegen aan |
Tab |
| De vervolgkeuzelijst openen naast de knop Toevoegen aan in de Lijst met velden. Gebruik de pijltoetsen om naar het volgende item in de lijst te gaan en druk op Enter om een item te selecteren. |
Alt+pijl-omlaag |
| Het gemarkeerde veld in het deelvenster Lijst met velden toevoegen aan het gebied in de draaitabelweergave dat wordt weergegeven in de lijst Toevoegen aan |
Enter |
| Het deelvenster Lijst met velden sluiten |
Alt+F4 |
Toetsen voor het toevoegen van velden en totalen
| Actie |
Toetsen |
| Een nieuw totaalveld voor het geselecteerde veld toevoegen in de draaitabelweergave met de samenvattingsfunctie Som |
Ctrl+Shift+S |
| Een nieuw totaalveld voor het geselecteerde veld toevoegen in de draaitabelweergave met de samenvattingsfunctie Aantal |
Ctrl+Shift+C |
| Een nieuw totaalveld voor het geselecteerde veld toevoegen in de draaitabelweergave met de samenvattingsfunctie Min |
Ctrl+Shift+M |
| Een nieuw totaalveld voor het geselecteerde veld toevoegen in de draaitabelweergave met de samenvattingsfunctie Max |
Ctrl+Shift+X |
| Een nieuw totaalveld voor het geselecteerde veld toevoegen in de draaitabelweergave met de samenvattingsfunctie Gem |
Ctrl+Shift+E |
| Een nieuw totaalveld voor het geselecteerde veld toevoegen in de draaitabelweergave met de samenvattingsfunctie Standaarddeviatie |
Ctrl+Shift+D |
| Een nieuw totaalveld voor het geselecteerde veld toevoegen in de draaitabelweergave met de samenvattingsfunctie Populatie van standaarddeviatie |
Ctrl+Shift+T |
| Een nieuw totaalveld voor het geselecteerde veld toevoegen in de draaitabelweergave met de samenvattingsfunctie Variantie |
Ctrl+Shift+V |
| Een nieuw totaalveld voor het geselecteerde veld toevoegen in de draaitabelweergave met de samenvattingsfunctie Populatie van variantie |
Ctrl+Shift+R |
| Subtotalen en eindtotalen in- of uitschakelen voor het geselecteerde veld in de draaitabelweergave |
Ctrl+Shift+B |
| Een berekend detailveld toevoegen |
Ctrl+F |
Toetsen voor het wijzigen van de indeling
Opmerking De volgende vier sneltoetsen werken niet als u de toetsen 1, 2, 3 of 4 op het numerieke toetsenbord gebruikt.
| Actie |
Toetsen |
| Het geselecteerde veld in de draaitabelweergave verplaatsen naar het rijgebied |
Ctrl+1 |
| Het geselecteerde veld in de draaitabelweergave verplaatsen naar het kolomgebied |
Ctrl+2 |
| Het geselecteerde veld in de draaitabelweergave verplaatsen naar het filtergebied |
Ctrl+3 |
| Het geselecteerde veld in de draaitabelweergave verplaatsen naar het detailgebied |
Ctrl+4 |
| Het geselecteerde rij- of kolomveld in de draaitabelweergave verplaatsen naar een hoger niveau |
Ctrl+pijl-links |
| Het geselecteerde rij- of kolomveld in de draaitabelweergave verplaatsen naar een lager niveau |
Ctrl+pijl-rechts |
Toetsen voor het opmaken van elementen in de draaitabelweergave
Als u de volgende sneltoetsen wilt gebruiken, moet u eerst een detailveld of een gegevenscel voor een totaalveld selecteren.
Met de eerste zeven sneltoetsen wijzigt u de getalnotatie van het geselecteerde veld.
