In dit artikel krijgt u uitleg over de verschillende manieren om datum- en tijdwaarden in te voeren in een Microsoft Office Access 2007-database. In de achtergrondinformatie wordt uitgelegd hoe datum- en tijdgegevens in Access worden opgeslagen en wanneer en waarom u de ene, dan wel de andere invoermethode gebruikt. In de instructies krijgt u uitleg over de meest gebruikte methoden voor het invoeren van datum- en tijdwaarden, over het maken en gebruiken van invoermaskers en over het weergeven van datum- en tijdgegevens in verschillende notaties.
Wat wilt u doen?
Leren hoe datum- en tijdwaarden in Access worden opgeslagen en gebruikt
Bij gebruik van een Access-database kunt u de datum- en tijdwaarden weergegeven zien in een aantal verschillende notaties, zoals een Europese notatie (28.11.2006 of 28-11-2006), een Zuid-Aziatische notatie (28/11/2006) of de Amerikaanse notatie (11/28/2006).
Ongeacht hoe Access de datum- en tijdgegevens weergeeft, en ongeacht hoe u datum- of tijdgegevens invoert, datums en tijden worden in Access opgeslagen als getallen met drijvende komma en dubbele precisie. Dit is een systeem dat ook seriële datums wordt genoemd. In deze afbeelding ziet u een typische seriële datum- en tijdwaarde.
Het gehele-getalgedeelte van de waarde, links van het decimaalteken, staat voor de datum. Het breukgedeelte, rechts van het decimaalteken, staat voor de tijd.
Het getal in de afbeelding staat voor 24 december 2003, 21.00 uur. De datumcomponent is het aantal hele dagen dat is verlopen sinds de start- of basisdatum 30-12-1899. In dit voorbeeld zijn 37.979 dagen verlopen tussen 30-12-1899 en 24-12-2003. De tijdcomponent is een breukdeel van een dag van 24 uur. Een waarde van 0,875 maal 24 uur betekent dus 21 uren, oftewel 21.00 uur.
Negatieve waarden in de datumcomponent staan voor datums vóór de basisdatum. Een waarde van -1 in de datumcomponent staat dus voor één dag voor de basisdatum, oftewel 29-12-1899.
Geldige datumwaarden lopen van -657.434 (1 januari van het jaar 100 na Chr.) tot 2.958.465 (31 december 9999). Geldige tijdwaarden lopen van 0,0 tot 0,9999, oftewel 23.59.59.
Door datum- en tijdwaarden als getallen op te slaan, kunnen allerlei berekeningen worden toegepast op datum- en tijdgegevens. U kunt bijvoorbeeld het totale aantal gewerkte uren berekenen (een werkrooster) of berekenen hoe oud een factuur is. Zie de artikelen Date, functie en Een expressie maken voor meer informatie over het berekenen van datumwaarden.
Nieuwe datum- en tijdfuncties
Office Access 2007 bevat nu een datumkiezer. Als u een Datum/tijd-veld selecteert of er op andere wijze de focus op plaatst, verschijnt de datumkiezer rechts of links van het veld, afhankelijk van de gebruikte taalinstellingen. Wanneer u op de datumkiezer klikt, verschijnt een kalenderbesturingselement:
In de kalender kunt u een datum in het verleden of de toekomst selecteren of door op Vandaag te klikken snel de datum van vandaag invoeren.
Standaardgedrag van datum- en tijdwaarden
In Access worden uw datum- en tijdgegevens altijd standaard in een bepaalde notatie weergegeven. Tenzij u dit anders instelt, worden de standaarddatumnotatie en de Lange tijdnotatie gebruikt, twee vooraf gedefinieerde notaties die in het product zijn ingebouwd. Voor de standaarddatumnotatie wordt buiten de V.S. dd/mm/jjjj gebruikt en in de V.S. mm/dd/jjjj. Voor de Lange tijdnotatie wordt uu:mm:ss AM/PM gebruikt.
Afhankelijk van de geografische locatie die is ingesteld onder de landinstellingen van Windows, kan die notatie anders zijn. In Europa en veel landen in Azië ziet u bijvoorbeeld 28.11.2006 12:07:12 PM of soms 28/11/2006 12:07:12 PM, afhankelijk van waar u zich bevindt. In de Verenigde Staten ziet u 11/28/2006 12:07:12 PM.
Denk er als u verder gaat om dat in Access altijd de scheidingstekens voor datum en tijd worden gebruikt die zijn ingesteld met de optie Landinstellingen, tenzij u een aangepaste notatie hebt ingesteld. Zie De invloed van de landinstellingen van Windows op datums en tijden verderop in dit artikel voor meer informatie over het wijzigen van de landinstellingen. Zie Datum- en tijdgegevens weergeven volgens gedefinieerde en aangepaste notaties verderop in dit artikel voor meer informatie over het maken van aangepaste notaties.
Denk er ook aan dat de notatie standaard geen invloed heeft op de manier waarop datum- en tijdgegevens in Access worden ingevoerd en opgeslagen. U kunt een datum bijvoorbeeld invoeren in een Europese indeling zoals 28.11.2006, maar die waarde kan in een tabel, formulier of rapport worden weergegeven als 11/28/2006.
Verder wordt in Access standaard een zekere mate van gegevensvalidatie toegepast. U kunt bijvoorbeeld geen ongeldige datum zoals 32.11.2006 invoeren. Als u probeert een dergelijke datum in te voeren, wordt een waarschuwingsbericht weergegeven en kunt u een nieuwe waarde invoeren, dan wel het veld omzetten van Datum/tijd in het gegevenstype Tekst. In de regel zet u een veld alleen om in tekst als u geen berekeningen meer wilt toepassen op de gegevens. Zie het artikel Beginselen van databaseontwerp als u niet bekend bent met gegevenstypen.
De invloed van invoermaskers op de invoer van datum- en tijdgegevens
Behalve het standaardgedrag en de landinstellingen die in het vorige gedeelte werden besproken, kan ook een zogenaamd 'invoermasker' invloed hebben op de invoer van datum- en tijdwaarden. Een invoermasker is een set van feitelijke tekens en plaatsaanduiders voor tekens waardoor u wordt gedwongen de gegevens in te voeren in een specifieke indeling of volgorde. Als u een Datum/tijd-veld selecteert, ziet u bijvoorbeeld een leeg datum- of tijdveld dat u moet invullen:
__/___/____
Als u probeert om een ongeldig teken in te voeren (bijvoorbeeld een cijfer als volgens het invoermasker een letter vereist is), wordt dat onmogelijk gemaakt. In deze afbeelding ziet u een invoermasker zoals het verschijnt in een tabel.
In dit geval wordt u door het invoermasker gedwongen om datums in te voeren in de vorm dd/mmm/jjjj, waarbij de maand als drie letters moet worden weergegeven.
Als u probeert om een ongeldige waarde in te voeren, bijvoorbeeld een cijfer op een plaats waar een letter vereist is, wordt in Access gezorgd dat u helemaal geen teken kunt invoeren. Neem contact op met uw databaseontwerper of systeembeheerder als u niet goed kunt vaststellen welk soort tekens vereist is bij een bepaald invoermasker.
Terug naar boven
Een Datum/tijd-veld toevoegen aan een tabel
Als u datums en tijden wilt gebruiken in een database plaatst u ten eerste een Datum/tijd-veld in een of meer van de tabellen in de database. De gegevens bevinden zich in een tabel, ongeacht waar de datum- of tijdwaarde verschijnt (bijvoorbeeld in een formulier of rapport).
U kunt datums en tijden invoeren in een veld dat is ingesteld op het gegevenstype Tekst of Memo, maar u kunt op de resulterende gegevens geen berekeningen toepassen. Daarom wordt in deze aanwijzingen alleen uitgelegd hoe u een Datum/tijd-veld toevoegt aan een tabel. Daarnaast kunt u een Datum/-tijdveld aan een tabel toevoegen in de gegevensbladweergave en de ontwerpweergave. De stappen in de volgende secties beschrijven de werkwijze voor beide technieken.
Een Datum/tijd-veld maken in de gegevensbladweergave
- Dubbelklik in het navigatiedeelvenster op de tabel die u wilt wijzigen. De tabel wordt in de gegevensbladweergave geopend.
- Zoek het lege veld (kolom) in de tabel. Standaard wordt Nieuw veld toevoegen weergegeven in de veldnamenrij van alle nieuwe velden, bijvoorbeeld:
- Dubbelklik op de veldnamenrij en typ een naam voor het nieuwe Datum/tijd-veld
- Voer in de eerste lege rij onder de veldnamenrij een datum of tijd in.
-of-
Klik op het tabblad Gegevensblad, in de groep Gegevenstype en opmaak, op de pijl van de vervolgkeuzelijst naast Gegevenstype en selecteer een gegevenstype.
- Sla de wijzigingen op.
Een Datum/tijd-veld maken in de ontwerpweergave
- Klik in de ontwerpweergave met de rechtermuisknop op de tabel die u wilt wijzigen en kies Ontwerpweergave in het snelmenu.
- Selecteer een lege rij in het bovenste gedeelte van de ontwerpweergave voor tabellen.