| Actie |
Toetsen |
| De standaardgetalnotatie toepassen op waarden in het geselecteerde totaal- of detailveld |
Ctrl+Shift+~ (tilde) |
| De valutanotatie, met twee decimalen en negatieve getallen tussen haakjes, toepassen op waarden in het geselecteerde totaal- of detailveld |
Ctrl+Shift+$ |
| De procentnotatie, zonder decimalen, toepassen op waarden in het geselecteerde totaal- of detailveld |
Ctrl+Shift+% |
| De notatie voor exponentiële getallen, met twee decimalen, toepassen op waarden in het geselecteerde totaal- of detailveld |
Ctrl+Shift+^ |
| De datumnotatie, met de dag, de maand en het jaar, toepassen op de waarden in het geselecteerde totaal- of detailveld |
Ctrl+Shift+# |
| De tijdnotatie, met de uren, minuten en de aanduiding AM of PM, toepassen op waarden in het geselecteerde totaal- of detailveld |
Ctrl+Shift+@ |
| De getalnotatie, met twee decimalen, een scheidingsteken voor duizendtallen en een minteken voor negatieve getallen, toepassen op waarden in het geselecteerde totaal- of detailveld |
Ctrl+Shift+! |
| Tekst vet weergeven in het geselecteerde veld van de draaitabelweergave |
Ctrl+B |
| Tekst onderstrepen in het geselecteerde veld van de draaitabelweergave |
Ctrl+U |
| Tekst cursief weergeven in het geselecteerde veld van de draaitabelweergave |
Ctrl+I |
Draaigrafiekweergave
Toetsen voor het selecteren van items in een grafiek
| Actie |
Toetsen |
| Het volgende item in de grafiek selecteren |
Pijl-rechts |
| Het vorige item in de grafiek selecteren |
Pijl-links |
| De volgende groep items selecteren |
Pijl-omlaag |
| De vorige groep items selecteren |
Pijl-omhoog |
Toetsen voor het werken met eigenschappen en opties
| Actie |
Toetsen |
| Het dialoogvenster Eigenschappen weergeven |
Alt+Enter |
| Het dialoogvenster Eigenschappen sluiten |
Alt+F4 |
| Het volgende item op het geselecteerde tabblad selecteren wanneer het dialoogvenster Eigenschappen is geopend |
Tab |
| Het volgende tabblad selecteren vanaf het actieve tabblad in het dialoogvenster Eigenschappen |
Pijl-rechts |
| Het vorige tabblad selecteren vanaf het actieve tabblad in het dialoogvenster Eigenschappen |
Pijl-links |
| Een lijst of palet weergeven wanneer er op een knop met een lijst of palet wordt geklikt |
Pijl-omlaag |
| Het snelmenu weergeven |
Shift+F10 |
| Een opdracht in het snelmenu uitvoeren |
Onderstreepte letter |
| Het snelmenu sluiten zonder een opdracht uit te voeren |
Esc |
Toetsen voor het werken met velden
| Actie |
Toetsen |
| De lijst voor het geselecteerde veld openen |
Alt+pijl-omlaag |
| Schakelen tussen het laatst geselecteerde item, de knop OK en de knop Annuleren in de vervolgkeuzelijst van een veld |
Tab |
| Naar het volgende item gaan in de vervolgkeuzelijst van een veld |
Pijltoetsen |
| Het selectievakje voor het huidige item in de vervolgkeuzelijst van een veld in- of uitschakelen |
Spatiebalk |
| De vervolgkeuzelijst van een veld sluiten en de ingevoerde wijzigingen doorvoeren |
Enter |
| De vervolgkeuzelijst van een veld sluiten zonder de ingevoerde wijzigingen door te voeren |
Esc |
Toetsen voor het werken met het deelvenster Lijst met velden
| Actie |
Toetsen |
| Het deelvenster Lijst met velden weergeven of activeren als dit al wordt weergegeven |
Ctrl+L |
| Naar het volgende item in het deelvenster Lijst met velden gaan |
Pijltoetsen |
| Naar het vorige item gaan en dit opnemen in de selectie |
Shift+pijl-omhoog |
| Naar het volgende item gaan en dit opnemen in de selectie |
Shift+pijl-omlaag |
| Naar het vorige item gaan, maar dit niet opnemen in de selectie |
Ctrl+pijl-omhoog |
| Naar het volgende item gaan, maar dit niet opnemen in de selectie |
Ctrl+pijl-omlaag |
| Het item verwijderen uit de selectie als het gemarkeerde item is opgenomen in de selectie en vice versa |
Ctrl+spatiebalk |
| Het huidige item in het deelvenster Lijst met velden uitvouwen om de inhoud weer te geven of totalen uitvouwen om de beschikbare totaalvelden weer te geven |
Plusteken (numeriek toetsenblok) |
| Het huidige item in het deelvenster Lijst met velden samenvouwen om de inhoud te verbergen of totalen samenvouwen om de beschikbare totaalvelden te verbergen |
Minteken (numeriek toetsenblok) |
| In het deelvenster Lijst met velden schakelen tussen het laatst geselecteerde item, de knop Toevoegen en de lijst naast de knop Toevoegen |
Tab |
| De vervolgkeuzelijst openen naast de knop Toevoegen in de Lijst met velden. Gebruik de pijltoetsen om naar het volgende item in de lijst te gaan en druk op Enter om een item te selecteren. |
Alt+pijl-omlaag |
| Het gemarkeerde veld in het deelvenster Lijst met velden toevoegen aan het neerzetgebied dat wordt weergegeven in de lijst Toevoegen |
Enter |
| Het deelvenster Lijst met velden sluiten |
Alt+F4 |
Lint van Microsoft Office Fluent
Lint van Office Fluent
- Druk op Alt.
De toetstips worden weergegeven bij elke functie die beschikbaar is in de huidige weergave.
- Druk op de letter die wordt weergegeven in de toetstip bij de functie die u wilt gebruiken.
- Afhankelijk van de letter waarop u drukt, worden wellicht extra toetstips weergegeven. Als u bijvoorbeeld op C drukt terwijl het tabblad Externe gegevens actief is, wordt het tabblad Maken weergegeven, samen met de toetstips voor de groepen op dat tabblad.
- Blijf op letters drukken totdat u drukt op de letter van de opdracht of het besturingselement waarvan u gebruik wilt maken. Soms moet u eerst drukken op de letter van de groep die de opdracht bevat.
Opmerking Druk op Alt als u de bewerking die u gaat uitvoeren wilt annuleren en de toetstips wilt verbergen.
Online-Help
Sneltoetsen voor het gebruik van het Help-venster
Het Help-venster biedt toegang tot alle inhoud van Office Help. In het Help-venster worden onderwerpen en andere Help-inhoud weergegeven.
In het Help-venster
| Actie |
Toetsen |
| Het Help-venster openen |
F1 |
| Het Help-venster sluiten |
Alt+F4 |
| Schakelen tussen het Help-venster en het actieve programma |
Alt+Tab |
| Teruggaan naar de startpagina van programmanaam |
Alt+Home |
| Het volgende item in het Help-venster selecteren |
Tab |
| Het vorige item in het Help-venster selecteren |
Shift+Tab |
| De bewerking voor het geselecteerde item uitvoeren |
Enter |
| Naar de sectie Bladeren in programmanaam Help van het Help-venster gaan en het volgende of vorige item selecteren |
Tab of Shift+Tab |
| De sectie Bladeren in Programmanaam Help van het Help-venster het geselecteerde item respectievelijk uit- of samenvouwen |
Enter |
| De volgende verborgen tekst of hyperlink selecteren, inclusief Alles weergeven of Alles verbergen in het bovenste gedeelte van een onderwerp |
Tab |
| De vorige verborgen tekst of hyperlink selecteren |
Shift+Tab |
| De bewerking voor de knop Alles weergeven, de knop Alles verbergen, verborgen tekst of hyperlink uitvoeren |
Enter |
| Naar het vorige Help-onderwerp gaan (knop Vorige) |
Alt+pijl-links of Backspace |
| Naar het volgende Help-onderwerp gaan (knop Volgende) |
Alt+pijl-rechts |
| Kleine afstanden omhoog of omlaag gaan binnen het weergegeven Help-onderwerp |
Pijl-omhoog, pijl-omlaag |
| Grotere afstanden omhoog of omlaag gaan binnen het weergegeven Help-onderwerp |
Page Up, Page Down |
| Een menu met opdrachten voor het Help-venster weergeven. Het Help-venster moet wel het actieve venster zijn (klik in het Help-venster). |
Shift+F10 |
| De laatste bewerking stoppen (knop Stoppen) |
Esc |
| Het venster vernieuwen (knop Vernieuwen) |
F5 |
|
Het huidige Help-onderwerp afdrukken
Opmerking Als de cursor zich niet in het huidige Help-onderwerp bevindt, drukt u op F6 en op Ctrl+P.
|
Ctrl+P |
| De verbindingsstatus wijzigen |
F6, en vervolgens drukt u op Enter om de lijst met opties te openen |
| Schakelen tussen de verschillende gebieden in het Help-venster, bijvoorbeeld tussen de werkbalk en de lijst Zoeken |
F6 |
| Het volgende of het vorige onderwerp selecteren in de structuurweergave van een inhoudsopgave |
Pijl-omhoog, pijl-omlaag |
| Het geselecteerde onderwerp uitvouwen of samenvouwen in de structuurweergave van een inhoudsopgave |
Pijl-links, pijl-rechts |
Basisbewerkingen in Microsoft Office
Vensters weergeven en gebruiken
| Actie |
Toetsen |
| Naar het volgende venster gaan |
Alt+Tab |
| Naar het vorige venster gaan |
Alt+Shift+Tab |
| Het actieve venster sluiten |
Ctrl+W of Ctrl+F4 |
|
In het programmavenster naar een ander taakvenster gaan (rechtsom; mogelijk moet u meerdere keren op F6 drukken)
Opmerking Als u met F6 niet het gewenste taakvenster kunt weergeven, kunt u op Alt drukken om de focus te verplaatsen naar de menubalk of het lint van Microsoft Office Fluent. Vervolgens kunt u met Ctrl+Tab proberen het gewenste taakvenster te activeren.