- Typ een naam voor het nieuwe veld in de kolom Veldnaam.
- Selecteer de kolom Gegevenstype en selecteer vervolgens Datum/tijd uit de lijst.
Het nieuwe veld moet er als volgt uitzien, hoewel de naam van het veld anders kan zijn:
- Sla uw wijzigingen op.
Terug naar boven
Datums en tijden toevoegen aan records
Gewoonlijk worden datums en tijden handmatig ingevoerd, of met behulp van de datumkiezer van Office Access 2007. In dit gedeelte worden beide methoden toegelicht. Ook staan er koppelingen in naar informatie over het werken met datums in programmeerwerk.
Datums handmatig invoeren
- Selecteer het Datum/tijd-veld of plaats er op een andere wijze de focus op.
- Typ de datum of tijd.
Als een invoermasker verschijnt wanneer u het Datum/tijd-veld selecteert, typt u de waarden in de door het invoermasker aangegeven notatie. Neem contact op met uw systeembeheerder of databaseontwerper als u niet goed kunt vaststellen wat het invoermasker vereist.
Datums invoeren met de datumkiezer
- Selecteer het Datum/tijd-veld of plaats er op een andere wijze de focus op.
- Klik op de datumkiezer, die zich rechts of links van het veld bevindt.
Er verschijnt een kalenderbesturingselement waarin de maand en dag van vandaag staan weergegeven.
- U kunt de datum van vandaag invoeren door op Vandaag te klikken.
-of-
Selecteer een dag in de huidige maand.
-of-
Selecteer met de vooruit- of terugknop een andere maand en datum.
De geselecteerde waarde wordt naar het tabelveld geschreven wanneer u op een datum klikt.
Terug naar boven
Met een invoermasker regelen hoe datums en tijden worden ingevoerd door gebruikers
U gebruikt een invoermasker als u gebruikers wilt dwingen gegevens in een vooraf gedefinieerde indeling te typen. Als u bijvoorbeeld wilt dat gebruikers datums in een Europese notatie typen, kunt u met een invoermasker voorkomen dat datums op een andere manier worden ingevoerd.
Invoermaskers zijn sets van plaatsaanduiders voor tekens en feitelijke tekens waarmee wordt geregeld wat een gebruiker kan invoeren in een veld. U kunt invoermaskers toepassen op velden in tabellen en queryresultaatsets, en op besturingselementen in formulieren en rapporten.
Een invoermasker bestaat uit drie gedeelten, van elkaar gescheiden door puntkomma's. Het eerste gedeelte is verplicht, de overige zijn optioneel. In het eerste gedeelte wordt de maskertekenreeks gedefinieerd door een reeks plaatsaanduiders voor tekens en feitelijke tekens. In het tweede gedeelte definieert u of u de tekens van het masker plus de gegevens wilt opslaan in het veld. Typ 0 als u het masker en de gegevens wilt opslaan, typ 1 als u alleen de gegevens wilt opslaan. In het derde gedeelte definieert u de plaatsaanduider die wordt gebruikt om een gegevenspositie aan te duiden. De standaardplaatsaanduider in Access is het onderstrepingsteken (_). Als u een ander teken wilt gebruiken, kunt u dit op de gewenste plaats in de maskertekenreeks of in het derde gedeelte van het masker typen. Een positie in een invoermasker accepteert standaard slechts één teken of spatie.
Door het invoermasker in het volgende voorbeeld wordt de gebruiker gedwongen om datums in te voeren in een notatie die in veel landen wordt gebruikt.
00 LLL 0000;0;_
In het eerste gedeelte wordt het masker gedefinieerd. In dit geval fungeert de nul als een tijdelijke aanduiding voor cijfers en de L als tijdelijke aanduiding voor letters. Het masker dwingt tot het gebruik van twee cijfers voor de dag van de maand (de eerste twee nullen) en van vier cijfers voor het jaartal (de laatste vier nullen). De drie L's dwingen tot het gebruik van een afkorting van drie letters voor de maand.
Door het tweede gedeelte wordt Access gedwongen om de maskertekens samen met de gegevens op te slaan. In het derde gedeelte wordt het onderstrepingsteken gespecificeerd als tijdelijke aanduiding. Desgewenst kunt u als volgt ook een datumscheidingsteken aan de maskertekenreeks toevoegen: 00/LLL/0000;0;_.
In het volgende gedeelte wordt uitgelegd hoe u het hier getoonde invoermasker instelt.
Een invoermasker definiëren voor een Datum/tijd-veld
- Klik in het navigatiedeelvenster met de rechtermuisknop op de tabel die u wilt wijzigen en kies Ontwerpweergave in het snelmenu. Als de tabel geen Datum/tijd-veld bevat, voegt u er een toe. Zie Een Datum/tijd-veld toevoegen aan een tabel eerder in dit artikel voor informatie over het toevoegen van het veld.
- Selecteer het Datum/tijd-veld en klik in het onderste gedeelte van het ontwerpraster op het tabblad Algemeen op de eigenschap Invoermasker.
- Typ het invoermasker zoals hier getoond:
00 LLL 0000;0;_
-of-
Typ een ander masker. Zie de Naslaglijst invoermaskertekens verderop in dit artikel voor informatie over het maken van andere soorten maskers.
- Nadat u het masker hebt ingevoerd, verschijnt het infolabel Bijwerkopties voor eigenschap, waarin u de optie krijgt om het masker toe te passen op andere tabelvelden en formulierbesturingselementen die het logischerwijze zouden overnemen. U kunt de wijzigingen in de hele database toepassen door op het infolabel te klikken en vervolgens Invoermasker overal bijwerken waar veldnaam wordt gebruikt te selecteren. In dit geval staat veldnaam voor de naam van het Datum/tijd-veld.
- Als u ervoor kiest om de wijzigingen overal in de database toe te passen, verschijnt het dialoogvenster Eigenschappen bijwerken, waarin de formulieren en andere objecten worden weergegeven die de nieuwe notatie zullen overnemen. Klik op Ja om de notatie toe te passen.
- Klik op Opslaan. U ziet dat een aantal tekens wordt toegevoegd aan het invoermasker:
00\LLL\0000;0;_
Zie de Naslaglijst invoermaskertekens verderop in dit artikel voor informatie over die tekens.
- Ga naar de gegevensbladweergave en test het masker aan de hand van de volgende stappen.
Het invoermasker testen
- Plaats de cursor in het veld dat het invoermasker bevat. U ziet dat het masker pas verschijnt als u het veld selecteert.
- Typ cijfers en letters in de lege ruimten in het masker. U ziet dat u in het eerste en het laatste gedeelte van het masker alleen cijfers kunt invoeren en in het middelste gedeelte alleen letters. Als u letters probeert te typen op een cijferplek (of andersom) gebeurt er niets.
- Verwijder een van de cijfers uit een van de gedeelten van het masker en probeer vervolgens de cursor naar een ander veld te verplaatsen of de record op een andere manier op te slaan. U krijgt een foutbericht: De opgegeven waarde is niet juist voor het invoermasker '00\LLL\0000;0;_' dat is ingesteld voor dit veld.. Dit bericht verschijnt omdat de tijdelijke aanduidingen een waarde moeten bevatten.
- Stel uzelf een aantal algemene vragen:
- Wordt het door dit masker onmogelijk voor gebruikers om bepaalde vereiste gegevens in te voeren? Zal het bijvoorbeeld ooit voorkomen dat een gebruiker datums in een andere notatie moet invoeren?
- Leidt het invoermasker tot problemen met uw notaties? Probeer bijvoorbeeld eens om deze aangepaste notatie toe te voegen aan het Datum/tijd-veld: dd/mmm/jjjj (kopieer deze notatie en plak die in de eigenschap Indeling, vlak boven de eigenschap Invoermasker). Wanneer u de tabel nu in de gegevensbladweergave weergeeft en probeert een datum te typen, wordt in het veld een reeks slashes weergegeven en is het onmogelijk om een complete datum te typen.
U kunt dit probleem oplossen (voor de hier getoonde combinatie van invoermasker en aangepaste notatie) door het scheidingsteken als volgt in de invoermaskertekenreeks op te nemen: 00/LLL/0000;0. Het oplossen van andere conflicten tussen aangepaste notaties en invoermaskers kan in dit artikel niet worden behandeld, vooral omdat u zoveel verschillende maskers en aangepaste notaties kunt maken. In de regel kunt u conflicten voorkomen door voor de aangepaste notatie dezelfde structuur te gebruiken als voor het invoermasker, en soms door eventuele scheidingstekens op te nemen in de invoermaskertekenreeks.