|
F6 |
| Naar het volgende venster gaan als meer dan één venster is geopend |
Ctrl+F6 |
| Naar het vorige venster gaan |
Ctrl+Shift+F6 |
| De opdracht Formaat (in het systeemmenu van het venster) uitvoeren wanneer een documentvenster niet is gemaximaliseerd. Druk op de pijltoetsen om het vensterformaat te wijzigen en druk op Enter wanneer u klaar bent. |
Ctrl+F8 |
| Een venster minimaliseren tot een pictogram (dit werkt niet in alle Microsoft Office-programma's) |
Ctrl+F9 |
| Een geselecteerd venster maximaliseren of het vorige vensterformaat herstellen |
Ctrl+F10 |
| Een schermafbeelding naar het Klembord kopiëren |
PrtScn |
| Een schermafbeelding van het geselecteerde venster naar het Klembord kopiëren |
Alt+PrtScn |
In tekst of cellen bewegen
| Actie |
Toetsen |
| Eén teken naar links gaan |
Pijl-links |
| Eén teken naar rechts gaan |
Pijl-rechts |
| Eén regel omhoog gaan |
Pijl-omhoog |
| Eén regel omlaag gaan |
Pijl-omlaag |
| Eén woord naar links gaan |
Ctrl+pijl-links |
| Eén woord naar rechts gaan |
Ctrl+pijl-rechts |
| Naar het einde van de regel gaan |
End |
| Naar het begin van de regel gaan |
Home |
| Eén alinea omhoog gaan |
Ctrl+pijl-omhoog |
| Eén alinea omlaag gaan |
Ctrl+pijl-omlaag |
| Naar het einde van een tekstvak gaan |
Ctrl+End |
| Naar het begin van een tekstvak gaan |
Ctrl+Home |
| De laatste bewerking voor Zoeken herhalen |
Shift+F4 |
De invoegpositie verplaatsen en werken in tabellen
| Actie |
Toetsen |
| Naar de volgende cel gaan |
Tab |
| Naar de vorige cel gaan |
Shift+Tab |
| Naar de volgende rij gaan |
Pijl-omlaag |
| Naar de vorige rij gaan |
Pijl-omhoog |
| Een tabteken in een cel invoegen |
Ctrl+Tab |
| Een nieuwe alinea beginnen |
Enter |
| Een nieuwe rij toevoegen onder aan de tabel |
Tab aan het einde van de laatste rij |
Taakvensters openen en gebruiken
| Actie |
Toetsen |
|
In het programmavenster naar een ander taakvenster gaan (mogelijk moet u meerdere keren op F6 drukken)
Opmerking Als u met F6 niet het gewenste taakvenster kunt weergeven, kunt u op Alt drukken om de focus te verplaatsen naar de menubalk. Vervolgens kunt u met Ctrl+Tab naar het gewenste taakvenster gaan.
|
F6 |
| Naar een taakvenster gaan als een menu of werkbalk actief is (mogelijk moet u meerdere keren op Ctrl+Tab drukken) |
Ctrl+Tab |
| De volgende of vorige optie in het taakvenster selecteren wanneer een taakvenster actief is |
Tab of Shift+Tab |
| Alle opdrachten in het menu van het taakvenster weergeven |
Ctrl+pijl-omlaag |
| Naar een andere optie in een geselecteerd submenu gaan; naar een andere optie in een groepsvak van een dialoogvenster gaan |
Pijl-omlaag of pijl-omhoog |
| Het geselecteerde menu openen of de bewerking uitvoeren die aan de geselecteerde knop is toegewezen |
Spatiebalk of Enter |
| Een snelmenu openen of een vervolgkeuzemenu bij het geselecteerde galerie-item openen |
Shift+F10 |
| De eerste of laatste opdracht in een menu of vervolgmenu selecteren als het menu of vervolgmenu zichtbaar is |
Home of End |
| Omhoog of omlaag schuiven in de geselecteerde galerielijst |
Page Up of Page Down |
| Naar de boven- of onderkant van de geselecteerde galerielijst gaan |
Ctrl+Home of Ctrl+End |
Tips
Werkbalken, menu's en taakvensters verplaatsen en het formaat ervan wijzigen
- Druk op Alt om de menubalk te selecteren.