Naslaglijst invoermaskertekens
In de onderstaande tabel worden de plaatsaanduiders en feitelijke tekens vermeld en beschreven die u in een invoermasker kunt gebruiken.
| Teken |
Toepassing |
| 0 |
Cijfer. Op deze plaats moet één cijfer worden getypt. |
| 9 |
Cijfer. Op deze plaats kan desgewenst één cijfer worden getypt. |
| # |
Op deze plaats kan een cijfer, een spatie of een plus- of minteken worden getypt. Als de gebruiker deze positie overslaat, wordt automatisch een spatie ingevoerd. |
| L |
Letter. Op deze plaats moet één letter worden getypt. |
| ? |
Letter. Op deze plaats kan desgewenst één letter worden getypt. |
| A |
Letter of cijfer. Op deze plaats moet één letter of cijfer worden getypt. |
| a |
Letter of cijfer. Op deze plaats kan desgewenst één letter of cijfer worden getypt. |
| & |
Teken of spatie. Op deze plaats moet één teken of een spatie worden getypt. |
| C |
Teken of spatie. Op deze plaats kan desgewenst één teken of een spatie worden getypt. |
| . , : ; - / |
Plaatsaanduidingen voor decimalen en duizendtallen, scheidingstekens voor datum en tijd. Het teken dat u gebruikt, hangt af van de landinstellingen van Windows. Zie De invloed van de landinstellingen van Windows op datums en tijden verderop in dit artikel voor informatie over deze instellingen. |
| < |
Alle tekens hierna verschijnen als hoofdletters. |
| > |
Alle tekens hierna verschijnen als kleine letters. |
| ! |
Het invoermasker wordt van links naar rechts gevuld, in plaats van andersom. |
| \ |
Het hieropvolgende teken wordt in Access altijd weergegeven. Dit heeft hetzelfde effect als een teken tussen dubbele aanhalingstekens plaatsen. |
| "Letterlijke tekst" |
Plaats tekst waarvan u wilt dat de gebruiker die ziet tussen dubbele aanhalingstekens. |
| Wachtwoord |
Als u in de ontwerpweergave voor tabellen of formulieren de eigenschap Invoermasker instelt op Wachtwoord, wordt een invoervak voor een wachtwoord gemaakt. Als de gebruiker in een dergelijk veld een wachtwoord typt, worden de tekens opgeslagen maar worden op het scherm sterretjes (*) weergegeven. |
Terug naar boven
Datum- en tijdgegevens weergeven volgens gedefinieerde en aangepaste notaties
Access bevat een aantal vooraf gedefinieerde notaties die u kunt toepassen op datum- en tijdgegevens. Als een van deze notaties niet voldoet aan uw wensen, kunt u een aangepaste notatie specificeren. In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u vooraf gedefinieerde en aangepaste notaties toepast. Verderop in dit gedeelte staat ook naslaginformatie over het gebruik van elke vooraf gedefinieerde notatie en over het gebruik van de verschillende opties voor het maken van aangepaste notaties.
Een vooraf gedefinieerde notatie toepassen
- Klik in de ontwerpweergave met de rechtermuisknop op de tabel die u wilt wijzigen en kies Ontwerpweergave in het snelmenu.
- Selecteer in het bovenste gedeelte van het ontwerpraster het Datum/tijd-veld.
- Klik in het onderste gedeelte in het eigenschappenvak Opmaak en gebruik de pijl-omlaag om een notatie in de lijst te selecteren.
Zie de Naslaglijst vooraf gedefinieerde Datum/tijd-notaties verderop in dit gedeelte voor informatie over vooraf gedefinieerde notaties.
- Nadat u een notatie hebt geselecteerd, verschijnt het infolabel Bijwerkopties voor eigenschap, waarin u de optie krijgt om de nieuwe notatie toe te passen op andere tabelvelden en formulierbesturingselementen die het logischerwijze zouden overnemen. U kunt de wijzigingen in de hele database toepassen door op het infolabel te klikken en vervolgens Indeling overal bijwerken waar veldnaamwordt gebruikt te selecteren. In dit geval staat veldnaam voor de naam van het Datum/tijd-veld.
- Als u ervoor kiest om de wijzigingen overal in de database toe te passen, verschijnt het dialoogvenster Eigenschappen bijwerken, waarin de formulieren en andere objecten worden weergegeven die de nieuwe notatie zullen overnemen. Klik op Ja om de notatie toe te passen.
- Sla de wijzigingen op en ga naar de gegevensbladweergave om te zien of de notatie aan uw wensen voldoet.
Een aangepaste notatie toepassen
- Klik in de ontwerpweergave met de rechtermuisknop op de tabel die u wilt wijzigen en kies Ontwerpweergave in het snelmenu.
- Selecteer in het bovenste gedeelte van het ontwerpraster het Datum/tijd-veld.
- Klik in het onderste gedeelte in het eigenschappenvak Opmaak en selecteer vervolgens met de pijl omlaag een notatie uit de lijst.
Zie de Naslaglijst aangepaste Datum/tijd-notaties verderop in dit gedeelte voor de tekens en syntaxis die u gebruikt voor aangepaste notaties.
- Nadat u een notatie hebt ingevoerd, verschijnt het infolabel Bijwerkopties voor eigenschap, waarin u de mogelijkheid krijgt om de notatie toe te passen op andere tabelvelden en formulierbesturingselementen die het logischerwijze zouden overnemen. U kunt de wijzigingen in de hele database toepassen door op het infolabel te klikken en vervolgens Indeling overal bijwerken waar veldnaam wordt gebruikt te selecteren. In dit geval staat veldnaam voor de naam van het Datum/tijd-veld.
- Als u ervoor kiest om de wijzigingen overal in de database toe te passen, verschijnt het dialoogvenster Eigenschappen bijwerken, waarin de formulieren en andere objecten worden weergegeven die de nieuwe notatie zullen overnemen. Klik op Ja om de notatie toe te passen.
- Sla de wijzigingen op en ga naar de gegevensbladweergave om te zien of de notatie aan uw wensen voldoet.
De notatie testen
Hieronder volgen enige suggesties voor het testen van een vooraf gedefinieerde of aangepaste notatie.
- Voer waarden in hoofdletters of kleine letters in om te zien wat er met de gegevens gebeurt in de notatie. Komt er een zinnig resultaat uit?
- Voer waarden in die langer of korter zijn dan de waarden die u in de praktijk verwacht (met en zonder scheidingstekens) en kijk wat hiermee gebeurt in de notatie. Worden er ongewenste tekens of spaties in het midden, aan het begin of aan het einde toegevoegd?
- Voer een tekenreeks met lengte nul in (een paar dubbele aanhalingstekens zonder spatie ertussen) of een null-waarde en zie of dit tot het gewenste resultaat leidt.
Naslaglijst vooraf gedefinieerde Datum/tijd-notaties
In deze tabel worden de vooraf gedefinieerde notaties vermeld en beschreven die u kunt toepassen op datum- en tijdgegevens. Denk eraan dat het resultaat van een deel van of een gehele vooraf gedefinieerde notatie soms wordt bepaald door de landinstellingen van Windows en dat de vooraf gedefinieerde notaties alleen van invloed zijn op de uiterlijke verschijningsvorm van de gegevens, niet op de invoer van de waarden door de gebruiker of de opslag van de waarden in Access.
| Notatie |
Beschrijving |
Voorbeeld |
| Standaarddatumnotatie |
(Standaard) Datumwaarden worden weergegeven in getallen, tijdwaarden in uren, minuten en seconden gevolgd door AM of PM. Voor beide typen waarden worden de datum- en tijdscheidingstekens gebruikt die zijn opgegeven in de landinstellingen van Windows. Als de waarde geen tijdcomponent bevat, wordt alleen de datum weergegeven. Als de waarde geen datumcomponent bevat, wordt alleen de tijd weergegeven. |
29/08/2006 10:10:42 AM |
| Lange datumnotatie |
Alleen datumwaarden worden weergegeven, volgens de Lange datumnotatie opgegeven in de landinstellingen van Windows. |
maandag 29 augustus 2006 |
| Middellange datumnotatie |
De datum wordt weergegeven als dd/mmm/jj, maar met gebruik van het datumscheidingsteken opgegeven in de landinstellingen van Windows. |
29/aug/06 29-aug-06 |
| Korte datumnotatie |
Alleen datumwaarden worden weergegeven, volgens de Korte datumnotatie opgegeven in de landinstellingen van Windows. |
29/8/2006 29-8-2006 |
| Lange tijdnotatie |
Weergave van uren, minuten en seconden gevolgd door AM of PM, met gebruik van het scheidingsteken onder de instelling Tijd van de landinstellingen van Windows. |
10:10:42 AM |
| Middellange tijdnotatie |
Weergave van uren en minuten gevolgd door AM of PM, met gebruik van het scheidingsteken onder de instelling Tijd van de landinstellingen van Windows. |
10:10 AM |
| Korte tijdnotatie |
Alleen weergave van uren en minuten, met gebruik van het scheidingsteken onder de instelling Tijd van de landinstellingen van Windows. |
10:10 |
Naslaglijst aangepaste Datum/tijd-notaties
Als de vooraf gedefinieerde notaties uit de bovenstaande tabel voor Datum/tijd-velden niet aan uw behoeften voldoen, kunt u in plaats daarvan aangepaste notaties gebruiken. Als u geen vooraf gedefinieerde of aangepaste notatie opgeeft, wordt in Access de standaarddatumnotatie gebruikt: m/dd/jjjj u:mm:ss AM/PM.