- Druk herhaaldelijk op Ctrl+Tab om de gewenste werkbalk of het gewenste taakvenster te selecteren
- Voer een van de volgende handelingen uit:
Het formaat van werkbalken wijzigen
- Druk op de werkbalk op Ctrl+spatiebalk om het menu Werkbalkopties weer te geven.
- Klik op de opdracht Formaat en druk op Enter.
- Gebruik de pijltoetsen om het formaat van de werkbalk te wijzigen. Druk op Ctrl + de pijltoetsen om het formaat per pixel te wijzigen.
Werkbalken verplaatsen
- Druk op de werkbalk op Ctrl+spatiebalk om het menu Werkbalkopties weer te geven.
- Klik op de opdracht Verplaatsen en druk op Enter.
- Gebruik de pijltoetsen om de werkbalk te verplaatsen. Druk op Ctrl + de pijltoetsen om dit pixel voor pixel te doen. Druk herhaaldelijk op depijl-omlaag om de werkbalk los te koppelen. Als u de werkbalk verticaal aan de linker- of rechterkant wilt koppelen, drukt u op pijl-links of pijl-rechts wanneer de werkbalk respectievelijk helemaal links of helemaal rechts op het scherm wordt weergegeven.
Het formaat van een taakvenster wijzigen
- Druk in het taakvenster op Ctrl+spatiebalk om een menu met extra opdrachten weer te geven.
- Selecteer met pijl-omlaag de opdracht Formaat en druk op Enter.
- Gebruik de pijltoetsen om het formaat van de werkbalk te wijzigen. Druk op Ctrl + de pijltoetsen om het formaat per pixel te wijzigen.
Een taakvenster verplaatsen
- Druk in het taakvenster op Ctrl+spatiebalk om een menu met extra opdrachten weer te geven.
- Selecteer met pijl-omlaag de opdracht Verplaatsen en druk op Enter.
- Gebruik de pijltoetsen om het taakvenster te verplaatsen. Druk op Ctrl + de pijltoetsen om het taakvenster pixel voor pixel te verplaatsen.
- Druk op Esc als u klaar bent.
Werken met dialoogvensters
| Actie |
Toetsen |
| Naar de volgende optie of het volgende groepsvak gaan |
Tab |
| Naar de vorige optie of het vorige groepsvak gaan |
Shift+Tab |
| Naar het volgende tabblad in een dialoogvenster gaan |
Ctrl+Tab |
| Naar het vorige tabblad in een dialoogvenster gaan |
Ctrl+Shift+Tab |
| Naar de vorige of volgende optie in een geopende vervolgkeuzelijst of in een groepsvak gaan |
Pijltoetsen |
| De bewerking uitvoeren die is toegewezen aan de geselecteerde knop; het geselecteerde selectievakje in- of uitschakelen |
Spatiebalk |
| De lijst openen als deze is gesloten en naar de betreffende optie in de lijst gaan |
Eerste letter van een optie in een vervolgkeuzelijst |
| Een optie selecteren; een selectievakje in- of uitschakelen |
Alt+ de onderstreepte letter in een optie |
| Een geselecteerde vervolgkeuzelijst openen |
Alt+pijl-omlaag |
| Een geselecteerde vervolgkeuzelijst sluiten; een opdracht annuleren en een dialoogvenster sluiten |
Esc |
| De bewerking uitvoeren die aan een standaardknop in een dialoogvenster is toegewezen |
Enter |
Invoervakken in dialoogvensters gebruiken
Een invoervak is een leeg vak waarin u gegevens typt of plakt, bijvoorbeeld uw gebruikersnaam of het pad van een map.
| Actie |
Toetsen |
| Naar het begin van de invoer gaan |
Home |
| Naar het einde van de invoer gaan |
End |
| Eén teken naar links of rechts gaan |
Pijl-links of pijl-rechts |
| Eén woord naar links gaan |
Ctrl+pijl-links |
| Eén woord naar rechts gaan |
Ctrl+pijl-rechts |
| Het teken links van de invoegpositie selecteren of deze selectie opheffen |
Shift+pijl-links |
| Het teken rechts van de invoegpositie selecteren of deze selectie opheffen |
Shift+pijl-rechts |
| Het woord links van de invoegpositie selecteren of deze selectie opheffen |
Ctrl+Shift+pijl-links |
| Het woord rechts van de invoegpositie selecteren of deze selectie opheffen |
Ctrl+Shift+pijl-rechts |
| Selecteren vanaf de invoegpositie tot aan het begin van de invoer |
Shift+Home |
| Selecteren vanaf de invoegpositie tot aan het einde van de invoer |
Shift+End |