Aangepaste notaties voor Datum/tijd-velden kunnen uit twee gedeelten bestaan: een voor datums en een voor tijden. De gedeelten worden van elkaar gescheiden door een puntkomma. U kunt bijvoorbeeld de standaarddatumnotatie en de Lange tijdnotatie omzetten in het volgende: m/dd/jjjj;u:nn:ss
In deze tabel worden de plaatsaanduiders en scheidingstekens vermeld die u kunt gebruiken om een aangepaste notatie te definiëren.
| Teken |
Beschrijving |
| Datumscheidingsteken |
Bepaalt waar het scheidingsteken voor de dagen, maanden en jaren wordt geplaatst. Gebruik het scheidingsteken dat is opgegeven in de landinstellingen van Windows. Zie het volgende gedeelte, De invloed van de landinstellingen van Windows op datums en tijden, voor informatie over die instellingen. |
| c |
Weergave van de standaarddatumnotatie. |
| d of dd |
Weergave van de dag van de maand als één of twee cijfers. Voor één cijfer gebruikt u één plaatsaanduider, voor twee cijfers twee. |
| ddd |
Afkorting van de dag van de week tot drie letters.
Maandag wordt bijvoorbeeld weergegeven als maa. |
| dddd |
Alle dagen van de week worden volledig weergegeven. |
| ddddd |
Weergave van de Korte datumnotatie. |
| dddddd |
Weergave van de Lange datumnotatie. |
| w |
Weergave van het nummer van de dag van de week.
Maandag wordt bijvoorbeeld weergegeven als 2. |
| m of mm |
Weergave van de maand als een getal van één of twee cijfers. |
| mmm |
Afkorting van de naam van de maand tot drie letters.
Oktober wordt bijvoorbeeld weergegeven als okt. |
| mmmm |
Alle maanden worden volledig weergegeven. |
| q |
Het nummer van het kalenderkwartaal (1-4).
Als u bijvoorbeeld in mei een medewerker in dienst neemt, wordt in Access als kwartaalwaarde 2 weergegeven. |
| j |
Weergave van de dag van het jaar, 1-366. |
| jj |
Weergave van de laatste twee cijfers van het jaartal.
Opmerking Wij raden aan om voor de invoer en weergave van jaartallen het hele jaartal in vier cijfers te gebruiken.
|
| jjjj |
Weergave van het volledige jaartal in het bereik 0100-9999. |
| Tijdscheidingsteken |
Bepaalt waar het scheidingsteken voor de uren, minuten en seconden wordt geplaatst. Gebruik het scheidingsteken dat is opgegeven in de landinstellingen van Windows. Zie het volgende gedeelte, De invloed van de landinstellingen van Windows op datums en tijden, voor informatie over die instellingen. |
| u of uu |
Weergave van het uur als één of twee cijfers. |
| n of nn |
Weergave van minuten als één of twee cijfers. |
| s of ss |
Weergave van seconden als één of twee cijfers. |
| tttt |
Weergave van de Lange tijdnotatie. |
| AM/PM |
Weergave van 12-uurs klokwaarden met daarna AM of PM. Bij het instellen van de waarde wordt de systeemklok van de computer gevolgd. |
| A/P of a/p |
Weergave van 12-uurs klokwaarden met daarna een A of P, dan wel een a of p. Bij het instellen van de waarde wordt de systeemklok van de computer gevolgd. |
| AMPM |
Weergave van 12-uurs klokwaarden, maar met gebruik van de aanduidingen voor voormiddag en namiddag die zijn opgegeven in de landinstellingen van Windows. Zie het volgende gedeelte, De invloed van de landinstellingen van Windows op datums en tijden, voor informatie over die instellingen. |
| Spatie, + - $ () |
U kunt waar u maar wilt in uw notatietekenreeksen spaties, bepaalde wiskundige tekens (+ -) en valutasymbolen ($ € £) gebruiken. Als u andere veel gebruikte wiskundige symbolen zoals slashes (\ of /) en het sterretje (*) wilt gebruiken, moet u die tussen dubbele aanhalingstekens plaatsen. U kunt dit doen waar u maar wilt. |
| "Letterlijke tekst" |
Plaats tekst waarvan u wilt dat de gebruiker die ziet tussen dubbele aanhalingstekens. |
| \ |
Het hieropvolgende teken wordt in Access altijd weergegeven. Dit heeft hetzelfde effect als een teken tussen dubbele aanhalingstekens plaatsen. |
| * |
Als u dit gebruikt, wordt het teken direct na het sterretje een opvulteken: een teken voor het opvullen van lege ruimten. In Access wordt tekst gewoonlijk links uitgelijnd weergegeven en wordt resterende ruimte rechts van de waarde opgevuld met spaties. U kunt overal waar u maar wilt in een notatietekenreeks opvultekens opnemen. Als u dat doet, wordt eventuele lege ruimte opgevuld met het opgegeven teken. |
| [kleur] |
Toepassing van een kleur op alle waarden in een gedeelte van de notatie. De naam moet tussen vierkante haken staan en u moet kiezen uit de volgende namen: zwart, blauw, lichtblauw, groen, lila, rood, geel en wit. |
Terug naar boven
De invloed van de landinstellingen van Windows op datums en tijden
Windows ondersteunt allerlei talen en ook de valuta- en datum-/tijdnotaties die worden gebruikt in de landen/regio's waar die talen worden gesproken. De valuta- en datum-/tijdinstellingen onder Landinstellingen zijn op hun beurt van invloed op een deel van de of alle vooraf gedefinieerde en aangepaste notaties die u toepast op gegevens in Access. U voert bijvoorbeeld een datumwaarde in met een slash (/) als datumscheidingsteken, als volgt: 29/8/2006. Vervolgens past u op het Datum/tijd-veld de standaarddatumnotatie toe. Bij het weergeven van de gegevens worden de slashes (/) wel of niet weergegeven, afhankelijk van het teken dat in Landinstellingen is ingesteld.
Onthoud in het vervolg deze regel: in Access worden altijd de scheidingstekens voor datum en tijd, valutasymbolen en andere tekens gebruikt die zijn ingesteld in Landinstellingen van Windows, tenzij u een aangepaste notatie instelt. Zie Datum- en tijdgegevens weergeven volgens gedefinieerde en aangepaste notaties eerder in dit artikel voor informatie over het maken van aangepaste notaties. Zie het artikel Gegevens in rijen en kolommen opmaken voor meer informatie over de indeling van andere gegevenstypen.
In de volgende stappen wordt uitgelegd hoe u uw landinstellingen kunt instellen en wijzigen.
Landinstellingen wijzigen
In Microsoft Windows Vista
- Klik op de knop Start
en klik op Configuratiescherm.
- Als u in het Configuratiescherm de standaardweergave gebruikt, dubbelklikt u op Klok, taal en regio.
-of-
In de klassieke weergave dubbelklikt u op
Landinstellingen.
Het dialoogvenster Landinstellingen verschijnt.
- Klik op het tabblad Indelingen onder Huidige indeling op Aanpassen.
Het dialoogvenster Land- en taalinstellingen aanpassen wordt weergegeven.
- Klik op het tabblad met de instellingen die u wilt wijzigen en breng de wijzigingen aan. Als u bijvoorbeeld de getalnotatie geheel of gedeeltelijk wilt wijzigen, klikt u op het tabblad Getallen om de gewenste instelling te wijzigen. Voor hulp bij een optie, klikt u op de Help-knop (?) en vervolgens op de optie.
In Microsoft Windows XP (klassieke weergave)
- Klik op de taakbalk van Windows op Start en vervolgens op Configuratiescherm.
- Dubbelklik in het Configuratiescherm op Landinstellingen.
Het dialoogvenster Landinstellingen verschijnt.
- Klik op het tabblad Landinstellingen onder Standaarden en notaties op Aanpassen.
Het dialoogvenster Landinstellingen aanpassen verschijnt.
- Klik op het tabblad met de instellingen die u wilt wijzigen en breng de wijzigingen aan. Als u bijvoorbeeld de tijdnotatie geheel of gedeeltelijk wilt wijzigen, klikt u op het tabblad Tijd om de gewenste instelling te wijzigen. Voor hulp bij een optie, klikt u op de Help-knop (?) en vervolgens op de optie.
In Microsoft Windows XP (categorieweergave)
- Klik op de taakbalk van Windows op Start en klik vervolgens op Configuratiescherm.
Het configuratiescherm wordt geopend.
- Klik op Landinstellingen.
Het dialoogvenster Landinstellingen wordt weergegeven.
- Klik op De notatie van getallen, datums en tijden wijzigen.
Het dialoogvenster Landinstellingen verschijnt.
- Klik onder Normen en indelingen op Aanpassen.
Het dialoogvenster Land- en taalinstellingen aanpassen wordt weergegeven.
- Klik op het tabblad met de instellingen die u wilt wijzigen en breng de wijzigingen aan. Als u bijvoorbeeld de getalnotatie geheel of gedeeltelijk wilt wijzigen, klikt u op het tabblad Getallen om de gewenste instelling te wijzigen. Voor hulp bij een optie, klikt u op de Help-knop (?) en vervolgens op de optie.
Terug naar boven